Een peuter bijt of slaat meestal omdat hij overspoeld wordt door boosheid of frustratie en nog niet de woorden heeft om dat te zeggen. Het komt veel voor tussen 1 en 4 jaar en wordt meestal minder naarmate je kind beter kan praten. Reageer meteen, kort en rustig: stop het gedrag, zeg 'bijten doet pijn', zorg voor het andere kind en leer je kind wat het wel kan doen. Terugbijten of slaan maakt het erger.
In dit artikel
- Waarom bijt of slaat een peuter?
- Bijten bij een baby of dreumes: tandjes en ontdekken
- Zo reageer je direct als je kind bijt of slaat
- Wat je beter niet doet
- Bijten op de opvang: als jouw kind bijt of gebeten wordt
- Slaat je peuter zichzelf of bonkt hij met zijn hoofd?
- Gooien, schoppen, knijpen en haren trekken: dezelfde aanpak
- Voorkomen: woorden voor boosheid en genoeg rust
- Wanneer vraag je hulp?
Waarom bijt of slaat een peuter?
Bijten en slaan zijn geen teken van een 'slecht' kind. Kind en Gezin noemt een paar redenen die vaak samen spelen:
- Boosheid en frustratie. Je peuter wil zelf iets, maar het lukt niet of het mag niet.
- Nog geen woorden. Wie niet kan zeggen 'dat is van mij', grijpt naar wat wel werkt.
- Impulsen. Een peuter kan een opwelling nog niet tegenhouden, ook als hij de regel kent.
- Overweldigende gevoelens. Drukte, moeheid of opwinding worden hem te veel.
Kinderen die beter kunnen praten, bijten minder vaak (Kind en Gezin). Het NJI noemt bijten ook als onderdeel van driftbuien, die vooral tussen anderhalf en vier jaar voorkomen. In mijn praktijk zie ik dat het vaak op dezelfde momenten gebeurt: aan het eind van de dag, in een drukke groep of bij ruzie om speelgoed.
| Wat je ziet | Wat er vaak achter zit | Wat helpt |
|---|---|---|
| Baby of jonge dreumes bijt | Ontdekken met de mond, doorkomende tandjes | Rustig 'au' zeggen, bijtring aanbieden |
| Bijten of slaan bij ruzie om speelgoed | Frustratie, nog geen woorden | Ingrijpen, gevoel benoemen, leren ruilen |
| Slaan of schoppen bij een 'nee' | Boosheid over een grens | Grens rustig vasthouden, hand tegenhouden |
| Bijten aan het eind van de dag | Moeheid, te veel prikkels | Rust inbouwen, eerder naar huis of bed |
| Knijpen, krabben, haren trekken | Dezelfde frustratie, of uitproberen wat er gebeurt | Zelfde aanpak als bij bijten |
Bijten bij een baby of dreumes: tandjes en ontdekken
Een baby die bijt, doet dat niet om pijn te doen. Hij ontdekt de wereld met zijn mond, en doorkomende tandjes kunnen jeuken. Zeg rustig 'au, dat doet pijn', haal je hand of arm weg en geef iets waar hij wel op mag bijten, zoals een bijtring. Over tandjes lees je meer in wanneer krijgt een baby tandjes.
Rond de eerste verjaardag verschuift het. Je dreumes merkt dat bijten een reactie oplevert, en hij krijgt een eigen wil maar nog weinig woorden. Dan wordt bijten soms een manier om iets duidelijk te maken. Hoe die fase verloopt, staat in ontwikkeling van je dreumes per maand.
Zo reageer je direct als je kind bijt of slaat
- Grijp meteen in. Stop het gedrag, houd zo nodig rustig de hand tegen of haal je kind even weg.
- Kijk je kind aan en zeg kort wat er gebeurde. 'Stop. Bijten doet pijn.' Het NJI raadt aan duidelijk te zeggen welk gedrag moet stoppen en waarom.
- Zorg eerst voor wie pijn heeft. Zo ziet je kind dat bijten geen extra aandacht oplevert.
- Benoem het gevoel. 'Je was boos, want hij pakte je auto.'
- Laat het goedmaken als je kind rustig is. Een aai, een tekening, samen een pleister halen (Kind en Gezin).
- Is je kind te overstuur? Haal hem even uit de situatie en blijf bij hem tot hij rustig is. Niet alleen in een kamer zetten.
Doe dit elke keer op dezelfde manier. Peuters vergeten regels snel en kunnen ze nog niet altijd toepassen, ook als ze ze begrijpen (Kind en Gezin). Herhaling is dus geen teken dat het niet werkt.
Wat je beter niet doet
- Terugbijten of terugslaan. Je kind leert dan juist dat pijn doen een oplossing is.
- Straffen of beschamen. 'Stoute jongen' raakt je kind zelf, niet het gedrag (Kind en Gezin).
- Lang preken. Een peuter luistert niet meer na de eerste zin, zeker niet als hij boos is.
- Uitlachen of het schattig vinden. Ook een lachje is voor een peuter een beloning.
- Denken dat het zo blijft. Het is een fase die meestal overgaat als de taal groeit.
Kind en Gezin raadt een rustige, positieve aanpak aan: aandacht voor wat goed gaat, en duidelijk en kort bij wat niet mag. Meer daarover lees je in positief opvoeden en grenzen stellen bij je dreumes en peuter.
Bijten op de opvang: als jouw kind bijt of gebeten wordt
Bijten komt veel voor in een groep: veel kinderen, weinig ruimte en speelgoed dat iedereen tegelijk wil. Wordt jouw kind gebeten, dan is dat schrikken. Wordt jouw kind de bijter, dan voelt dat vaak nog naarder. Toch zegt het niets over je opvoeding.
Wat helpt:
- Spreek met de leidsters één aanpak af, zodat je kind thuis en op de opvang hetzelfde hoort.
- Vraag wanneer het gebeurt. Bij moeheid, bij vrij spel, bij een bepaald kind? Kind en Gezin raadt aan om dat bij te houden en lastige situaties tijdelijk te vermijden.
- Straf thuis niet na. Je peuter snapt het verband met iets van uren eerder niet meer.
Begint je kind net op de opvang, dan kan wennen het even onrustiger maken. Tips staan in wennen op het kinderdagverblijf.
Slaat je peuter zichzelf of bonkt hij met zijn hoofd?
Sommige peuters slaan zichzelf, bijten in hun eigen hand of bonken met hun hoofd als ze boos of moe zijn. Dat is eng om te zien. Blijf rustig, zorg dat je kind zich niet bezeert, bijvoorbeeld door een kussen tussen hoofd en vloer te leggen, en benoem wat je ziet: 'Je bent zo boos.' Geef geen grote reactie; nabijheid en rust werken beter.
Bespreek het met het consultatiebureau als het vaak gebeurt, als je kind zich echt verwondt, of als je je ook zorgen maakt over contact, taal of spel.
Gooien, schoppen, knijpen en haren trekken: dezelfde aanpak
Gooit je peuter met spullen, schopt, duwt, knijpt, krabt of trekt hij aan haren? De aanpak is hetzelfde: meteen stoppen, kort zeggen dat het pijn doet of niet mag, het gevoel benoemen en een alternatief geven. Bij gooien: 'Ballen mag je gooien, blokken niet.' Bij knijpen en krabben helpt het om nagels kort te houden en iets te geven waar je kind wel in mag knijpen, zoals een knuffel of een stressbal.
Voorkomen: woorden voor boosheid en genoeg rust
- Geef woorden aan gevoelens. 'Ik zie dat je boos bent.' Zo leert je kind dat boosheid een naam heeft (NJI).
- Leer wat wel mag als je boos bent. Stampen, in een kussen bijten of knijpen, hard 'nee!' roepen, hulp vragen (Kind en Gezin).
- Oefen ruilen en om de beurt. Met een zandloper of 'eerst jij, dan ik'.
- Let op moeheid en honger. Een vast ritme met genoeg slaap voorkomt veel buien.
- Benoem wat goed gaat. 'Wat fijn dat je om hulp vroeg.'
Hoe kinderen stap voor stap leren omgaan met gevoelens en met andere kinderen, lees je in sociaal-emotionele ontwikkeling van baby en peuter.
Meer over boosheid lees je in driftbuien bij peuters en over de fase zelf in peuterpuberteit.
Wanneer vraag je hulp?
Bijten en slaan horen bij veel peuters erbij. Neem contact op met het consultatiebureau of de huisarts als:
- het gedrag heel vaak gebeurt en na een paar maanden rustig en consequent reageren niet minder wordt;
- je kind andere kinderen of zichzelf echt verwondt;
- je kind ook na zijn vierde nog veel bijt of slaat;
- je je ook zorgen maakt over de taal, het contact of het spel van je kind;
- het je zelf niet meer lukt om rustig te blijven.
De JGZ noemt slaan, duwen, schoppen en bijten bij peuters als gedrag om samen met ouders naar te kijken als het veel voorkomt (JGZ-richtlijn Psychosociale problemen). Hulp vragen bij opvoeden is heel gewoon: het consultatiebureau biedt opvoedondersteuning en denkt met je mee.
Verder lezen
- Driftbuien bij peuters: waarom ze erbij horen en wat je kunt doen
- Grenzen stellen bij je dreumes en peuter: nee zeggen, luisteren en volhouden
- Peuterpuberteit: wanneer begint het, hoe lang duurt het en wat helpt?
- Wennen op het kinderdagverblijf of bij de gastouder
- Taalontwikkeling van je peuter (1,5 tot 3 jaar)
Bronnen
- Kind en Gezin, Bijten
- NJI, Peuter: driftbuien, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Peuter: regels en grenzen, Nederlands Jeugdinstituut
- JGZ-richtlijn Psychosociale problemen
- JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Angsten bij je peuter: bang voor geluiden, honden, het bad of het donker
Emoties bij je peuter: herkennen, benoemen en leren reguleren