Sociaal-emotionele ontwikkeling is hoe je kind leert omgaan met zijn eigen gevoelens en met andere mensen. Een baby lacht eerst vooral naar wie hem verzorgt, rond 7 tot 12 maanden verschijnen angst voor vreemden en verlatingsangst, en tussen 1 en 3 jaar ontdekt je kind dat het een eigen persoon is (JGZ-richtlijn Psychosociale problemen). Tussen 2 en 4 jaar wordt het zelfstandiger en begint het samen spelen; delen en op je beurt wachten moet het nog leren. Elk kind doet dat in zijn eigen tempo.
In dit artikel
- Wat is sociaal-emotionele ontwikkeling?
- Sociaal-emotionele ontwikkeling per leeftijd
- 0 tot 12 maanden: lachen, contact en eenkennigheid
- 1 tot 2 jaar: nadoen, eigen wil en eerste emoties
- 2 tot 4 jaar: samen spelen, delen en vriendjes
- Emoties leren herkennen en benoemen
- Leren delen en op je beurt wachten
- Prentenboeken over samen spelen en delen
- Activiteiten die de sociale ontwikkeling stimuleren
- Wanneer maak je je zorgen?
Wat is sociaal-emotionele ontwikkeling?
Het zijn eigenlijk twee dingen die samen opgroeien. Emotioneel: je kind leert gevoelens herkennen, uiten en er steeds beter mee omgaan. Sociaal: je kind leert contact maken, rekening houden met een ander en samen spelen. De basis is de band met jou en andere vaste verzorgers. Een kind dat zich veilig voelt, durft de wereld en andere mensen te ontdekken. Meer daarover lees je in hechting bij je baby.
Op het consultatiebureau kijkt de jeugdarts of jeugdverpleegkundige met het Van Wiechenonderzoek naar de ontwikkeling van 0 tot 4 jaar. Daarbij gaat het om wat je kind kan en hoe hij het doet (NCJ). Het is geen examen: de leeftijden hieronder zijn bandbreedtes.
Sociaal-emotionele ontwikkeling per leeftijd
| Leeftijd | Wat je vaak ziet | Hoe jij helpt |
|---|---|---|
| 0 tot 3 maanden | Voorkeur voor wie hem verzorgt, lachen en pret bij contact | Reageren op huilen en lachjes, veel gezichtjes en stemmetjes |
| 7 tot 12 maanden | Blijdschap, woede, angst en verrassing worden zichtbaar; angst voor vreemden en verlatingsangst | Troosten, rustig kennismaken met nieuwe mensen, kort afscheid |
| 0 tot 24 maanden | Spel gericht op speelgoed, nog niet op andere kinderen; reageert op emoties van anderen | Samen spelen, nadoen, gevoelens benoemen |
| 12 tot 36 maanden | Besef 'ik ben ik', ziet anderen als eigen persoon, begin van zelfcontrole, nieuwe emoties | Keuzes geven, grenzen rustig vasthouden, troosten bij buien |
| 2 tot 4 jaar | Zelfstandiger, minder constante aandacht nodig, fantasiespel, eerste samen spelen | Om de beurt spelen, delen voordoen, afspreken met een vriendje |
Bron: JGZ-richtlijn Psychosociale problemen (mijlpalen sociaal-emotionele ontwikkeling), aangevuld met Kind en Gezin en het NJI. Voor alle mijlpalen op een rij, zie mijlpalen baby per maand.
0 tot 12 maanden: lachen, contact en eenkennigheid
In de eerste maanden zoekt je baby contact met huilen, kijken en lachen, en hij heeft al snel een voorkeur voor wie hem verzorgt. Rond 3 maanden maakt hij onderscheid tussen volwassenen, maar reageert hij nog niet bang op vriendelijke vreemden (Kind en Gezin).
In de tweede helft van het eerste jaar verandert dat. Je baby houdt een beeld van jou vast en merkt dat je weg kunt gaan. Rond 6 tot 8 maanden laat hij duidelijk zien aan wie hij gehecht is, en angst voor vreemden en verlatingsangst worden zichtbaar (Kind en Gezin). Eenkennigheid begint volgens het NJI vanaf 9 tot 12 maanden. Hoe je daarmee omgaat, lees je in eenkennigheid bij je baby. Ideeën om samen te spelen staan in spelen met je baby per leeftijd.
1 tot 2 jaar: nadoen, eigen wil en eerste emoties
Je dreumes durft meer afstand te nemen, omdat hij erop vertrouwt dat jij er bent. Hij noemt zichzelf bij naam, ontdekt een eigen wil en doet alles na: telefoneren, vegen, de pop eten geven (Kind en Gezin). Dat nadoen is belangrijk: zo oefent hij hoe mensen met elkaar omgaan.
Tegelijk komen er nieuwe gevoelens bij, terwijl de woorden nog ontbreken. Frustratie kan dan uitmonden in een bui, of in bijten en slaan. Dat hoort bij deze leeftijd. Meer per maand lees je in ontwikkeling van je dreumes per maand.
2 tot 4 jaar: samen spelen, delen en vriendjes
Peuters spelen nog veel alleen of naast elkaar (NJI). Vanaf 2 jaar letten ze meer op andere kinderen en hangt hun spel wat samen, zoals beschreven bij de ontwikkeling van je peuter van 2 jaar. Fantasiespel helpt enorm: als je kind de baby of de dokter speelt, leert het zich in een ander te verplaatsen (NJI).
Tussen 2 en 3 jaar wordt je kind heel alert op hoe anderen reageren, gedraagt het zich op de opvang soms anders dan thuis en spiegelt het zich aan leeftijdgenoten en oudere kinderen (Kind en Gezin). In de loop van de peutertijd ontstaan vaak de eerste vriendjes: een kind waar hij steeds naast wil zitten of naar vraagt. Hoe dat er bij een driejarige uitziet, lees je in ontwikkeling van je peuter van 3 jaar.
Emoties leren herkennen en benoemen
Een peuter wordt nog vaak overweldigd door zijn eigen gevoelens en heeft er de woorden nog niet voor (NJI). Jij kunt hem die woorden geven:
- Zeg wat je ziet. 'Je bent boos, want je wilde nog buiten blijven.'
- Houd het simpel. Blij, boos, bang, verdrietig. Later komen trots, jaloers en teleurgesteld.
- Benoem ook je eigen gevoel. 'Ik schrok toen je viel.'
- Gebruik boekjes. 'Hoe voelt het konijn zich, denk je?'
- Gevoelens mogen er zijn, gedrag heeft grenzen. 'Je mag boos zijn, maar slaan doet pijn.'
Het NJI ziet dat een kind dat zich gehoord en begrepen voelt, sneller rustig wordt en zo leert emoties te herkennen. Bij heftige buien lees je verder in driftbuien bij peuters; bij bijten of slaan in je peuter bijt of slaat.
Leren delen en op je beurt wachten
Peuters verzamelen graag en bewaken hun spullen; delen vinden ze echt lastig (NJI). Dat is geen egoïsme, maar een fase. Wat werkt:
- Doe het voor. 'Wil jij een stukje van mijn appel?'
- Dwing niet. Speelgoed afpakken om het te 'delen' leert vooral dat de grootste wint.
- Speel om de beurt. Een bal heen en weer rollen, een toren om de beurt bouwen, een eenvoudig spelletje.
- Maak een ruilvoorstel. 'Zullen we ruilen? Jij de auto, zij de trein.'
- Laat een paar dierbare spullen weg als er een vriendje komt spelen.
Prentenboeken over samen spelen en delen
Een prentenboek is een veilige manier om te oefenen met gevoelens van een ander. Je kind ziet een figuur die iets niet wil delen, boos wordt of buiten de groep valt, en kan erover praten zonder dat het over hemzelf gaat. Twee bekende titels:
| Boek | Waar het over gaat | Leeftijd |
|---|---|---|
| De mooiste vis van de zee (Marcus Pfister) | Een trotse vis ontdekt dat delen vrienden oplevert | Vanaf ongeveer 3 jaar |
| Kikker en de vreemdeling (Max Velthuijs) | Een nieuw dier in het bos: erbij horen en vriendschap | Vanaf ongeveer 3 jaar |
Voor een dreumes of jonge peuter werken korte kartonboekjes met herkenbare situaties, zoals samen in de zandbak of om de beurt op de schommel. Vraag in de bibliotheek naar prentenboeken over vriendjes en delen; daar staan ze vaak bij elkaar. Stel tijdens het voorlezen open vragen: 'Hoe zou de vis zich voelen?' en 'Wat zou jij doen?'
Activiteiten die de sociale ontwikkeling stimuleren
- Baby: kiekeboe, gezichtjes nadoen, liedjes met gebaren, samen in de spiegel kijken.
- Dreumes: nadoen in het huishouden, rollen met een bal naar elkaar, samen opruimen.
- Peuter: fantasiespel met poppen of verkleedkleren, spelletjes om de beurt, samen koken, afspreken met één vriendje, voorlezen en praten over de gevoelens van de personages.
Meer ideeën voor elke dag vind je in activiteiten voor je dreumes en peuter. Wat ik ouders altijd meegeef: jouw voorbeeld telt het zwaarst. Hoe jij met de buurvrouw, je partner en met je eigen boosheid omgaat, is de les die je kind het beste onthoudt.
Wanneer maak je je zorgen?
Elk kind heeft zijn eigen tempo en karakter: het ene kind is een prater, het andere kijkt eerst de kat uit de boom. Bespreek het met het consultatiebureau als:
- je baby weinig oogcontact maakt of nauwelijks lacht naar jou;
- je peuter weinig interesse heeft in mensen of niet wijst om je iets te laten zien;
- je kind vaardigheden kwijtraakt die het al had;
- je kind zich steeds terugtrekt of op de opvang niet tot spelen komt;
- boosheid, angst of verdriet het dagelijks leven blijvend lastig maken;
- je zelf vastloopt of veel zorgen hebt.
Het consultatiebureau kijkt samen met jou naar je kind en kan ook meedenken over de opvoeding. Vragen stellen is altijd goed, ook tussen de afspraken door.
Verder lezen
- Hechting: hoe je baby een veilige band met je opbouwt
- Eenkennigheid bij je baby: wanneer, hoe lang en het verschil met verlatingsangst
- Mijlpalen baby per maand: wat kan je baby wanneer (0-24 maanden)?
- Je peuter van 2 jaar: ontwikkeling, wat kan hij en wat verandert er?
- Verlatingsangst bij je dreumes of peuter
Bronnen
- JGZ-richtlijn Psychosociale problemen
- Kind en Gezin, Fases in de hechting
- NJI, Peuter: spelen, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Peuter: driftbuien, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Baby: eenkennigheid (vanaf 9-12 mnd), Nederlands Jeugdinstituut
- NCJ, Van Wiechenonderzoek (JGZ-screening ontwikkeling en mijlpalen)
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Seksuele ontwikkeling van je baby en peuter: wat is normaal van 0 tot 4 jaar?