Rond 2 jaar loopt je peuter stevig, leert hij rennen en met hulp de trap op, en begint hij zich zelf aan en uit te kleden. In de taal begrijpt hij minimaal opdrachtjes van 2 woorden en zegt hij ongeveer 10 woordjes; de meeste tweejarigen zeggen er veel meer en maken korte zinnetjes. Hij wil steeds meer zelf doen, wat 'nee' en driftbuien geeft: de peuterpuberteit. Het consultatiebureau kijkt rond deze leeftijd extra naar de taal.
In dit artikel
- In het kort: wat kan een kind van 2 jaar?
- Bewegen: rennen, klimmen en de trap op
- Handjes: zelf eten, aankleden en krabbelen
- Taal: van losse woorden naar zinnetjes
- Spelen: naast elkaar en doen alsof
- Peuterpuberteit: 'nee' en driftbuien
- Zindelijk worden, slapen en schermen
- Wanneer naar het consultatiebureau?
In het kort: wat kan een kind van 2 jaar?
| Gebied | Wat veel tweejarigen doen | Wat nog komt |
|---|---|---|
| Bewegen | Stevig lopen, rennen, met hulp rechtop de trap op | Trap op zonder vasthouden (rond 4 jaar), beter evenwicht |
| Handjes | Zelf eten met een lepel, kleren losmaken, krabbelen | Knopen, veters, eten met mes en vork (vanaf 4 jaar) |
| Taal | Opdrachtjes van 2 woorden, korte zinnetjes, veel nieuwe woorden | Zinnen van 3 woorden begrijpen (rond 2,5 jaar) en maken (rond 3 jaar) |
| Spelen | Naast andere kinderen, nadoen, eerste fantasiespel | Echt samenspelen, delen |
| Gevoel en gedrag | Eigen wil, 'nee', driftbuien | Gevoelens onder woorden brengen |
Bronnen: NJI, Kind en Gezin en de JGZ-richtlijn Taalontwikkeling. Elk kind heeft zijn eigen tempo; een paar maanden eerder of later is normaal.
Bewegen: rennen, klimmen en de trap op
Rond hun tweede verjaardag krijgen kinderen steeds meer controle over het lopen. Ze leren stoppen en beginnen, kleine en grote stappen maken en beter meelopen aan je hand. Rennen gaat steeds beter, en soms proberen ze al een beetje te hinkelen (NJI). Met wat hulp kunnen veel kinderen rond 2 jaar rechtop de trap op lopen, eerst steeds één voet op de tree en dan de tweede erbij.
Tussen 2 en 3 jaar wordt het bewegen steeds avontuurlijker: klimmen, springen van een tree, rennen en stoeien (Kind en Gezin). Een loopfiets of driewieler kan vanaf het moment dat je kind goed loopt; de meeste kinderen zetten zich eerst af met hun voeten en leren later trappen (NJI).
Wat ik ouders meegeef: probeer niet te angstig te reageren als je kind iets nieuws probeert. Je kind kan juist schrikken van jouw schrik (NJI). Blijf in de buurt, zorg voor een zachte ondergrond en leg uit waarom je ingrijpt als het echt gevaarlijk wordt.
Handjes: zelf eten, aankleden en krabbelen
Tussen 1,5 en 2 jaar kunnen veel kinderen een beetje zelf eten en drinken, met hun handen of een lepel (NJI). Netjes eten komt pas veel later: tot 4 jaar knoeien kinderen nog, en met mes en vork eten leren ze meestal vanaf hun vierde.
Tussen 2 en 4 jaar leren kinderen zich aankleden. Het begint met losmaken: een rits openen, een jas uitdoen. Daarna komen knopen losmaken, kleren aantrekken en schoenen aandoen (NJI). Zit het shirt binnenstebuiten? Wees er samen trots op.
Rond 2 jaar worden de krassen op papier beheerster: niet meer de hele arm zwaait mee, maar de onderarm en de hand. Krassen worden krabbels (Kind en Gezin, Van grijpen tot schrijven).
Taal: van losse woorden naar zinnetjes
Vanaf 2 jaar leert je kind in korte tijd veel beter praten en begrijpen (NJI). De JGZ-richtlijn noemt voor 2 jaar deze minimale mijlpalen:
- begrijpt opdrachtjes van 2 woorden, zoals 'jas aan';
- wijst 1 of meer lichaamsdelen aan als je vraagt 'waar is je neus?';
- zegt in totaal ongeveer 10 woordjes.
Dat is een ondergrens, geen gemiddelde. De meeste tweejarigen zeggen veel meer woorden en combineren er twee: 'kijk poes', 'papa boek'. Vanaf ongeveer 2,5 jaar begrijpen kinderen zinnen van drie woorden, en rond 3 jaar maken ze zinnetjes van drie tot vier woorden (NJI). Verstaanbaar praten is nog niet af: op 3 jaar is volgens de JGZ-richtlijn 50 tot 70 procent verstaanbaar voor anderen.
Praat veel met je peuter, benoem wat jullie doen en herhaal wat hij zegt in goede zinnen, zonder te verbeteren. Meer tips staan in taalontwikkeling van je dreumes en taalontwikkeling van je peuter.
Spelen: naast elkaar en doen alsof
Vóór 2 jaar spelen kinderen vooral naast elkaar. Vanaf 2 jaar beginnen ze andere kinderen meer op te merken, nog wat voorzichtig en vanaf een afstand (Kind en Gezin). Hun spel hangt wel met elkaar samen: in de zandbak bakt de een taartjes en is de ander aan het koken. Delen is nog moeilijk; dwing het niet, maar doe het voor (NJI).
Fantasie komt op gang. Een doos wordt een auto, de bank wordt een boot, en je peuter geeft de pop eten en stopt hem in bed. Ook meehelpen met 'echte' klusjes vinden tweejarigen prachtig: de tafel dekken, de was in de mand, de auto wassen (Kind en Gezin). Ideeën voor elke dag vind je in activiteiten voor je dreumes en peuter.
Peuterpuberteit: 'nee' en driftbuien
Vanaf ongeveer 18 maanden ontdekt je kind dat het een eigen wil heeft. Het wil zelf kiezen, zelf doen en zegt 'nee' om te zien wat er gebeurt (NJI). Lukt iets niet, of mag het niet, dan volgt soms een driftbui. Dat hoort bij deze leeftijd: je kind oefent met zelfstandig worden en kan zijn gevoelens nog niet goed onder woorden brengen.
Wat helpt, volgens het NJI:
- Geef twee keuzes. 'Wil je pindakaas of kaas?' in plaats van een open vraag.
- Laat zelf beginnen. Help pas als je kind erom vraagt.
- Zorg voor voorspelbaarheid. Vaste etenstijden en een vast slaapritueel geven houvast.
- Waarschuw vooraf. 'Nog even, dan gaan we opruimen.'
- Stel geen vraag als het geen vraag is. 'Nu gaan we opruimen', niet 'zullen we opruimen?'
- Benoem wat je kind voelt. Een kind dat zich begrepen voelt, wordt sneller rustig.
Het NJI ziet opstandig gedrag vaak afnemen als kinderen tussen 2 en 4 jaar taal beter gaan begrijpen. Meer over de bui zelf staat in driftbuien bij peuters.
Zindelijk worden, slapen en schermen
Zindelijk. In de peutertijd leren kinderen op een potje of de wc te plassen en poepen (NJI). Wanneer je kind eraan toe is, verschilt sterk; lees de signalen in wanneer is een kind zindelijk.
Slapen. Nieuwe vaardigheden, een eigen wil en een drukke dag vragen om genoeg slaap en een voorspelbare bedtijd. Hoeveel slaap en welk middagslaapje bij deze leeftijd passen, met een voorbeelddag, staat in het slaapschema voor een peuter van 2 jaar. In de Numsy-app houd je het dagritme met dutjes en bedtijd bij, en je kunt je vragen kwijt bij Numo, de coach in de app. Gaat bedtijd steeds moeizamer, kijk dan bij peuter wil niet slapen.
Schermen. Het advies voor kinderen van 2 tot 4 jaar is maximaal 30 minuten per dag, verdeeld over korte momenten (NJI, op basis van de Richtlijn gezond schermgebruik). Kijk samen en doe mee met zingen of bewegen.
Wanneer naar het consultatiebureau?
Rond 2 jaar kijkt het consultatiebureau met het Van Wiechenonderzoek extra naar de taal. Bespreek het in elk geval als (JGZ-richtlijnen Taalontwikkeling en Motorische ontwikkeling):
- je kind nog geen 10 woordjes zegt, geen opdrachtje van 2 woorden begrijpt of geen lichaamsdeel aanwijst;
- je kind weinig reageert op geluid;
- je kind nog niet los loopt, steeds op de tenen loopt of één kant van het lichaam minder gebruikt;
- je kind niets van de grond kan oprapen vanuit staan;
- het gedrag je zo zwaar valt dat je er niet meer uitkomt.
Dat laatste is net zo belangrijk. Het NJI raadt aan om contact op te nemen met het consultatiebureau of de huisarts als je je zorgen maakt over het gedrag van je peuter of als het je zelf niet lukt om ermee om te gaan.
Verder lezen
- Slaapschema peuter 2 jaar + voorbeeldschema
- Driftbuien bij peuters: waarom ze erbij horen en wat je kunt doen
- Wanneer is een kind zindelijk? Leeftijden en signalen
- Peuter wil niet slapen: oorzaken per leeftijd en een rustige aanpak
- Schermen en slaap bij peuters: wat het doet en hoe je het simpel oplost
Bronnen
- NJI, Peuter: motorische ontwikkeling, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Peuter: taal, eerste gesprekjes, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Peuter: peuterpuberteit, Nederlands Jeugdinstituut
- JGZ-richtlijn Taalontwikkeling
- JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling
- Kind en Gezin, Bewegen en spelen per leeftijd
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Ontwikkeling van je dreumes per maand (13 tot 23 maanden): lopen, woordjes en eigen wil
Spelen met je baby: spelletjes en activiteiten per leeftijd (0 tot 12 maanden)