Voor een baby is spelen ontdekken met alle zintuigen: kijken, luisteren, voelen, bewegen en proeven. In de eerste maanden is jouw gezicht, stem en aanraking het beste speelgoed; vanaf ongeveer 3 maanden komen grijpen en vasthouden, en vanaf 6 maanden kruipen, in-en-uit-spelletjes en kiekeboe. Je hebt geen dozen speelgoed nodig: gewone spullen, korte momenten op de buik en jouw aandacht zijn genoeg.
In dit artikel
- In het kort: spelen per leeftijd
- Waarom is spelen zo belangrijk voor je baby?
- 0 tot 3 maanden: jij bent het speelgoed
- 3 tot 6 maanden: grijpen, voelen en rollen
- 6 tot 9 maanden: uitproberen en herhalen
- 9 tot 12 maanden: kruipen, verstoppen en zoeken
- Hoe lang en wanneer speel je met je baby?
- Zelf spelen mag ook
- Wanneer bespreek je het spelen met het consultatiebureau?
In het kort: spelen per leeftijd
| Leeftijd | Wat je baby ontdekt | Spelletjes die passen |
|---|---|---|
| 0 tot 3 maanden | Jouw gezicht en stem, contrast, eigen handjes | Praten op 20 cm, zingen, gezichten trekken, kort op de buik |
| 3 tot 6 maanden | Grijpen, vasthouden, rollen | Speeltje naast hem neerleggen, verschillende materialen voelen, kiekeboe |
| 6 tot 9 maanden | Verplaatsen, overpakken, oorzaak en gevolg | In en uit een bak, dingen laten vallen, brabbelgesprekjes, nadoen |
| 9 tot 12 maanden | Kruipen, optrekken, verstoppen | Iets zoeken onder een doekje, bal rollen, tunnel van een doos, liedjes met gebaren |
Bronnen: NJI en Kind en Gezin. De leeftijden zijn een richting; volg vooral wat jouw baby op dat moment boeit.
Waarom is spelen zo belangrijk voor je baby?
Baby's leren door te spelen. Ze kijken, luisteren, voelen, bewegen en proeven, en reageren op mensen en dingen om zich heen (NJI). Zo leren ze hun lichaam gebruiken en de wereld kennen. Samen spelen, zoals kiekeboe of gezichten nadoen, helpt bovendien bij de hechting en bij leren praten.
Herhaling is daarbij belangrijk. Een blokje omgooien, een dekseltje open en dicht, honderd keer achter elkaar: zo ontdekt je baby oorzaak en gevolg. 'Als ik dit doe, gebeurt er dat' (NJI). Dat het voor jou de twintigste keer is, maakt voor je baby niets uit.
0 tot 3 maanden: jij bent het speelgoed
Een pasgeboren baby kan nog weinig zelf, maar is heel gevoelig voor contact en geluid. Praten, lachen, zingen en knuffelen zijn in deze fase het belangrijkste spel (NJI).
- Kom dichtbij. Op ongeveer 20 centimeter ziet je baby je gezicht het best (Kind en Gezin, Zien).
- Trek gezichten en doe zijn geluidjes na. Wacht even op een reactie.
- Laat hem kijken naar contrast en beweging. Tussen 0 en 3 maanden boeien bewegende mensen en dingen, sterke contrasten, grote ronde vormen en eenvoudige patronen.
- Laat hem trappelen en zwaaien op een stevige mat, en zijn eigen handjes ontdekken (Kind en Gezin).
- Leg hem op zijn buik. Een paar keer per dag kort, bijvoorbeeld net voor het verschonen. Het NJI adviseert in de eerste maanden in totaal minimaal 30 minuten per dag, verdeeld over de dag.
Buikliggen doe je alleen als je baby wakker is en jij erbij bent; voorkom dat hij op zijn buik in slaap valt (NJI). Afwisselen van houding helpt ook tegen een voorkeurshouding; zie voorkeurshouding bij je baby.
Kijkt je baby ineens weg of wordt hij onrustig? Dat is vaak een teken dat het even genoeg is. Contact maken kost een jonge baby veel energie (NJI).
3 tot 6 maanden: grijpen, voelen en rollen
Vanaf ongeveer 3 maanden houdt je baby dingen vast, zoals een zacht boekje of een rammelaar. Rond 4 maanden probeert hij ook gericht te grijpen. Zachte materialen, dingen die geluid maken en opvallende kleuren trekken de meeste aandacht (NJI).
- Leg een speeltje naast hem in plaats van erboven. Zo wil hij opzij draaien en oefent hij met rollen (Kind en Gezin).
- Wissel van materiaal. Iets hards en iets zachts, iets kouds en iets warms, een stukje stof met een andere structuur.
- Laat hem bewegende en driedimensionale dingen zien. Na 3 maanden boeien die meer dan platte plaatjes (Kind en Gezin, Zien).
- Begin met boekjes. Vanaf ongeveer 4 maanden kun je samen plaatjes bekijken en benoemen wat je ziet (NJI).
- Zing liedjes met aanraking, zoals klap eens in je handjes.
Zet je baby niet rechtop in een zitje zolang hij dat zelf nog niet kan: dat beperkt de beweging (Kind en Gezin; NJI). Op de grond liggen, op de rug en op de buik, is de beste oefenplek. Meer over deze leeftijd in baby 3 maanden oud en baby 6 maanden oud.
6 tot 9 maanden: uitproberen en herhalen
Je baby gaat zich verplaatsen: rollen, tijgeren, soms al kruipen. Voor het eerst kan hij zelf een stukje van je weg, en hij komt graag terug om even 'bij te tanken' (Kind en Gezin).
- In en uit. Een bak met potjes, bekers of een houten lepel: uitladen, inladen, omgooien.
- Laten vallen en oprapen. Hij laat iets vallen om te zien wat er gebeurt, jij raapt het op. Dat is spel, geen pesterij.
- Overpakken en tegen elkaar slaan. Tussen 6 en 9 maanden leert je baby een voorwerp van de ene naar de andere hand doen (Kind en Gezin).
- Brabbelgesprekjes. Reageer op zijn gebrabbel en laat ruimte voor een antwoord.
- Nadoen. Zwaaien, 'bravo' klappen, gekke geluiden.
- Meekijken. Tussen 6 en 9 maanden is je baby gefascineerd door wat anderen doen: koken, de was, telefoneren (Kind en Gezin, Zien).
Je baby ontdekt nu veel met zijn mond. Houd kleine dingen uit de buurt; het NJI noemt alles kleiner dan 3,5 centimeter.
9 tot 12 maanden: kruipen, verstoppen en zoeken
- Kiekeboe en verstoppen. Verstop een speeltje onder een doekje of achter de bank. Kiekeboe leert je baby dat dingen blijven bestaan als hij ze niet ziet, en dat helpt ook bij afscheid nemen van jou (Kind en Gezin).
- Een speeltje net buiten bereik. Hij gaat rollen, tijgeren of kruipen om het te pakken.
- Hindernisbaan. Zet de deuren open, maak een tunnel van een kartonnen doos of een tent van stoelen om onderdoor te kruipen.
- Achter elkaar aan kruipen. Wissel van richting of snelheid; daar worden baby's helemaal vrolijk van.
- Bal rollen naar elkaar toe.
- Optrekken. Leg een speeltje op een stoel of lage tafel, zodat hij zich moet optrekken.
- Doen alsof. Bij oudere baby's kun je beginnen met fantasiespel: 'bellen' met een blokje of een pop eten geven (NJI).
- Een sok als handpop. Laat hem dansen, praten of een handje geven.
Kind en Gezin raadt een loopstoeltje en een babybouncer af: je kind leert het best lopen vanuit eigen spierkracht, en een loopstoel geeft verplaatsingen die het nog niet kan controleren. Hoe het daarna verder gaat met lopen, lees je in wanneer gaat je baby lopen.
Hoe lang en wanneer speel je met je baby?
Het NJI adviseert om je baby in het eerste jaar minimaal 3 uur per dag te laten bewegen en verschillende bewegingen te oefenen, verspreid over de dag. Dat klinkt veel, maar het gaat om alles bij elkaar: op de grond liggen, rollen, kruipen, spelen in bad. Laat je baby niet langer dan een uur achter elkaar in een autostoel of kinderstoel zitten.
In mijn praktijk merk ik dat spelen het best lukt als je baby uitgerust en gevoed is, vaak kort na het wakker worden. Hoe lang een baby per leeftijd wakker kan blijven, staat in wakkertijden baby 0 tot 12 maanden. In de Numsy-app houd je dutjes en wakkertijden bij, zodat je ziet wanneer een speelmoment past, en je kunt je vragen kwijt bij Numo, de coach in de app.
Zelf spelen mag ook
Je hoeft je baby niet de hele dag te vermaken. Zelf ontdekken is ook belangrijk (NJI). Baby's spelen graag met gewone spullen zoals bekers, dozen, lepels en doekjes, en met materialen die steeds anders voelen, zoals water of zand. Het maakt niet uit of je baby het 'goed' doet: hij onderzoekt het in zijn eigen tempo.
Wat ik ouders altijd meegeef: minder is vaak meer. Een paar spullen tegelijk, en af en toe iets anders tevoorschijn halen, werkt beter dan een kamer vol speelgoed. En blijf in de buurt, zodat het veilig blijft.
Schermen hoeven nog niet: voor kinderen onder de 2 jaar is het advies om geen scherm te gebruiken (NJI, Wat is goede schermtijd).
Wanneer bespreek je het spelen met het consultatiebureau?
Elke baby heeft zijn eigen tempo. Bespreek het met het consultatiebureau als je baby weinig beweegt, weinig interesse toont in mensen of dingen om zich heen, rond 2 maanden je gezicht niet volgt, of tegen het einde van het eerste jaar geen kiekeboe of nadoe-spelletjes doet. Dat zijn signalen waar het consultatiebureau naar kijkt bij het Van Wiechenonderzoek (JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling).
Verder lezen
- Wakkertijden baby 0 tot 12 maanden
- Voorkeurshouding bij je baby: zo voorkom je een afgeplat hoofdje
- Baby 3 maanden oud
- Baby 6 maanden oud
- Baby 9 maanden oud: ontwikkeling, wat hij kan, slaap en voeding
Bronnen
- NJI, Baby: spel, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Baby: motorische ontwikkeling, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Baby: voorlezen, Nederlands Jeugdinstituut
- Kind en Gezin, Bewegen en spelen per leeftijd
- Kind en Gezin, Zien
- JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Je peuter van 2 jaar: ontwikkeling, wat kan hij en wat verandert er?
Activiteiten voor je dreumes en peuter (1 tot 3 jaar): simpele spelletjes binnen en buiten