Nachtangst bij je peuter of kind (night terrors): herkennen en wat je doet
|
|
Tijd om te lezen 7 min
In het kort
Nachtangst (pavor nocturnus of night terror) is een paniekaanval vanuit de diepe slaap in de eerste 2 tot 3 uur na het inslapen: je kind gilt of huilt, lijkt wakker met open ogen, maar slaapt heel diep en je krijgt geen contact. Het komt voor bij ongeveer 1 op de 15 tot 30 kinderen, vooral tussen 3 en 12 jaar, en begint gemiddeld rond 3,5 jaar; bij dreumesen van 1 tot 2 jaar is het zeldzamer. Een aanval duurt een paar minuten tot een half uur. Maak je kind niet wakker, houd het veilig en blijf rustig in de buurt; de volgende ochtend weet je kind er niets meer van. Slaaptekort, koorts en een onregelmatig ritme lokken het uit.
|
|
Tijd om te lezen 7 min
Nachtangst, ook wel pavor nocturnus of night terror, is een paniekaanval vanuit de diepe slaap in de eerste 2 tot 3 uur na het inslapen: je kind gilt of huilt, heeft de ogen open en lijkt wakker, maar slaapt heel diep en is niet te bereiken. Het komt voor bij ongeveer 1 op de 15 tot 30 kinderen, vooral tussen 3 en 12 jaar, en begint gemiddeld rond 3,5 jaar. Een aanval duurt een paar minuten tot een half uur. Het belangrijkste wat je doet: niet wakker maken, veilig houden, rustig blijven. De volgende ochtend weet je kind er niets meer van.
| Onderdeel | Nachtangst (night terror) |
|---|---|
| Wanneer in de nacht | eerste 2 tot 3 uur na het inslapen, vaak rond hetzelfde tijdstip |
| Leeftijd | vooral 3 tot 12 jaar, begin gemiddeld rond 3,5 jaar; zeldzaam bij 1 jaar |
| Hoe vaak | ongeveer 1 op de 15 tot 30 kinderen heeft er wel eens last van |
| Duur | een paar minuten tot een half uur |
| Herinnering | geen, je kind weet er de volgende dag niets van |
| Wat je doet | niet wakker maken, veilig houden, rustig in de buurt blijven |
| Uitlokkers | slaaptekort, koorts, spanning, onregelmatig ritme, volle blaas |
Nachtangst wordt ook pavor (angst) nocturnus (nacht) genoemd, en in het Engels night terror, sleep terror of sleep tantrum. Het is een paniekaanval die je kind krijgt kort nadat het in slaap is gevallen, meestal tussen 1 en 3 uur na bedtijd. Je kindje lijkt wakker, maar niets is minder waar: het slaapt juist heel diep.
Tijdens een nachtangst kan je kind gillen, huilen, praten en om zich heen slaan, maar je krijgt geen contact. Dat komt doordat een deel van de hersenen uit de diepe slaap wordt gewekt terwijl de rest blijft slapen. Het deel dat beweegt en geluid maakt is wakker; het deel dat hoort, voelt en onthoudt slaapt door. Daarom herkent je kind je niet, duwt het je soms weg, en weet het er de volgende ochtend niets meer van.
Nachtangst komt vooral voor in de kindertijd. Naar schatting heeft ongeveer 1 op de 15 tot 30 kinderen er wel eens last van, sommige kinderen vaker dan andere. Het komt het meest voor tussen 3 en 12 jaar, en de eerste keer is gemiddeld rond 3,5 jaar. Vaak zit het in de familie: had een van jullie het vroeger, dan is de kans bij jullie kind groter.
Jongere kinderen hebben het vaker (1 tot meerdere keren per week), oudere kinderen minder vaak (1 tot een paar keer per maand). Bijna alle kinderen groeien eroverheen zodra het slaappatroon volwassener wordt.
Veel ouders zoeken op "nachtangst kind 1 jaar" of "night terrors 1 jaar" na een nacht waarin hun dreumes ontroostbaar gilde. Echte nachtangst bij 1 jaar is zeldzaam. Wat je bij baby's en dreumesen vaker ziet, is huilen, kreunen of even gillen bij de overgang tussen twee slaapcycli, of een korte, heftige nachtelijke onrust door oververmoeidheid, tandjes of een verkoudheid. Nachtelijk wakker worden is in het eerste jaar heel normaal (Galland et al., 2012).
Het verschil merk je aan de reactie: een dreumes met gewone nachtelijke onrust wordt rustig als je hem oppakt of aanraakt; een kind in een nachtangst reageert daar niet op of wordt er juist heftiger van. Meer over onrust bij baby's lees je in baby huilt in de slaap zonder wakker te worden.
Tijdens de slaap wisselen diepe non-REM-slaap en lichtere REM-slaap (waarin je droomt) elkaar af. Nachtangst ontstaat bij de overgang uit de diepe slaap, meestal in de eerste slaapcyclus van de nacht, als de hersenen niet soepel van de ene naar de andere fase gaan. Een deel wordt wakker, de rest slaapt door.
Waarom het ene kind het wel heeft en het andere niet, is niet helemaal duidelijk. Kinderhersenen moeten nog leren een stabiel slaappatroon te maken; naarmate ze ouder worden, verdwijnt het vanzelf. Daarnaast zijn er uitlokkers die de kans op een aanval vergroten:
Een nachtangst is niet hetzelfde als een nachtmerrie, en de aanpak verschilt. Bij een nachtmerrie troost je; bij een nachtangst wacht je.
| Nachtangst (night terror) | Nachtmerrie | |
|---|---|---|
| Moment | eerste 2 tot 3 uur van de nacht | tweede helft van de nacht |
| Slaapfase | diepe slaap | droomslaap (REM) |
| Wakker? | lijkt wakker, slaapt | wordt echt wakker |
| Contact | geen, reageert niet op je | zoekt troost, herkent je |
| Gedrag | gillen, slaan, zweten, snel ademen, ogen open | huilen, bang, wil vertellen |
| Herinnering | geen | ja, kan de droom navertellen |
| Weer inslapen | valt vanzelf terug in slaap | moeilijk, wil bij je blijven |
| Wat jij doet | niet wakker maken, veilig houden | troosten, geruststellen |
Meer over enge dromen en hoe je ze aanpakt lees je in nachtmerries.
Een nachtangst vindt meestal plaats in de eerste 2 tot 3 uur na het inslapen, vaak rond dezelfde tijd, bijvoorbeeld rond 22.00 of 23.00 uur. Dit zijn de belangrijkste kenmerken:
Het nare is dat je kind soms helemaal overstuur is en jij er niets aan lijkt te kunnen doen. Bedenk dat je kind er zelf niets van merkt; eigenlijk is de ouder de enige die er echt van schrikt.
Gaat je kind logeren? Zorg dat het logeeradres weet wat een nachtangst is en wat ze moeten doen.
Er bestaat geen middel dat nachtangst geneest, maar je kunt de uitlokkers flink verkleinen. Dit zijn de tips die ik ouders altijd meegeef:
Nachtangst is meestal onschuldig en gaat vanzelf over. Ga wel naar de huisarts als:
Thuisarts.nl en het consultatiebureau (JGZ-richtlijn Gezonde slaap) helpen je om uit te zoeken of het ritme, slaaptekort of iets anders meespeelt. Slaapt je peuter structureel slecht, lees dan ook slaapproblemen bij peuters en peuter wil niet slapen.
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.
Nachtangst gebeurt in de eerste helft van de nacht vanuit de diepe slaap: je kind lijkt wakker, is niet te bereiken en herinnert zich de volgende dag niets. Een nachtmerrie is een enge droom in de tweede helft van de nacht waarvan je kind echt wakker wordt, getroost wil worden en die het zich herinnert.
Binnen 1 tot 3 uur na het inslapen gilt, huilt of praat je kind met open ogen, zweet, ademt snel en is angstig of boos, maar reageert niet op je stem of aanraking. Na een paar minuten tot een half uur zakt het weg en slaapt je kind gewoon verder.
Maak je kind niet wakker en houd het niet vast als het zich verzet; dat maakt de aanval vaak langer. Zorg dat het zich niet bezeert, blijf rustig in de buurt, praat zacht en wacht tot het overgaat. Stop je kind daarna in en praat er de volgende dag niet dramatisch over.
Waarschijnlijk doordat de hersenen nog leren om soepel van de diepe slaap naar de lichtere slaap te gaan: een deel wordt wakker terwijl de rest doorslaapt. Slaaptekort, koorts, spanning, een onregelmatig ritme, slapen op een vreemde plek en een volle blaas lokken het uit. Vaak zit het in de familie.
Het kan, maar het is bij 1 jaar zeldzaam. Huilen, kreunen of even gillen in de slaap bij een baby is meestal gewoon de overgang tussen twee slaapcycli, of een korte nachtelijke onrust door tandjes of oververmoeidheid. Echte night terrors zie je vooral vanaf 2 tot 3 jaar.
Zorg voor genoeg slaap (11 tot 14 uur bij 1 tot 2 jaar, 10 tot 13 uur bij 3 tot 5 jaar), een vaste bedtijd en een rustig ritueel, laat je kind voor bed plassen en beperk drukte en schermen in de avond. Komt het bijna elke nacht rond hetzelfde tijdstip, bespreek dan met de huisarts of kort wekken vlak daarvoor een optie is.