Gratis verzending door heel NL & BE bij €35 of meer

In het kort

Tussen 1 en 2,5 jaar zet je dreumes de stap van brabbelen naar echte taal. De meeste kinderen zeggen tussen 1 en 1,5 jaar hun eerste woordjes, beginnen met zo'n 10 tot 20 woorden en krijgen daarna een periode met veel nieuwe woorden. Vanaf ongeveer 18 maanden komen tweewoordzinnetjes. Rond 2 jaar begrijpt je kind minimaal opdrachtjes van 2 woorden en zegt het ongeveer 10 woordjes; het consultatiebureau kijkt dan extra naar de taal.

Tussen 1 en 2,5 jaar zet je dreumes de stap van brabbelen naar echte taal. De meeste kinderen zeggen tussen 1 en 1,5 jaar hun eerste woordjes, beginnen met zo'n 10 tot 20 woorden en krijgen daarna een periode met veel nieuwe woorden. Vanaf ongeveer 18 maanden komen tweewoordzinnetjes. Rond 2 jaar begrijpt je kind minimaal opdrachtjes van 2 woorden en zegt het ongeveer 10 woordjes; het consultatiebureau kijkt dan extra naar de taal.

In dit artikel
  1. In het kort
  2. Wat gebeurt er met de taal tussen 1 en 2,5 jaar?
  3. Eerste woordjes en de woordenexplosie
  4. Van losse woorden naar zinnetjes
  5. Hoe stimuleer je de taal van je dreumes?
  6. Voorlezen met je dreumes
  7. En schermen, filmpjes en voorleesapps?
  8. Meertalig opvoeden: wat is normaal?
  9. Wanneer laat je de taal nakijken?

In het kort

Leeftijd (ongeveer) Begrijpen Zeggen
12 tot 18 maanden Eigen naam, eenvoudige opdrachten ('kom', 'geef je muts') Eerste woordjes, vaak 10 tot 20
18 tot 24 maanden Steeds meer woorden, korte zinnen Veel nieuwe woorden, eerste tweewoordzinnen
Rond 2 jaar (minimaal) Opdrachtjes van 2 woorden, wijst lichaamsdeel aan Ongeveer 10 woordjes
Rond 2,5 jaar (minimaal) Zinnetjes van 3 woorden ('in de tuin') Tweewoordzinnetjes ('kijk poes')

De minimale mijlpalen komen uit de JGZ-richtlijn Taalontwikkeling. De meeste kinderen zitten daar ruim boven; ze zijn bedoeld om te zien wie extra hulp nodig heeft, niet als doel.

Wat gebeurt er met de taal tussen 1 en 2,5 jaar?

De JGZ-richtlijn noemt deze periode de vroeg linguale fase: voor de buitenwereld lijkt de taal nu echt op gang te komen. Je kind zet de stap van brabbelen naar woorden met een betekenis, en later naar zinnetjes van twee of drie woorden. Tegelijk groeit het aantal woorden dat je kind begrijpt enorm.

Juist dat verschil tussen begrijpen en zeggen maakt deze leeftijd soms lastig. Je dreumes snapt 'geef je muts aan mama' of 'heb je honger?' (Kind en Gezin), maar kan zelf nog weinig zeggen. In mijn praktijk zie ik dat veel boosheid in deze fase daaruit voortkomt: je kind weet precies wat het wil en krijgt het er niet uit. Meer daarover lees je in driftbuien bij peuters.

Eerste woordjes en de woordenexplosie

De meeste kinderen zeggen hun eerste woordjes tussen 1 en 1,5 jaar (NJI). Het eerste woordje is iets wat je kind waardevol vindt: papa, mama, auto, poes. Vaak is het nog een stukje van een woord, of iets wat erop lijkt.

Na die eerste 10 tot 20 woordjes volgt bij veel kinderen een periode waarin ze ineens heel veel nieuwe woorden gebruiken. Kind en Gezin noemt dit de woordenschatexplosie. Je kind ontdekt dat alles een naam heeft en vraagt het aan iedereen. Hoe die allereerste stappen verlopen, van brabbelen tot eerste woordje, staat in wanneer gaat je baby praten.

Van losse woorden naar zinnetjes

Vanaf ongeveer 18 maanden gaan veel kinderen twee woorden combineren, zoals 'fietsje rijden' of 'appel eten' (Kind en Gezin). Soms combineren ze een woord met een gebaar. De JGZ-richtlijn laat zien hoe ver de spreiding gaat: 90 procent van de kinderen maakt de eerste tweewoordzinnen ergens tussen 15 en 25 maanden.

Tussen 2 en 3 jaar worden de zinnen langer. Vanaf ongeveer 2,5 jaar begrijpen kinderen zinnen van drie woorden en verzinnen ze eigen combinaties, zoals 'kijk, poes!' (NJI). Rond 3 jaar volgen zinnetjes van drie tot vijf woorden; hoe dat verder gaat, lees je in taalontwikkeling van je peuter. Wat je dreumes rond zijn tweede verjaardag verder allemaal kan, lees je in je peuter van 2 jaar.

Uitspraak is in deze fase nog lang niet af. Op 3 jaar is volgens de JGZ-richtlijn 50 tot 70 procent van wat een kind zegt verstaanbaar voor anderen. Dat jij je dreumes beter verstaat dan de buurvrouw is dus heel gewoon.

Hoe stimuleer je de taal van je dreumes?

Taal leer je kind niet met lesjes, maar in gewone momenten samen. Dit zijn de tips uit de JGZ-richtlijn, het NJI en Kind en Gezin die ik ouders het vaakst meegeef:

  1. Vertel wat je doet. 'Ik vouw jouw pyjama op.' 'Brr, het water is koud.'
  2. Benoem waar je kind naar kijkt of wijst. 'Oh, wil je de kiwi?' Zo koppelt je kind het woord aan het ding.
  3. Maak korte zinnen langzaam langer. 'Kijk, een paard.' Later: 'Daar staat een paard in de wei.'
  4. Gebruik echte woorden. Een hond is een hond, geen 'woefwoef'.
  5. Herhaal goed in plaats van te verbeteren. Zegt je kind 'auto rijde', zeg dan 'ja, de auto rijdt op de weg'.
  6. Geef tijd. Wacht op een reactie, vul zinnen niet meteen aan.
  7. Laat kiezen uit twee. 'Wil je een appel of een banaan?' Je kind kan wijzen, kijken of het woord zeggen.
  8. Stel concrete vragen. Niet 'hoe was het bij oma?' maar 'heb je met oma gespeeld?'
  9. Zing. Liedjes en versjes zijn ook praten.
  10. Laat je kind spelen met andere kinderen. De JGZ-richtlijn noemt informele speelafspraakjes als beschermende factor.

Voorlezen met je dreumes

Voorlezen is een van de fijnste manieren om taal te stimuleren. Bij een dreumes gaat het nog niet om het verhaal maar om samen kijken en praten (NJI):

  • Wijs de plaatjes aan en benoem ze: 'Kijk, een eend. De eend zegt kwak.'
  • Volg je kind. Bladert het door, dan blader jij mee.
  • Herhaling is goed. Hetzelfde boekje voor de twintigste keer is precies wat je kind nodig heeft.
  • Stel vragen: 'Waar is het paard?'
  • Kies een vast moment. De JGZ-richtlijn noemt voor het slapengaan als voorbeeld, en het past mooi in een vast avondritueel.

Samen plaatjes kijken en erover vertellen telt ook als voorlezen. Een vast ritueel rond bedtijd helpt je kind bovendien om rustig te worden; zie bedtijd per leeftijd. In de Numsy-app houd je het dagritme rond dutjes en bedtijd bij, en je kunt je vragen kwijt bij Numo, de coach in de app.

En schermen, filmpjes en voorleesapps?

Voor kinderen tot 2 jaar is het advies om geen schermen te gebruiken (NJI, op basis van de WHO en de Richtlijn gezond schermgebruik). Tussen 2 en 4 jaar is het advies maximaal 30 minuten per dag, verdeeld over korte momenten.

Voorleesapps lijken handig, maar ze reageren niet op je kind en passen zich niet aan zijn niveau aan (NJI). Als jij voorleest, merk je of je kind het snapt, kun je iets uitleggen en reageer je op wat het aanwijst. Kijk je toch eens samen een filmpje, doe dan mee: zing mee, benoem wat jullie zien. Hoe schermen de slaap van je kind beïnvloeden, lees je in schermen en slaap bij peuters.

Meertalig opvoeden: wat is normaal?

Spreken jullie thuis meer dan één taal, dan hoef je je daar geen zorgen over te maken. Volgens de JGZ-richtlijn verloopt de taal van een kind dat vanaf de geboorte genoeg aanbod krijgt in de talen waarmee het opgroeit vrijwel gelijk aan die van een kind met één taal. Kind en Gezin benadrukt dat talen mixen normaal is.

Drie tips voor meertalige gezinnen (Kind en Gezin; JGZ-richtlijn):

  • Spreek de taal of talen die jij goed beheerst en waarin je je prettig voelt.
  • Zorg dat elke taal genoeg aan bod komt.
  • Praat, zing en lees voor in alle talen; het hoeft niet allemaal in het Nederlands.

Vertel het consultatiebureau welke talen je kind hoort. Dat hoort bij hun vragen en helpt bij het beoordelen van de taal.

Wanneer laat je de taal nakijken?

Het consultatiebureau kijkt rond 2 jaar extra naar de taal, met het Van Wiechenonderzoek. Bij twijfel volgt rond 2,5 jaar een herbeoordeling, en op 3 jaar wordt de taal bij alle kinderen opnieuw bekeken (JGZ-richtlijn). Bespreek het eerder als:

  • je kind rond 2 jaar nog geen 10 woordjes zegt, geen opdrachtje van 2 woorden begrijpt of geen lichaamsdeel aanwijst;
  • je kind rond 2,5 jaar nog geen 2 woordjes combineert;
  • je kind weinig reageert op geluid of op zijn naam;
  • er in jullie familie taal- of leerproblemen voorkomen;
  • je je zorgen maakt, om welke reden ook.

Bij twijfel kan het consultatiebureau begeleiding geven via een logopedist of de jeugdverpleegkundige, met als doel de taal binnen een half jaar op niveau te brengen. Zo nodig wordt het gehoor onderzocht. Vroeg vragen kan nooit kwaad.

Verder lezen

Bronnen

Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.

Laat een reactie achter

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.

Een vraag over je kindje? Vraag het Numo

Numo

Numo is de slaap- en oudercoach in de Numsy-app. Stel je vraag wanneer het jou uitkomt, en houd ondertussen het dagritme van je kindje bij.

Probeer 7 dagen

Eerst 7 dagen proberen

★ 4,9 in de App Store

Numsy Shush White Noise Machine

Handig bij dit artikel

Numsy Shush White Noise Machine

Door duizenden ouders gebruikt voor rustigere nachten.

Bekijk product

Latest Stories

Deze sectie bevat momenteel geen content. Voeg content toe aan deze sectie met behulp van de zijbalk.

Veelgestelde vragen

Hoeveel woorden zegt een kind van 2 jaar?

Dat verschilt enorm. De JGZ-richtlijn noemt ongeveer 10 woordjes als het minimum rond 2 jaar; veel kinderen zeggen er dan al veel meer. Belangrijker dan tellen is of je kind veel begrijpt, opdrachtjes van 2 woorden snapt en een lichaamsdeel kan aanwijzen.

Wanneer maakt een dreumes zinnetjes van twee woorden?

Vanaf ongeveer 18 maanden beginnen veel kinderen met tweewoordzinnen zoals 'appel eten'. De spreiding is groot: 90 procent van de kinderen doet het ergens tussen 15 en 25 maanden. Rond 2,5 jaar hoort je kind 2 woordjes te kunnen combineren.

Moet ik mijn dreumes verbeteren als hij een woord fout zegt?

Nee, verbeteren hoeft niet. Herhaal het woord gewoon goed in je antwoord. Zegt je kind 'toel', zeg dan 'ja, we gaan op de stoel zitten'. Zo hoort je kind het goede voorbeeld zonder dat het zich afgewezen voelt.

Leert mijn kind later praten als we thuis twee talen spreken?

Niet als het genoeg taal hoort in beide talen; dan verloopt de taalontwikkeling volgens de JGZ-richtlijn vrijwel hetzelfde als bij één taal. Talen mixen is normaal. Spreek vooral de taal waarin jij je het best kunt uitdrukken.

Helpen filmpjes of apps bij leren praten?

Voor kinderen onder de 2 jaar is het advies om geen schermen te gebruiken. Voorleesapps reageren niet op je kind en passen zich niet aan. Zelf voorlezen en praten werkt beter, omdat jij kunt inspelen op wat je kind zegt en aanwijst.