Rond 7 à 8 maanden begint je baby te brabbelen ('dada', 'baba') en rond de eerste verjaardag herkent hij de eerste woorden. De meeste kinderen zeggen hun eerste echte woordjes tussen 1 en 1,5 jaar, en vanaf ongeveer 18 maanden komen de eerste tweewoordzinnetjes. De spreiding tussen kinderen is groot: de volgorde is voor iedereen gelijk, het tempo niet. Het consultatiebureau kijkt rond 2 jaar extra naar de taal.
In dit artikel
- In het kort
- Hoe 'praat' je baby in de eerste maanden?
- Wanneer begint een baby te brabbelen?
- Wanneer zegt een baby zijn eerste woordje?
- Van eerste woordjes naar zinnetjes
- Taalontwikkeling per leeftijd: begrijpen en zeggen
- Hoe help je je baby met praten?
- Gaat praten later als je baby twee talen hoort?
- Wanneer laat je het praten nakijken?
In het kort
| Leeftijd (ongeveer) | Wat je hoort en ziet |
|---|---|
| 0 tot 6 weken | Huilen en ontspannen zijn de eerste 'taal' |
| Vanaf 6 weken | Lachen naar bekende gezichten |
| 2 tot 4 maanden | Geluidjes, tateren en kraaien |
| 7 à 8 maanden | Brabbelen: 'dada', 'baba', 'gaga' |
| 9 tot 12 maanden | Begrijpt simpele opdrachtjes, zwaait, wijst |
| 1 tot 1,5 jaar | Eerste echte woordjes |
| Vanaf ongeveer 18 maanden | Woordenschat groeit snel, eerste tweewoordzinnetjes |
Dit zijn bandbreedtes, geen deadlines. Kind en Gezin zegt het zo: de ontwikkeling verloopt grillig, het ene kind wacht lang met het eerste woordje en leert er daarna in korte tijd heel veel bij.
Hoe 'praat' je baby in de eerste maanden?
Een pasgeboren baby communiceert al, alleen nog zonder woorden. Hij huilt als hij honger heeft, moe is of zich ongemakkelijk voelt, en ontspant als hij tevreden is (NJI). Ook in de ogen wrijven of onrustig worden is een signaal. Door daarop te reageren leer jij je baby kennen, en leert je baby dat er iemand komt als hij iets laat zien. Daar begint de taal.
Vanaf ongeveer 6 weken gaat je baby lachen naar bekende gezichten. Tussen 2 en 3 maanden komen de eerste verschillende klanken, en vanaf een maand of 4 maakt hij allerlei geluidjes en begint hij te kraaien. Kind en Gezin noemt dit tateren: je baby probeert hard en zacht, hoog en laag, en maakt zelfs klanken die in jullie taal niet voorkomen.
Wat ik ouders altijd meegeef: praat terug. Maak een geluidje, wacht, en kijk wat je baby doet. Zo hebben jullie je eerste gesprekje, met beurten.
Wanneer begint een baby te brabbelen?
Rond 7 à 8 maanden begint de brabbelfase. Je baby zegt dezelfde klanken achter elkaar ('dadada', 'mamama') en wisselt in toonhoogte (JGZ-richtlijn Taalontwikkeling; NJI). Die klanken hebben nog geen betekenis, maar je baby traint er wel zijn mondspieren mee.
In dezelfde periode komen de gebaren: zwaaien, wijzen, ja knikken en nee schudden, of meedoen met gebaartjes bij een liedje. Tussen 8 en 12 maanden oefent je baby volop. Hij 'vertelt' lange verhalen in brabbeltaal met de melodie van echte zinnen.
Wanneer zegt een baby zijn eerste woordje?
Begrijpen komt eerst. Vanaf ongeveer 9 maanden begint je baby eenvoudige opdrachtjes te snappen, zoals 'geef maar aan mij'. Rond de eerste verjaardag herkent hij woorden en reageert hij op de betekenis, vooral op het woord met de meeste nadruk in je zin (NJI). Zeg je 'pak je jas, we gaan naar buiten', dan reageert hij op 'jas'.
De eerste echte woordjes komen bij de meeste kinderen tussen 1 en 1,5 jaar. Het is vaak iets wat je kind belangrijk vindt: papa, mama, poes, auto. Niet perfect uitgesproken, maar wel steeds hetzelfde klankje bij hetzelfde ding (Kind en Gezin). In het begin gebruiken de meeste kinderen zo'n 10 tot 20 losse woordjes. Daarna volgt vaak een periode waarin er ineens heel veel nieuwe woorden bijkomen.
Van eerste woordjes naar zinnetjes
Vanaf ongeveer 18 maanden gaan veel kinderen twee woorden combineren: 'appel eten', 'fietsje rijden' (Kind en Gezin). De JGZ-richtlijn laat zien hoe groot de spreiding is: 90 procent van de kinderen maakt zijn eerste tweewoordzinnen ergens tussen 15 en 25 maanden. Wat hier bij de een vroeg komt, komt bij de ander een half jaar later, en allebei is normaal. Hoe de taal zich daarna tot 3 jaar ontwikkelt, lees je in taalontwikkeling van je peuter.
In deze fase begrijpt je kind veel meer dan het kan zeggen. Dat kan frustrerend zijn. Help door te benoemen wat je denkt dat je kind bedoelt, ook als het iets wil wat niet mag: 'Wil je een koekje? Nee, we gaan zo eten' (NJI). Zo voelt je kind zich begrepen en hoort het meteen de woorden die het nodig heeft. Hoe het praten daarna verder gaat, lees je in taalontwikkeling van je dreumes.
Taalontwikkeling per leeftijd: begrijpen en zeggen
| Leeftijd | Wat je kind begrijpt | Wat je kind zegt of doet |
|---|---|---|
| 0 tot 3 maanden | Jouw stem en gezicht | Huilen, ontspannen, lachen vanaf ongeveer 6 weken |
| 3 tot 6 maanden | Toon van je stem | Tateren, kraaien, geluidjes terug |
| 6 tot 9 maanden | Bekende namen en geluiden | Brabbelen vanaf 7 à 8 maanden, eerste gebaren |
| 9 tot 12 maanden | Simpele opdrachtjes, woorden met nadruk | Zwaaien, wijzen, oefenen met klanken |
| 12 tot 18 maanden | Eigen naam, eenvoudige opdrachten | Eerste woordjes, vaak 10 tot 20 |
| 18 tot 24 maanden | Steeds meer woorden en korte zinnen | Snelle groei van woorden, eerste tweewoordzinnen |
Bronnen: NJI, Kind en Gezin en de JGZ-richtlijn Taalontwikkeling. Een overzicht van alle ontwikkelingsstappen per maand vind je in mijlpalen van je baby per maand.
Hoe help je je baby met praten?
Je hoeft geen oefenmomenten in te plannen. Taal leert je kind in gewone momenten met jou: verschonen, eten, aankleden, wandelen. Dit werkt volgens NJI, Kind en Gezin en de JGZ-richtlijn:
- Praat met je baby, niet alleen tegen hem. Vertel wat je doet: 'Ik doe je sokken uit. Hopla, de sokken zijn uit.'
- Kom dichtbij. Op ongeveer 20 centimeter ziet je baby je gezicht het best, de afstand van je arm tijdens de voeding (Kind en Gezin).
- Doe zijn geluidjes na en wacht. Geef je baby de tijd om te reageren.
- Benoem waar hij naar kijkt. 'Ja, daar is de poes.'
- Gebruik echte woorden. Zeg 'hond' en niet 'woefwoef'. Meebrabbelen mag, zolang je ook gewone taal gebruikt.
- Verbeter niet, herhaal goed. Zegt je kind 'balle', zeg dan 'ja, een ballon'.
- Zing en speel kiekeboe. Liedjes met gebaren en spelletjes waarin je op elkaar reageert zijn taaloefening.
- Kijk samen in boekjes. Vanaf ongeveer 4 maanden kun je plaatjes benoemen (NJI). Een vast moment, bijvoorbeeld voor het slapengaan, maakt er een ritueel van.
Meer ideeën per leeftijd vind je in spelen met je baby per leeftijd.
Contact maken kost een jonge baby veel energie. Kijkt hij even weg, dan is dat vaak een pauze om bij te komen (NJI); probeer het later gewoon weer. Een rustig dagritme met genoeg slaap helpt daarbij. In de Numsy-app houd je dat dagritme bij, en je kunt je vragen kwijt bij Numo, de coach in de app.
Gaat praten later als je baby twee talen hoort?
Veel ouders vrezen dat twee talen voor vertraging zorgen. De JGZ-richtlijn Taalontwikkeling is daar duidelijk over: krijgt een kind vanaf de geboorte genoeg taal in de talen waarmee het opgroeit, dan verloopt de ontwikkeling vrijwel gelijk aan die van kinderen die één taal leren. Kind en Gezin voegt toe dat kinderen die meertalig opgroeien vaak talen mixen, en dat dat normaal is.
Het advies voor ouders: spreek de taal waarin jij je het best kunt uitdrukken, en zorg dat elke taal genoeg aan bod komt, met praten, zingen en voorlezen.
Wanneer laat je het praten nakijken?
Het consultatiebureau volgt de ontwikkeling van je kind met het Van Wiechenonderzoek (NCJ). Rond 2 jaar wordt extra naar de taal gekeken. Volgens de JGZ-richtlijn zijn dit de mijlpalen die op die leeftijd minimaal bereikt moeten zijn:
| Leeftijd | Minimaal bereikt |
|---|---|
| 2 jaar | Begrijpt opdrachtjes van 2 woorden ('jas aan'), wijst 1 of meer lichaamsdelen aan, zegt ongeveer 10 woordjes |
| 2,5 jaar | Begrijpt zinnetjes van 3 woorden ('op de stoel'), maakt tweewoordzinnetjes |
| 3 jaar | Maakt zinnetjes van 3 woorden |
Je hoeft niet tot 2 jaar te wachten met een vraag. Bespreek het eerder met het consultatiebureau als:
- je baby weinig brabbelt of weinig geluidjes maakt;
- je baby nauwelijks reageert op geluid of op je stem;
- je baby geen kiekeboe of nadoe-spelletjes doet tegen het einde van het eerste jaar;
- je je gewoon zorgen maakt, ook als je niet precies weet waarom.
Bij twijfel kan het consultatiebureau begeleiding of een logopedist inschakelen, en zo nodig het gehoor laten testen. Vertel het ook als er in de familie taalproblemen voorkomen: dat weegt de JGZ mee.
Verder lezen
- Baby 6 maanden oud
- Baby 9 maanden oud: ontwikkeling, wat hij kan, slaap en voeding
- Baby 12 maanden oud: ontwikkeling, gewicht en lengte, slaap en voeding
- Driftbuien bij peuters: waarom ze erbij horen en wat je kunt doen
Bronnen
- NJI, Baby: taal, eerste woordjes, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Baby: voorlezen, Nederlands Jeugdinstituut
- Kind en Gezin, Taalontwikkeling 0-3 jaar
- JGZ-richtlijn Taalontwikkeling
- NCJ, Van Wiechenonderzoek (JGZ-screening ontwikkeling/mijlpalen)
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Motorische ontwikkeling baby: grove en fijne motoriek stimuleren
Taalontwikkeling van je dreumes (1 tot 2,5 jaar): woordjes, zinnetjes en stimuleren