Motorische ontwikkeling is hoe je baby leert zijn spieren te gebruiken: grote bewegingen zoals rollen, zitten en kruipen (grove motoriek) en kleine bewegingen met handen en vingers zoals grijpen en de pincetgreep (fijne motoriek). Je stimuleert het vooral door ruimte te geven: veel vrij bewegen op de grond, regelmatig wakker op de buik, wisselende houdingen en niet te lang in stoeltjes. Het NJI adviseert verspreid over de dag minstens 3 uur bewegen.
In dit artikel
- In het kort
- Wat is motorische ontwikkeling?
- Grove en fijne motoriek: wat is het verschil?
- Hoe stimuleer je de grove motoriek?
- Hoe stimuleer je de fijne motoriek?
- Minder stoeltje, meer vloer
- Voorbeeld: beweegkansen door de dag (baby van 3 tot 9 maanden)
- Wanneer vraag je het consultatiebureau om mee te kijken?
In het kort
| Wat helpt | Wat zegt de bron? |
|---|---|
| Vrij bewegen | Verspreid over de dag minstens 3 uur (NJI) |
| Buikligging | Wakker en onder toezicht, minstens 30 minuten per dag (NJI) |
| Wisselende houdingen | Op de grond, op schoot, op de zij, op de buik (Kind en Gezin) |
| Wipstoel | Paar keer per dag kort, liefst niet langer dan een kwartier (JGZ) |
| Autostoel, kinderstoel | Niet langer dan een uur achter elkaar (NJI) |
| Niet forceren | Je baby leert iets nieuws als hij eraan toe is (Kind en Gezin) |
Wat is motorische ontwikkeling?
Het NJI omschrijft het als het proces waarin een kind controle krijgt over zijn spieren en die leert gebruiken. Baby's ontdekken nieuwe bewegingen stap voor stap, meestal in een vaste volgorde: eerst het hoofdje optillen, later rollen, zitten, kruipen en lopen.
Waarom het ertoe doet: goed kunnen bewegen helpt bij bijna alles wat een kind leert. Om de wereld te ontdekken moet je kunnen bewegen en dingen vastpakken, en ook bij gebaren maken en leren praten komt beweging kijken (NJI).
Wat ik ouders altijd meegeef: je hoeft geen trainer te zijn. Je baby doet het werk; jij zorgt voor de ruimte.
Grove en fijne motoriek: wat is het verschil?
| Grove motoriek | Fijne motoriek | |
|---|---|---|
| Wat | Grote bewegingen met het hele lijf | Kleine, precieze bewegingen, vooral met handen en vingers |
| Voorbeelden 0-12 maanden | Hoofd optillen, rollen, zitten, kruipen, optrekken | Handjes openen, grijpen, overpakken, pincetgreep |
| Voorbeelden 1-2 jaar | Lopen, rennen, klimmen, traplopen | Blokjes stapelen, krassen, met een lepel eten |
| Volgorde | Komt eerst | Ontwikkelt zich later dan de grove motoriek (NJI) |
Een paar stappen in de fijne motoriek, volgens Kind en Gezin: rond 3 maanden zijn de handjes meestal open, rond 2 tot 3 maanden is je baby geboeid door zijn eigen handen, vanaf 3,5 tot 6 maanden grijpt hij gericht, tussen 6 en 9 maanden pakt hij een speeltje over van de ene naar de andere hand, en tussen 9 en 12 maanden komt de pincetgreep: een kruimel oppakken tussen duim en wijsvinger. Vanaf ongeveer 12 maanden beginnen veel kinderen te krassen, zodra ze een potlood te pakken krijgen.
Hoe stimuleer je de grove motoriek?
Kind en Gezin noemt drie basisboodschappen voor bewegen bij baby's: bewegingskansen geven, buikligtussendoortjes en wisselende houdingen. Concreet:
- Vrij bewegen op de grond. Een speelkleed of dekentje op de vloer is de beste oefenplek. Daar kan je baby schoppen, draaien en later rollen en kruipen.
- Regelmatig wakker op de buik, altijd met jou erbij. Zo worden nek, rug, armen en schouders sterk, de basis voor zitten en kruipen. Hoe je dat opbouwt lees je in onze uitleg over tummy time.
- Wissel van houding. Op de rug, op de buik, op de zij met een opgerold handdoekje in zijn rug, op je schoot (Kind en Gezin).
- Lok met iets interessants. Een speeltje net buiten bereik, of jij een stukje verderop, maakt dat hij ernaartoe wil (NJI).
- Aanmoedigen. Complimentjes en aandacht zorgen dat je kind net iets langer volhoudt (Kind en Gezin).
Hoe stimuleer je de fijne motoriek?
Ook hier geldt: aanbieden, niet aanleren. Kind en Gezin geeft als voorbeeld dat het geen zin heeft een baby van 6 maanden al te leren tekenen: zijn handjes kunnen een potlood nog niet goed vasthouden. Wat wel helpt:
- Iets om te pakken. Een rammelaar, een zacht boekje, een babygym boven hem (Kind en Gezin; NJI).
- Gewone spullen. Doosjes die open en dicht kunnen, potjes die in elkaar passen, een pan om op te trommelen (NJI).
- Samen ontdekken. Dingen in en uit een bakje doen, tegen elkaar slaan, laten vallen. Dat is precies hoe baby's hun handen leren gebruiken.
- Zelf laten eten. Rond een jaar gaan veel kinderen zelf met hun handen eten (NJI). Knoeien hoort erbij.
Let op: zodra je baby kleine dingen kan oppakken, gaan die meestal direct naar de mond (Kind en Gezin). Houd alles kleiner dan 3,5 centimeter buiten bereik (NJI).
Minder stoeltje, meer vloer
Dit is het advies dat in alle bronnen terugkomt. In een stoeltje kan je baby zich niet vrij bewegen.
| Plek | Advies |
|---|---|
| Wipstoeltje | Hooguit een paar keer per dag kort, liefst niet langer dan een kwartier, in de ligstand (JGZ-richtlijn Voorkeurshouding) |
| Autostoel (maxi-cosi) | Alleen om te vervoeren, niet als zitje overdag (Kind en Gezin) |
| Kinderstoel, autostoel | Niet langer dan een uur achter elkaar (NJI) |
| Box | Beter dan een stoeltje voor wakkere momenten (JGZ-richtlijn Voorkeurshouding), maar niet de hele tijd (Kind en Gezin) |
| Loophulp, wipper, zitje | Niet te veel: deze houdingen beperken de ontwikkeling van romp en schouders (Kind en Gezin) |
| Kleed op de grond | De beste plek om te bewegen |
Kind en Gezin zegt ook dat je baby het prettig vindt om eens in de relax te zitten. Het gaat dus niet om nooit, maar om de balans. Hoe lang een wipstoel of maxi-cosi verantwoord is, ook om in te slapen, lees je in baby slapen in de maxi-cosi of wipstoel.
Voorbeeld: beweegkansen door de dag (baby van 3 tot 9 maanden)
| Moment | Beweegkans |
|---|---|
| Wakker worden | Even op het kleed, op de rug schoppen of op de buik |
| Verschonen | Kort op de buik of zij op het aankleedkussen, met jouw hand op hem (Kind en Gezin; JGZ) |
| Voeden | Afwisselend linker- en rechterarm, boeren over beide schouders (Kind en Gezin) |
| Spelen | Speeltje aan de zijkant of net buiten bereik |
| Dragen | Afwisselen van kant en houding, ook eens met zijn rug tegen je aan zodat hij rondkijkt (Kind en Gezin) |
| Onderweg | Autostoel voor de rit, thuis weer op de grond |
Bewegen kost energie, en een baby die overdag veel heeft gedaan, heeft zijn slaap hard nodig. Waarom slaap zo belangrijk is voor de ontwikkeling lees je in waarom slapen baby's zoveel. Wil je zien hoe bewegen, dutjes en wakkertijden in jullie dag passen, dan houd je dat bij in de Numsy-app en kun je Numo je vragen stellen over het dagritme.
Wanneer vraag je het consultatiebureau om mee te kijken?
Er zit veel spreiding in de motorische ontwikkeling; een paar maanden eerder of later is gewoon (NJI). Vraag het consultatiebureau om mee te kijken als:
- je baby een kant van zijn lijf duidelijk minder gebruikt, of zijn hoofd bijna altijd naar dezelfde kant houdt (zie ook voorkeurshouding bij je baby);
- hij een stuk achterloopt op de bandbreedtes in de maandartikelen, zoals baby 6 maanden oud, baby 8 maanden oud of baby 12 maanden oud;
- je je zorgen maakt, om wat voor reden ook.
Verder lezen
- Baby 6 maanden oud
- Baby 8 maanden oud
- Baby 12 maanden oud: ontwikkeling, gewicht en lengte, slaap en voeding
- Voorkeurshouding bij je baby: zo voorkom je een afgeplat hoofdje
- Baby slapen in de maxi-cosi of wipstoel: hoe lang mag dat?
- Waarom slapen baby's zoveel? Wat slaap doet voor de ontwikkeling
Bronnen
- NJI, Baby: motorische ontwikkeling
- NJI, Peuter: motorische ontwikkeling
- Kind en Gezin, Van liggen tot lopen
- Kind en Gezin, Van grijpen tot schrijven
- Kind en Gezin, Ontwikkeling en wisselhouding stimuleren
- JGZ-richtlijn Voorkeurshouding en schedelvervorming, NCJ
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Tummy time: vanaf wanneer, hoe lang en als je baby huilt
Wanneer gaat je baby praten? Van brabbelen tot de eerste woordjes