Mijlpalen zijn nieuwe vaardigheden die de meeste kinderen in een bepaalde periode leren, zoals omrollen (vaak rond 4 tot 6 maanden), los zitten (rond 6 tot 9 maanden), kruipen of schuiven (rond 6 tot 12 maanden) en los lopen (meestal tussen 12 en 18 maanden). De eerste woordjes komen meestal tussen 1 jaar en anderhalf jaar. Elk kind volgt zijn eigen tempo: een paar maanden eerder of later is heel gewoon, en het consultatiebureau kijkt met je mee als je twijfelt.
In dit artikel
- In het kort
- Wat zijn mijlpalen en hoe kijkt het consultatiebureau ernaar?
- Mijlpalen per periode in één tabel
- 0 tot 3 maanden: kijken, lachen en het hoofdje leren dragen
- 4 tot 6 maanden: grijpen en de eerste keer omrollen
- 7 tot 9 maanden: in beweging komen en brabbelen
- 10 tot 12 maanden: optrekken en de eerste woordjes
- 12 tot 24 maanden: van eerste stapjes naar rennen en zinnetjes
- Waarom verschilt het zo per kind?
- Hoe help je je kind op weg?
- Wanneer vraag je het consultatiebureau om mee te kijken?
In het kort
| Mijlpaal | Wanneer ongeveer |
|---|---|
| Hoofd een tijdje rechtop houden | Rond 3 maanden |
| Gericht grijpen | Vanaf 3,5 tot 6 maanden |
| Omrollen | Vaak rond 4 tot 6 maanden, soms later |
| Zitten met wat steun / alleen zitten | Rond 6 maanden / rond 9 maanden |
| Kruipen, tijgeren of schuiven | Vanaf 6 tot 9 maanden, sommige kinderen slaan het over |
| Optrekken tot staan | Rond 9 tot 12 maanden |
| Losse stapjes | Gemiddeld rond 14 tot 15 maanden, tot 18 maanden is gewoon |
| Eerste woordjes | Meestal tussen 1 en 1,5 jaar |
Wat zijn mijlpalen en hoe kijkt het consultatiebureau ernaar?
Een mijlpaal is een vaardigheid die je kind nieuw leert: rollen, zitten, brabbelen, zwaaien. Het zijn geen examens met een vaste datum. De JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling zegt het duidelijk: de leeftijd waarop gezonde kinderen een mijlpaal halen kent een grote spreiding, en ook de volgorde kan per kind verschillen.
Het consultatiebureau volgt de ontwikkeling met het Van Wiechenonderzoek, van 0 tot 4 jaar (NCJ). Dat gebeurt op een vaste, genormeerde manier en altijd in gesprek met jou. Het NCJ omschrijft het mooi: ouders zijn de expert van hun kind, de jeugdarts en jeugdverpleegkundige zijn expert in de ontwikkeling van alle kinderen.
In mijn praktijk merk ik dat ouders vooral schrikken van lijstjes met één leeftijd per vaardigheid. Daarom staan hieronder steeds bandbreedtes.
Mijlpalen per periode in één tabel
| Leeftijd | Bewegen (motoriek) | Taal | Contact (sociaal) |
|---|---|---|---|
| 0 tot 3 maanden | Hoofd even optillen op de buik, steunen op de onderarmen; handjes gaan open (rond 3 maanden) | Eerste geluidjes, vanaf 2 tot 3 maanden tateren | Eerste lachje vanaf ongeveer 6 weken, steeds langer oogcontact |
| 4 tot 6 maanden | Gericht grijpen, omrollen (vaak eerst van buik naar rug), zitten met wat steun rond 6 maanden | 'Uh, uh'-geluidjes en kraaien vanaf ongeveer 4 maanden | Om de beurt 'praten', reageert op gezichten en kiekeboe |
| 7 tot 9 maanden | Tijgeren of kruipen, speeltje van de ene naar de andere hand, alleen zitten rond 9 maanden | Brabbelen ('dada, baba') vanaf 7 tot 8 maanden | Zwaaien, wijzen; eenkennigheid kan beginnen |
| 10 tot 12 maanden | Optrekken tot staan, langs meubels lopen, pincetgreep | Begrijpt eenvoudige opdrachten, eerste woordjes rond 1 jaar | Eenkennigheid (vaak 9 tot 12 maanden) |
| 12 tot 18 maanden | Aan de hand lopen, eerste losse stapjes (gemiddeld 14 tot 15 maanden), krassen met een potlood | Eerste woorden (1 tot 1,5 jaar), reageert op eigen naam | Zelf eten met de handen, wil veel zelf ontdekken |
| 18 tot 24 maanden | Beter evenwicht, rennen, klimmen, met hulp de trap op | Tweewoordzinnen vanaf ongeveer 18 maanden, snel nieuwe woorden | Eigen wil, peuterpuberteit vanaf ongeveer 18 maanden, doen-alsof-spel |
Bronnen per kolom: bewegen uit Kind en Gezin en NJI, taal uit Kind en Gezin en NJI, contact uit het NJI.
0 tot 3 maanden: kijken, lachen en het hoofdje leren dragen
Een pasgeboren baby heeft weinig spierkracht. Op zijn buik tilt hij zijn hoofd steeds vaker even op en steunt hij op zijn onderarmen (NJI). Rond 3 maanden kan hij zijn hoofd een tijdje rechtop houden en zijn de handjes meestal open; rond 2 tot 3 maanden is hij geboeid door zijn eigen handen (Kind en Gezin). Vanaf ongeveer 6 weken komt het eerste lachje (NJI). Meer per maand lees je in baby 1 maand oud, baby 2 maanden oud en baby 3 maanden oud.
4 tot 6 maanden: grijpen en de eerste keer omrollen
Vanaf 3,5 tot 6 maanden grijpt je baby gericht naar dingen (Kind en Gezin). Omrollen begint vaak van buik naar rug, soms eerst een beetje per ongeluk omdat het hoofd zo zwaar is; van rug naar buik komt meestal later (NJI). Rond 6 maanden kunnen veel kinderen zitten met wat steun. Je baby maakt nu allerlei geluidjes en kraait. Zie ook baby 4 maanden oud, 5 maanden en 6 maanden.
7 tot 9 maanden: in beweging komen en brabbelen
Vanaf 6 tot 9 maanden gaat je kind zich op een of andere manier verplaatsen: tijgeren, kruipen, rollen of op de billen schuiven (Kind en Gezin). Rond 9 maanden kunnen de meeste kinderen alleen zitten. Rond 7 tot 8 maanden begint het brabbelen en komen gebaren zoals zwaaien en wijzen (NJI). Vanaf 9 tot 12 maanden worden veel kinderen eenkennig; dat hoort bij een veilige band met jou (NJI). Meer in baby 7 maanden oud, 8 maanden en 9 maanden.
10 tot 12 maanden: optrekken en de eerste woordjes
Tussen 9 en 12 maanden trekken de meeste baby's zich op tot staan en gaan ze daarna zijwaarts langs meubels (Kind en Gezin). Tussen 9 en 12 maanden pakken veel kinderen een kruimel op tussen duim en wijsvinger, de pincetgreep. Vanaf 9 maanden begrijpt je kind eenvoudige opdrachten, en rond de eerste verjaardag komen bij veel kinderen de eerste woordjes. Lees verder in baby 10 maanden oud, 11 maanden en 12 maanden.
12 tot 24 maanden: van eerste stapjes naar rennen en zinnetjes
De meeste kinderen lopen aan de hand ergens tussen 8 en 15 maanden (NJI). De eerste losse stapjes komen gemiddeld rond 14 tot 15 maanden; pas op 18 maanden los lopen is niet abnormaal (Kind en Gezin). De JGZ ziet los lopen rond 18 maanden als een belangrijk ijkmoment. Vanaf ongeveer 18 maanden wordt je kind behendiger: rennen, klimmen, met een bal spelen.
Met taal gaat het nu snel. Na de eerste 10 tot 20 woordjes volgt vaak een periode met heel veel nieuwe woorden, en vanaf ongeveer 18 maanden komen tweewoordzinnen zoals 'appel eten' (NJI; Kind en Gezin). Ook de eigen wil groeit: vanaf ongeveer 18 maanden begint de peuterpuberteit (Kind en Gezin), zie driftbuien bij peuters.
Waarom verschilt het zo per kind?
Ontwikkeling gaat met sprongetjes en soms even niet. Kind en Gezin beschrijft het voor taal: het ene kind wacht lang met zijn eerste woordje en leert er daarna in korte tijd heel veel, het andere begint vroeg. Bij bewegen is het net zo. Kinderen die op hun billen schuiven in plaats van kruipen, lopen bijvoorbeeld vaak wat later los (JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling). Ook als je kind ergens hard aan werkt, zie je dat vaak terug in de nachten; daarover lees je meer in sprongen en slaap.
Hoe help je je kind op weg?
Je hoeft niets te trainen. Wat volgens het NJI en Kind en Gezin het meest helpt:
- Ruimte om te bewegen. Op een kleed op de grond, regelmatig wakker en onder toezicht op de buik, en niet te lang in een autostoel, wipper of kinderstoel.
- Praten en reageren. Vertel wat je doet, doe geluidjes na en wacht op een reactie.
- Samen spelen. Kiekeboe, liedjes met gebaren, blokjes omgooien. Gewone spullen uit huis zijn vaak genoeg.
- Ritme. Een voorspelbaar dagritme geeft houvast en veiligheid (NJI).
- Aanmoedigen, niet forceren. Je kind leert iets nieuws als zijn lijf eraan toe is.
Bij dat dagritme kan de Numsy-app helpen: je houdt dutjes en wakkertijden bij en kunt Numo je vragen stellen over slaap en ritme.
Wanneer vraag je het consultatiebureau om mee te kijken?
Je hoeft niet te wachten op de volgende afspraak. Bel of vraag het consultatiebureau (in Vlaanderen Kind en Gezin) als:
- je je zorgen maakt, ook als je het niet precies kunt benoemen;
- je kind een kant van zijn lichaam duidelijk minder gebruikt, of steeds in dezelfde scheve houding ligt of zit;
- je kind een mijlpaal ruim later haalt dan de bandbreedtes hierboven en ook op andere gebieden weinig vooruitgaat;
- je kind rond de 18 maanden nog niet los loopt, want dat is voor de JGZ een belangrijk moment om even goed te kijken.
Bijna altijd blijkt het een gewone variatie te zijn. En als er wel iets speelt, is het fijn dat je het vroeg weet.
Verder lezen
- Baby 1 maand oud
- Baby 3 maanden oud
- Baby 6 maanden oud
- Baby 9 maanden oud: ontwikkeling, wat hij kan, slaap en voeding
- Baby 12 maanden oud: ontwikkeling, gewicht en lengte, slaap en voeding
- Sprongen en slaap: waarom je baby slechter slaapt tijdens een sprong
Bronnen
- NCJ, Van Wiechenonderzoek (JGZ-screening ontwikkeling 0-4 jaar)
- JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling, NCJ
- NJI, Baby: algemene ontwikkeling (eerste 2 jaar)
- NJI, Baby: taal, eerste woordjes
- Kind en Gezin, Van liggen tot lopen
- Kind en Gezin, Taalontwikkeling 0-3 jaar
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Baby 1 maand oud
Wanneer gaat een baby omrollen? Van buik naar rug en terug