De bekende sprongen uit Oei, ik groei! vallen rond 5, 8, 12, 19, 26, 37, 46, 55, 64 en 75 weken (gerekend vanaf de uitgerekende datum). Rond zo'n stap in de ontwikkeling slaapt een deel van de baby's een tot enkele weken onrustiger: moeilijker inslapen, vaker wakker, korte dutjes, of juist meer slapen. De weken zelf zijn niet wetenschappelijk bewezen, maar de ontwikkelingsstappen erachter verklaren goed waarom de slaap even rammelt. Wat helpt: ritme vasthouden, overdag oefenen, extra troost zonder nieuwe gewoontes.
In dit artikel
- In het kort
- Wat is een sprong en wat doet die met de slaap?
- Is de link tussen sprongen en slaap bewezen?
- Sprongen en slaap per sprong: de tabel
- Slecht slapen bij sprong 4 tot 6: 4 tot 9 maanden
- Slecht slapen bij sprong 7 tot 10: 10 tot 17 maanden
- Slecht slapen bij 18 tot 22 maanden: is dat nog een sprong?
- Baby slaapt veel tijdens een sprong: ook normaal
- Baby in slaap helpen tijdens een sprong: 6 dingen die werken
- Wanneer is het geen sprong?
In het kort
- Sprongen zijn een handig kader, geen klok: kijk naar je baby, niet naar de kalender.
- Slecht slapen rond een sprong duurt meestal een tot enkele weken.
- Ritme, ritueel en wakkertijden houd je precies zoals altijd; troost mag extra, in bed.
- Na 17 maanden zijn er geen sprongen meer uit het boek; dan speelt de peuterontwikkeling.
Wat is een sprong en wat doet die met de slaap?
Een sprong is in Oei, ik groei! een periode waarin je baby de wereld ineens anders waarneemt en een nieuwe vaardigheid leert: patronen zien, grijpen, rollen, kruipen, staan, woordjes. Het boek beschrijft per sprong een onrustige fase (hangerig, huilerig, veel bij mama of papa willen zijn) en daarna een sprong vooruit.
Voor de slaap betekent zo'n fase drie dingen: je baby komt moeilijker tot rust, hij oefent de nieuwe vaardigheid het liefst midden in de nacht in bed, en hij wil dichter bij je zijn. Het resultaat: langer inslapen, vaker wakker, kortere dutjes.
Is de link tussen sprongen en slaap bewezen?
De exacte weken niet. Onafhankelijk onderzoek heeft de tien sprongen als vaste kalender niet kunnen bevestigen; gebruik ze dus als hulpmiddel, niet als verklaring voor alles. Wat wél goed onderbouwd is: nachtelijk wakker worden komt bij een groot deel van de baby's van 6 tot 18 maanden voor, en de slaap van baby's verandert in het eerste jaar voortdurend van patroon.
Wat ik in mijn praktijk zie: niet de week, maar de mijlpaal bepaalt de onrust. Een baby die net leert rollen of staan, doet dat in bed; een baby met verlatingsangst roept om je. Die stappen vallen grofweg samen met de sprongen uit het boek, en daarom herkennen zoveel ouders zich erin.
Sprongen en slaap per sprong: de tabel
| Sprong | Rond week | Leeftijd ongeveer | Wat je vaak merkt in de slaap |
|---|---|---|---|
| 1 | 5 | 1 maand | Meer huilen, moeilijk tot rust komen, korte slaapjes |
| 2 | 8 | 2 maanden | Onrustige avonden, veel voeden, wakker van eigen bewegingen |
| 3 | 12 | 3 maanden | Kortere dutjes, meer prikkels, dag-nachtritme wordt zichtbaar |
| 4 | 19 | 4 tot 5 maanden | Vaak wakker 's nachts, oefenen met rollen; valt samen met de slaapregressie van 4 maanden |
| 5 | 26 | 6 maanden | Verlatingsangst begint, huilen bij neerleggen, korte dutjes |
| 6 | 37 | 8 tot 9 maanden | Kruipen en zitten in bed, vaak wakker, dutjesovergang naar 2 |
| 7 | 46 | 10 tot 11 maanden | Staan in bed, roept om jou, vroeg wakker |
| 8 | 55 | 12 tot 13 maanden | Dutjes weigeren, eerste stapjes oefenen, bedtijd wordt strijd |
| 9 | 64 | 14 tot 15 maanden | Eigen wil, dutje weigeren, overgang naar 1 dutje in zicht |
| 10 | 75 | 17 maanden | Taal en fantasie, angstig wakker worden, moeilijker loslaten |
Slecht slapen bij sprong 4 tot 6: 4 tot 9 maanden
Dit zijn de sprongen waar ouders het meest op zoeken, en niet voor niets. Rond sprong 4 (19 weken) verandert de slaap van je baby blijvend in cycli met korte wakkermomenten; dat is de slaapregressie van 4 maanden. Rond sprong 5 (26 weken) begint de verlatingsangst: je baby snapt dat jij weggaat en vindt dat niet fijn.
Sprong 6 (37 weken, 8 tot 9 maanden) is de sprong van kruipen, zitten en optrekken. Je baby oefent dat in bed en kan zichzelf niet altijd terugleggen. Tegelijk gaat hij van 3 naar 2 dutjes. Wat helpt: overdag veel laten oefenen op de grond, zodat het 's nachts minder spannend is, en de wakkertijden aanpassen aan 2 dutjes. Meer daarover in slaapregressie 9 maanden.
Slecht slapen bij sprong 7 tot 10: 10 tot 17 maanden
Bij sprong 7 en 8 (10 tot 13 maanden) staat je baby in bed en gaat hij lopen. Dutjes worden geweigerd, terwijl je dreumes ze nog nodig heeft: tot 15 tot 18 maanden blijven 2 dutjes meestal passend. Houd ze aan, ook als het protest oplevert. Rond sprong 9 (64 weken, 14 tot 15 maanden) komt de eigen wil erbij, en dat merk je bij bedtijd. Sprong 10 (75 weken, 17 maanden) is de laatste uit het boek: taal en fantasie groeien, en daarmee soms angstig wakker worden.
Bij deze sprongen helpt vooral duidelijkheid: hetzelfde ritueel, dezelfde zin bij het neerleggen, dezelfde reactie als je dreumes staat of roept. Rustig terugleggen, weinig woorden, weer weg.
Slecht slapen bij 18 tot 22 maanden: is dat nog een sprong?
Niet volgens het boek: na 75 weken houden de sprongen op. Toch zoeken veel ouders op "20 maanden sprong slecht slapen" of "22 maanden sprong". Wat er dan speelt, is de peuterontwikkeling: een taalexplosie, een sterke eigen wil, nieuwe angsten (donker, alleen zijn), de overgang naar 1 dutje en soms een broertje of zusje op komst.
De aanpak is hetzelfde als bij de sprongen, met meer nadruk op grenzen en voorspelbaarheid. Lees daarvoor slaapregressie 18 maanden en slaapregressie 2 jaar.
Baby slaapt veel tijdens een sprong: ook normaal
Ja. Waar de ene baby wakker ligt, slaapt de andere juist meer: langere dutjes, eerder moe, een extra dutje. Ouders melden dit vaak rond 8 maanden. Zolang je baby goed drinkt en alert is als hij wakker is, laat je dat toe. Houd wel de bedtijd aan, zodat een lang middagdutje niet de nacht opeet. Wordt je baby suf of drinkt hij slecht, dan is het geen sprong maar iets anders; bel dan de huisarts.
Baby in slaap helpen tijdens een sprong: 6 dingen die werken
- Ritme vasthouden. Dezelfde wakkertijden, bedtijd en ritueel. Een vast avondritueel helpt kinderen sneller inslapen en minder wakker worden, juist in onrustige weken.
- Overdag oefenen. Rollen, kruipen, staan: hoe meer overdag, hoe minder 's nachts.
- Extra nabijheid overdag. Dragen, samen spelen, veel oogcontact. Een volgetankte baby laat 's nachts makkelijker los.
- Troosten in bed. Hand op de borst, je stem, even blijven zitten. Liever dat dan wiegen tot in slaap, want die gewoonte blijft hangen na de sprong.
- Niet alles omgooien. Geen nieuwe slaapplek, geen dutje schrappen, geen slaaptraining starten midden in een sprong.
- Bijhouden. Noteer een week lang dutjes en nachten, bijvoorbeeld in de Numsy Slaap-app. Dan zie je of het echt onrustiger is of vooral zo voelt.
Wanneer is het geen sprong?
Overleg met het consultatiebureau of de huisarts als het slechte slapen langer dan een maand duurt, als je baby koorts heeft, slecht drinkt, aan zijn oortjes trekt of overdag duidelijk niet lekker is. Keert je baby na de sprong niet terug naar zijn oude patroon, dan is er meestal een gewoonte ontstaan die je met kleine stappen weer afbouwt. De volledige checklist met oorzaken vind je in baby slaapt ineens slechter.
Verder lezen
- Slaapregressie: alle leeftijden op een rij
- Slaapregressie 4 maanden
- Slaapregressie 9 maanden
- Slaapregressie 18 maanden
- Verlatingsangst bij baby's
- Baby slaapt ineens slechter: de 12 oorzaken op een rij
Bronnen
- Van de Rijt H. & Plooij F., Oei, ik groei! (de tien sprongen)
- Hysing M. et al. (2014), Trajectories and predictors of nocturnal awakenings and sleep duration in infants, Journal of Developmental & Behavioral Pediatrics 35(5): 309-316
- Galland B.C. et al. (2012), Normal sleep patterns in infants and children: A systematic review of observational studies, Sleep Medicine Reviews 16(3): 213-222
- Bruni O. et al. (2015), Longitudinal study of sleep behavior in normal infants during the first year of life, Journal of Clinical Sleep Medicine 10(10): 1119-1127
- Mindell J.A. et al. (2009), A nightly bedtime routine: impact on sleep in young children and maternal mood, Sleep 32(5): 599-606
- NCJ (2017), JGZ-richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.




Slaaptraining per leeftijd: wat past bij 4, 6, 8 en 12 maanden (en wat niet)
Tandjes en slecht slapen: wat je merkt en wat helpt