Slaapregressie 8 en 9 maanden: signalen, duur en wat helpt
|
|
Tijd om te lezen 6 min
In het kort
Rond de 8 en 9 maanden maken de meeste baby's een nieuwe slaapregressie door: gebroken nachten, dutjes weigeren, moeilijk inslapen en een humeuriger kindje. De oorzaak is een flinke ontwikkelingssprong (zitten, kruipen, staan, verlatingsangst). Meestal is het na 2 tot 4 weken voorbij. Houd het slaapritueel en de dutjes vast, oefen overdag met de nieuwe vaardigheden en geef extra liefde.
|
|
Tijd om te lezen 6 min
Rond de 8 en 9 maanden maken de meeste baby's een nieuwe slaapregressie door: gebroken nachten, dutjes weigeren, moeilijk inslapen en een humeuriger kindje. De oorzaak is een flinke ontwikkelingssprong (zitten, kruipen, staan) in combinatie met verlatingsangst. Meestal is het na 2 tot 4 weken voorbij, en met een vast ritme en een paar gerichte stappen kom je er sneller doorheen.
In het kort
| Slaapregressie 8 en 9 maanden | |
|---|---|
| Wanneer | tussen 8 en 10 maanden |
| Hoe lang | 2 tot 4 weken |
| Signalen | gebroken nachten, dutjes weigeren, staan in bed, huilen bij weggaan |
| Oorzaak | kruipen, zitten, staan, verlatingsangst, een sprong |
| Wat helpt | ritueel en 2 dutjes vasthouden, overdag oefenen, dag zeggen bij weggaan |
Rond 8 en 9 maanden leert je baby in korte tijd ontzettend veel: zitten, kruipen, zich optrekken tot staan, soms al langs de bank lopen. Zijn hersenen draaien overuren en dat neemt hij mee naar bed: hij oefent 's nachts, staat huilend in zijn bedje en kan niet meer terug. Tegelijk begrijpt hij nu dat jij er nog bent als hij je niet ziet, en dat vindt hij spannend: verlatingsangst. Dat alles samen noemen we de slaapregressie van 8 of 9 maanden. Bij de ene baby valt hij op 8 maanden, bij de andere pas op 9 of 10; ook een van de bekende sprongen uit Oei, ik groei! valt in deze periode.
Zo houd je de regressie uit elkaar van iets anders:
| Signaal | Past bij de regressie | Denk aan iets anders bij |
|---|---|---|
| Oefent zitten en staan, ook in bed | ja | slap, suf of opvallend stil |
| Huilt bij weggaan, maar drinkt en eet redelijk | ja | slecht drinken, weinig natte luiers |
| Kwijlen, alles in de mond, wat hangerig | kan ook tandjes zijn | hoge koorts of diarree horen niet bij tandjes (Massignan, 2016) |
| Duurt 2 tot 4 weken | ja | langer dan 6 weken zonder verbetering |
Meestal 2 tot 4 weken. Zodra je baby de nieuwe vaardigheden onder de knie heeft (vooral: vanuit staan weer gaan liggen) en de verlatingsangst wat zakt, wordt het slapen vanzelf weer rustiger. Weet wel dat nachtelijk wakker worden bij baby's van 6 tot 18 maanden nog heel gewoon is (Hysing, 2014); het doel is niet nul keer wakker, maar een baby die zelf weer verder kan slapen.
Dit zijn de twee vragen die ik in mijn praktijk het vaakst hoor in deze periode.
Wil niet slapen. Meestal is het een van deze drie: hij oefent (staan, kruipen) en kan nog niet terug; hij is te lang wakker geweest en oververmoeid; of hij is bang dat jij weggaat. Check de wakkertijd (2,5 tot 3 uur bij 9 maanden, zie de wakkertijden bij 9 maanden), oefen overdag met terug gaan liggen, en zeg altijd dag als je weggaat.
Valt niet zelf in slaap. Als je baby alleen in slaap valt aan de borst, de fles, op de arm of met jouw hand op zijn rug, dan wil hij dat aan het eind van elke slaapcyclus opnieuw. Meer actieve hulp van ouders bij het inslapen hangt samen met vaker wakker worden (Sadeh, 2010). Vanaf 4 tot 6 maanden kan een baby leren zelf in slaap te vallen, dus bij 9 maanden mag je hier rustig aan werken. Wacht wel tot de heftigste week voorbij is. Lees meer over slaapassociaties bij je baby.
Geleidelijke methodes zoals deze werken bij ongeveer 80 procent van de kinderen (Mindell, 2006) en geven bij baby's geen verhoogde stress en geen hechtingsproblemen (Gradisar, 2016). De verschillende aanpakken vind je in slaapmethodes uitgelegd.
Het is geen pretje, maar hoe flexibeler je zelf bent in je verwachtingen, hoe makkelijker je meebeweegt. Reken op een paar korte dutjes en wat gebroken nachten, en wees blij als het meevalt. Onthoud dat de hersenen van je baby keihard werken: hij huilt niet om jou te pesten, maar uit frustratie en angst. Verdeel de nachten met je partner, ga overdag even naar buiten en vraag hulp aan familie voor een middagje. Wees flexibel in je verwachtingen, niet in het ritme.
Er is geen aparte regressie bij 10 maanden, maar de regressie van 8 en 9 maanden loopt soms door: staan, de eerste stapjes, tandjes en verlatingsangst spelen dan nog volop. Daarna komen er nog een paar, al merk je ze niet altijd.
| Leeftijd | Wat speelt er |
|---|---|
| 12 maanden | lopen, eerste woordjes, ochtenddutje wordt korter |
| 15 maanden | overgang naar 1 dutje |
| 18 maanden | eigen wil, nee zeggen, angsten |
| 2 jaar | fantasie, peuterbed, zindelijkheid |
| 3 jaar | meestal de laatste, rond het stoppen met het middagdutje |
Het complete overzicht vind je bij slaapregressie per leeftijd, en alles over de angst om jou kwijt te raken bij verlatingsangst bij baby's.
De regressie zelf is geen reden voor zorgen. Overleg wel met het consultatiebureau of de huisarts als je baby slecht eet of drinkt, koorts heeft, snurkt of benauwd ademt, opvallend veel of ontroostbaar huilt, of als het slechte slapen na 6 weken niet beter wordt. En als jij of je partner er zelf aan onderdoor gaat, mag je ook hulp vragen.
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.
Gebroken nachten, dutjes die moeizamer gaan of geweigerd worden, moeilijk in slaap vallen, staan of zitten in bed, een veranderende eetlust en een baby die humeuriger is en meer aandacht vraagt.
Meestal 2 tot 4 weken. Zodra je baby de nieuwe vaardigheden (zitten, kruipen, staan, weer gaan liggen) onder de knie heeft en de verlatingsangst wat zakt, wordt het slapen vanzelf weer rustiger.
Vertel je baby wanneer je weggaat en terugkomt, houd het slaapritueel en de 2 dutjes vast, oefen overdag met zitten, staan en weer gaan liggen, let op vermoeidheidssignalen en houd de dagen voorspelbaar en rustig.
Vanaf 4 tot 6 maanden kan een baby leren zelf in slaap te vallen, dus bij 9 maanden mag je hier rustig aan werken. Leg hem slaperig maar wakker in bed, blijf in de buurt en bouw jouw hulp stap voor stap af. Wacht ermee tot de heftigste week voorbij is.
Er is geen aparte regressie bij 10 maanden, maar de regressie van 8 en 9 maanden kan doorlopen. Ook staan, de eerste stapjes, tandjes en verlatingsangst spelen rond 10 maanden nog volop.