Slaapregressie 7 maanden: signalen, duur en wat helpt
|
|
Tijd om te lezen 7 min
In het kort
Rond 7 tot 8 maanden slaapt je baby vaak ineens weer slechter: 's nachts regelmatig wakker, korte of geweigerde dutjes, humeurig, eenkennig en huilen als je weggaat. De oorzaak is een flinke ontwikkelingsstap (zitten, kruipen, optrekken, verlatingsangst), soms met tandjes en hapjes erbij. Meestal is het na 2 tot 4 weken voorbij. Houd het ritme en het slaapritueel vast, laat je baby overdag oefenen en leg hem op tijd in bed.
|
|
Tijd om te lezen 7 min
Na een paar rustigere maanden slaat het rond 7 tot 8 maanden vaak weer om: je baby wordt 's nachts weer regelmatig wakker, dutjes worden kort of geweigerd en hij huilt zodra je de kamer uit loopt. Dit is de slaapregressie van 7 maanden, veroorzaakt door een flinke ontwikkelingsstap: zitten, kruipen, optrekken en de eerste echte verlatingsangst. Meestal is het na 2 tot 4 weken voorbij. Wat helpt: het ritme van 2 dutjes en een wakkertijd van 2,5 tot 3 uur vasthouden, overdag veel laten oefenen en het slaapritueel precies hetzelfde houden.
| Wanneer | ergens tussen 7 en 10 maanden, vaak rond 7 tot 8 maanden |
| Hoe lang | meestal 2 tot 4 weken |
| Oorzaak | zitten, kruipen, optrekken, verlatingsangst, soms tandjes en hapjes |
| Normaal ritme 7 maanden | 12 tot 15 uur slaap per etmaal, 2 dutjes, wakkertijd 2,5 tot 3 uur, bedtijd rond 19.00 uur |
| Wat helpt | ritme en ritueel vasthouden, overdag oefenen, rustig afscheid, zelf in slaap laten vallen |
Merk je een aantal van deze dingen tegelijk, dan weet je hoe laat het is:
| Signaal | Wat je ziet |
|---|---|
| Nachten | opnieuw regelmatig wakker, soms elk uur, en moeilijk weer in slaap |
| Dutjes | korte dutjes van 30 tot 40 minuten of dutjes weigeren |
| Inslapen | langer huilen of protesteren bij het naar bed brengen |
| In bed | zitten, op handen en knieën wiebelen of zich optrekken aan de spijlen |
| Gedrag | onrustiger, humeuriger, eenkennig, alleen bij papa of mama willen zijn |
| Eten en drinken | meer of juist minder willen, afgeleid tijdens de voeding |
Het verschil met "gewoon een slechte week" is dat je tegelijk een nieuwe vaardigheid ziet ontstaan. Kijk daarom niet alleen naar de nachten, maar ook naar wat je baby overdag aan het oefenen is.
Alles wat je baby in deze periode leert, gaat letterlijk met vallen en opstaan. Zitten zonder steun, tijgeren en kruipen, zich optrekken aan de bank: het brein oefent daar ook 's nachts mee door. Een baby die net kan zitten, gaat in bed rechtop zitten en weet nog niet hoe hij weer moet gaan liggen. Dan huilt hij, niet uit protest maar omdat hij vastzit in zijn nieuwe kunstje.
Daar komt de verlatingsangst bij. Rond 7 tot 9 maanden begrijpt je baby dat jij er nog bent als je uit beeld bent, maar hij kan je nog niet terughalen. Alleen in een donkere kamer achterblijven voelt dan ineens spannend. Meer daarover lees je bij verlatingsangst bij baby's.
Soms spelen er nog meer dingen tegelijk: de eerste tandjes, de overstap naar meer hapjes, de overgang van 3 naar 2 dutjes en een van de bekende sprongen uit Oei, ik groei!, die rond 8 maanden valt. Hoe elke sprong de slaap raakt, staat bij sprongen en slaap.
Meestal 2 tot 4 weken. In mijn praktijk zie ik dat de heftigste week vaak samenvalt met het moment dat de nieuwe vaardigheid net "bijna" lukt: het optrekken gaat wel, het weer gaan zitten nog niet. Zodra dat is opgelost, slaapt je baby vanzelf weer rustiger.
Duurt het langer dan 6 weken? Dan is de regressie meestal voorbij, maar is er iets blijven hangen: een nieuw ingeslopen slaaphulpje (weer in slaap wiegen, een nachtvoeding die terug is), een ritme dat niet meer klopt, of een derde dutje dat de bedtijd te laat maakt. Dan is het tijd om het ritme na te lopen, niet om nog een paar weken af te wachten.
Het is één en dezelfde periode. Of je het nu de regressie van 7, 8 of 9 maanden noemt, het gaat om de fase waarin zitten, kruipen, optrekken en verlatingsangst samenkomen. Bij de ene baby begint die met 7 maanden, bij de andere pas met 9 of 10 maanden. Kijk dus naar wat jouw baby doet, niet naar de kalender.
Ouders vragen soms of het misschien al de regressie van 12 maanden is. Nee: die hoort bij staan, de eerste stapjes en de overgang naar 1 dutje, en komt meestal pas rond de eerste verjaardag. Begint de onrust bij 9 of 10 maanden, lees dan ook slaapregressie 8 en 9 maanden.
Een baby van 7 maanden slaapt volgens de internationale richtlijnen 12 tot 15 uur per etmaal, verdeeld over 2 dutjes (soms nog 3) en een nacht van ongeveer 11 tot 12 uur. De wakkertijd tussen de slaapjes is 2,5 tot 3 uur. Ook zonder regressie wordt een groot deel van de baby's van deze leeftijd 's nachts nog minstens één keer wakker; helemaal doorslapen is op 7 maanden geen norm.
Zo ziet een gewone dag eruit, ook tijdens de regressie:
| Tijd | Wat |
|---|---|
| 07.00 | wakker, voeding |
| 09.30 tot 10.45 | dutje 1 |
| 13.30 tot 15.00 | dutje 2 |
| 16.30 | kort derde dutje alleen als dutje 2 mislukte (maximaal 30 minuten) |
| 18.15 | slaapritueel starten |
| 18.45 tot 19.00 | in bed |
Het complete dagschema en de variaties vind je bij slaapschema baby 7 maanden en wakkertijden baby 7 maanden.
Wil je zien of het echt een regressie is of dat het ritme is gaan schuiven, houd de dutjes en wakkertijden dan een paar dagen bij. In de Numsy slaap-app zie je in een weekbeeld waar het misgaat.
Veel ouders schrikken van een baby die huilt of roept zonder echt wakker te worden. Meestal gebeurt dat aan het einde van een slaapcyclus: je baby komt even bovendrijven, verwerkt de drukke dag en zakt weer weg. Wacht een minuut voordat je naar binnen gaat. Vaak is het huilen dan al voorbij, en een baby die je oppakt terwijl hij half slaapt, wordt juist echt wakker. Huilt hij door, ga dan wel: troost hem in bed, met zo weinig mogelijk licht en gepraat.
De regressie van 7 maanden is niet de laatste. Zo weet je wat er nog komt:
| Leeftijd | Waar het mee samenhangt |
|---|---|
| 4 maanden | slaapcyclus wordt volwassener |
| 7 tot 9 maanden | zitten, kruipen, optrekken, verlatingsangst |
| 12 maanden | staan, lopen, overgang naar 1 dutje |
| 15 en 18 maanden | lopen, taal, eigen willetje |
| 2 jaar | fantasie, angsten, zindelijkheid, verhuizing naar peuterbed |
| 3 jaar | dutje verdwijnt, nachtmerries, grenzen testen |
Het complete overzicht per leeftijd vind je bij slaapregressie.
De regressie zelf is geen reden voor zorgen. Overleg wel met het consultatiebureau of de huisarts als je baby slecht drinkt of eet, koorts heeft, snurkt of benauwd ademt, ontroostbaar huilt, of als het slechte slapen na 6 weken niet beter wordt. En als jij of je partner er zelf doorheen zit: dat mag je ook aankaarten, want gebroken nachten zijn zwaar.
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.
Opnieuw regelmatig wakker 's nachts, korte dutjes of niet willen slapen overdag, moeilijk inslapen, onrustiger en humeuriger, alleen bij papa en mama willen zijn, huilen als je weggaat en meer of juist minder willen drinken of eten. Vaak zie je tegelijk dat je baby zitten, kruipen of optrekken aan het oefenen is.
Meestal 2 tot 4 weken. Zodra je baby de nieuwe vaardigheid onder de knie heeft en de verlatingsangst wat zakt, wordt het slapen vanzelf weer rustiger. Duurt het langer dan 6 weken, kijk dan of het ritme nog klopt of dat er een nieuwe slaapgewoonte is ingeslopen.
Extra liefde en begrip, overdag veel oefenen met zitten, kruipen en optrekken, een vast ritme met 2 dutjes en een wakkertijd van 2,5 tot 3 uur, hetzelfde slaapritueel, op tijd naar bed bij vermoeidheidssignalen en je baby zelf in slaap laten vallen zonder nieuwe hulpmiddelen erbij.
Dat is verlatingsangst, die rond deze leeftijd opkomt. Vertel kort dat je weggaat en dat je terugkomt, maak er geen drama van, maar sluip ook niet stiekem weg. Overdag oefenen met kiekeboe en even de kamer uit lopen helpt je baby leren dat je altijd terugkomt.
Het is dezelfde periode. De regressie van 7, 8 en 9 maanden is één fase die ergens tussen 7 en 10 maanden begint, afhankelijk van wanneer jouw baby gaat zitten, kruipen en optrekken. Bij 12 maanden komt een aparte regressie rond het staan en lopen.