Vanaf 6 tot 9 maanden gaan de meeste baby's zich op een of andere manier verplaatsen: tijgeren met de buik op de grond, daarna vaak kruipen op handen en knieën. Sommige kinderen schuiven op hun billen en andere slaan kruipen helemaal over; dat is volgens de JGZ en Kind en Gezin ook normaal. Veel tijd op de buik op een stevige ondergrond is de beste voorbereiding.
In dit artikel
In het kort
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Wanneer begint het verplaatsen? | Vanaf 6 tot 9 maanden, op een of andere manier |
| Eerste vorm? | Meestal tijgeren, buik op de grond, vaak eerst achteruit |
| Kruipen op handen en knieën? | Meestal daarna, tussen 6 en 12 maanden, soms later |
| Niet kruipen? | Komt voor: billenschuiven of meteen naar lopen is ook normaal |
| Beste voorbereiding? | Veel wakker op de buik, op een stevige ondergrond |
Wanneer gaan baby's kruipen?
Kind en Gezin zegt het ruim: vanaf 6 à 9 maanden verplaatst een kind zich op een of andere wijze. Het NJI ziet dat veel baby's rond een half jaar beginnen, meestal met tijgeren. De JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling plaatst het doelgerichte kruipen tussen 6 en 12 maanden.
Ook na je baby's eerste verjaardag kan het nog gewoon zijn. Volgens de JGZ-richtlijn kruipen 9 op de 10 kinderen uiterlijk rond 12 maanden vooruit met de buik op de grond, en rond 15 maanden met de buik los van de grond. Kruipt jouw baby van 10 maanden nog niet op handen en knieën, dan zit hij dus prima binnen de bandbreedte.
De voorfases: van draaien naar tijgeren
Kruipen komt niet uit het niets. Je ziet meestal deze volgorde:
- Op de buik steunen. Je baby duwt zich op zijn onderarmen en later op gestrekte armen op.
- Rollen. Hij rolt van buik naar rug en terug, en ontdekt zo dat hij ergens kan komen (Kind en Gezin).
- Tijgeren. De buik blijft op de grond terwijl armen en benen hem vooruit trekken. Kind en Gezin noemt het de 'tijgersluipgang', en veel kinderen gaan eerst achteruit.
- Kruipen op handen en knieën. De buik komt los van de vloer en het gaat steeds sneller.
Niet elk kind doorloopt elke stap. De JGZ-richtlijn noemt kinderen die het tijgeren overslaan, en kinderen die nooit tot kruipen komen.
Billenschuiven en niet kruipen: ook normaal
Wat ouders het meest geruststelt: kruipen is geen verplichte mijlpaal. Kind en Gezin zegt het zo: kruipen is een extra ervaring voor een rijke motorische ontwikkeling. Je kind moet dus niet kruipen, maar als het kruipt, is dat goed meegenomen.
Er zijn grofweg drie routes:
| Route | Wat je ziet | Goed om te weten |
|---|---|---|
| Kruiper | Tijgeren, dan handen en knieën | De meest voorkomende route |
| Billenschuiver | Zittend vooruit schuiven op de billen | Loopt vaak iets later los (JGZ-richtlijn) |
| Overslaander | Gaat van zitten naar optrekken en lopen | Komt voor, volgens Kind en Gezin en het NJI |
Schuift je kind op zijn billen, bespreek het dan wel even bij het consultatiebureau. Niet omdat er iets mis hoeft te zijn: de JGZ-richtlijn noemt het in de eerste plaats een normale variant. De jeugdarts kijkt dan even mee hoe je kind beweegt, zit en van houding wisselt.
Hoe stimuleer je kruipen?
Je hoeft je baby niet te leren kruipen. Wel kun je situaties maken waarin hij zin krijgt om te bewegen (Kind en Gezin; NJI):
- Veel wakker op de buik. Kinderen die vaak op hun buik liggen, ontdekken vanzelf hoe ze kunnen kruipen (NJI).
- Een speeltje links en rechts. Leg in buikligging een speeltje aan de zijkant, eerst binnen bereik en later wat verder weg, zodat hij zich moet verplaatsen.
- Jij als doel. Ga een stukje verderop op de grond zitten en vraag of hij naar je toe komt.
- Een stevige ondergrond. Een speelkleed of tapijt is makkelijker dan een zachte bank of een gladde vloer.
- Minder tijd in zitjes, wippers en loophulpen. Die houdingen beperken volgens Kind en Gezin de ontwikkeling van romp en schouders.
- Kleine uitdagingen. Kruipt hij al goed, leg dan een kussen of poef neer om overheen te klauteren.
Maak je huis kruipklaar
Een kruipende baby komt overal. Het NJI noemt een paar dingen om meteen te regelen:
- beveilig stopcontacten op lage plekken;
- haal kleine dingen van de vloer, zoals kralen en stukjes eten: alles kleiner dan 3,5 centimeter kan in de mond en tot verslikken leiden;
- denk aan traphekjes zodra hij richting de trap gaat.
Kind en Gezin waarschuwt ook: een kind in volle ontwikkeling kan plots dingen die het gisteren nog niet kon. Ga dus ook even op ooghoogte van je kind door de kamer.
Kruipen en slapen
In mijn praktijk zie ik dat baby's die net leren kruipen, het 's nachts ook willen proberen. Ze komen op handen en knieën in bed, wiegen heen en weer en raken dan gefrustreerd. Overdag veel oefenen helpt het snelst. Speelt dit rond 8 tot 9 maanden, dan lees je in slaapregressie 8 en 9 maanden wat er dan met de slaap gebeurt, en in wakkertijden baby 9 maanden hoe lang hij wakker kan zijn.
Wanneer vraag je het consultatiebureau om mee te kijken?
Niet kruipen is op zich geen reden tot zorg. Vraag het consultatiebureau wel om mee te kijken als:
- je kind rond zijn eerste verjaardag nog op geen enkele manier vooruitkomt;
- hij bij het verplaatsen één arm of been duidelijk minder gebruikt, of steeds in een scheve houding beweegt;
- hij op zijn billen schuift, gewoon zodat de jeugdarts even mee kan kijken;
- je je zorgen maakt, om wat voor reden ook.
Het consultatiebureau volgt de ontwikkeling met het Van Wiechenonderzoek (NCJ). Daarbij kijken ze niet alleen óf je kind kruipt, maar vooral hoe hij beweegt en of hij beide kanten van zijn lijf gebruikt. Bij twijfel ben je altijd welkom, ook tussen de afspraken door.
Verder lezen
- Baby 8 maanden oud
- Baby 9 maanden oud: ontwikkeling, wat hij kan, slaap en voeding
- Baby 10 maanden oud: ontwikkeling, wat hij kan, slaap en voeding
- Slaapregressie 8 en 9 maanden: signalen, duur en wat helpt
- Wakkertijden baby 9 maanden
Bronnen
- Kind en Gezin, Van liggen tot lopen
- NJI, Baby: motorische ontwikkeling
- JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling, NCJ
- NCJ, Van Wiechenonderzoek (JGZ-screening ontwikkeling 0-4 jaar)
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Wanneer kan een baby zitten? Van zitten met steun tot los zitten
Wanneer gaat een baby lopen? Van optrekken tot eerste stapjes