Gratis verzending door heel NL & BE bij €35 of meer

In het kort

Tussen 1,5 en 3 jaar gaat de taal van je peuter hard. Vanaf ongeveer 18 maanden komen de eerste tweewoordzinnetjes, rond 2,5 jaar begrijpen de meeste kinderen zinnetjes van 3 woorden en rond 3 jaar maken ze zinnen van 3 tot 5 woorden. Een driejarige begrijpt gemiddeld zo'n 1.250 woorden en zegt er ongeveer 1.000. De spreiding tussen kinderen is groot. Het consultatiebureau kijkt rond 2 jaar en rond 3 jaar extra naar de taal; maak je je eerder zorgen, vraag het dan gewoon.

Tussen 1,5 en 3 jaar gaat de taal van je peuter hard. Vanaf ongeveer 18 maanden komen de eerste tweewoordzinnetjes, rond 2,5 jaar begrijpen de meeste kinderen zinnetjes van 3 woorden en rond 3 jaar maken ze zinnen van 3 tot 5 woorden. Een driejarige begrijpt gemiddeld zo'n 1.250 woorden en zegt er ongeveer 1.000 (JGZ-richtlijn Taalontwikkeling). De spreiding tussen kinderen is groot. Het consultatiebureau kijkt rond 2 jaar en rond 3 jaar extra naar de taal; maak je je eerder zorgen, vraag het dan gewoon.

In dit artikel
  1. In het kort
  2. Hoe verloopt de taalontwikkeling van een peuter?
  3. Van tweewoordzinnen naar langere zinnen
  4. Hoeveel woorden kent een peuter?
  5. Taalfouten en uitspraak: wat is normaal?
  6. Hoe help je je peuter met praten?
  7. Meertalig opvoeden: praat je peuter later?
  8. Wanneer maak je je zorgen over de taal van je peuter?

In het kort

Leeftijd (ongeveer) Wat de meeste kinderen begrijpen Wat de meeste kinderen zeggen
18 maanden Veel meer woorden dan ze zeggen, eenvoudige vragen Eerste tweewoordzinnetjes ('appel eten'), veel nieuwe woorden
2 jaar Opdrachtjes van 2 woorden ('jas aan'), lichaamsdelen Losse woorden en tweewoordzinnen, zinnen worden langer
2,5 jaar Zinnetjes van 3 woorden ('op de stoel') Eigen combinaties ('Kijk, poes!')
3 jaar Dagelijkse gesprekjes en eenvoudige verhaaltjes Zinnen van 3 tot 5 woorden, veel 'waarom'-vragen

Bronnen: JGZ-richtlijn Taalontwikkeling, NJI en Kind en Gezin. Dit zijn gemiddelden, geen deadlines. De volgorde is voor alle kinderen hetzelfde, het tempo verschilt sterk.

Hoe verloopt de taalontwikkeling van een peuter?

De JGZ-richtlijn Taalontwikkeling noemt de periode van 1 tot 2,5 jaar de fase waarin de taal 'echt op gang komt': je kind zet de stap van brabbelen naar woorden met betekenis, en voegt die na een tijdje samen tot zinnetjes van twee of drie woorden. Vanaf 2,5 jaar breidt de woordenschat zich heel snel uit en worden de zinnen langer, met meervouden, verkleinwoorden en vervoegde werkwoorden.

Kind en Gezin zegt het mooi: rond 2,5 jaar praat je peuter de hele dag door en begrijpt hij heel veel. Tegelijk verloopt de ontwikkeling grillig. Het ene kind wacht lang met praten en leert daarna in korte tijd heel veel, een ander kind combineert al vroeg woorden maar spreekt ze nog niet goed uit. Die verschillen zijn normaal.

Hoe het daarvoor ging, van brabbelen tot de eerste woordjes, lees je in wanneer gaat je baby praten. De stap van losse woordjes naar de eerste zinnetjes staat uitgebreid in taalontwikkeling van je dreumes.

Van tweewoordzinnen naar langere zinnen

Vanaf ongeveer 18 maanden begint je peuter zinnetjes te maken. Hij start met twee woorden: 'fietsje rijden', 'appel eten' (Kind en Gezin). Hoe groot de spreiding is, laat de JGZ-richtlijn zien: 90 procent van de kinderen maakt zijn eerste tweewoordzinnen ergens tussen 15 en 25 maanden.

Daarna gaat het snel:

  • Rond 2,5 jaar begrijpen kinderen zinnen van drie woorden en gebruiken ze zelfbedachte combinaties, zoals 'Kijk, poes!' als de kat voorbijloopt (NJI).
  • Tussen 2 en 3 jaar worden de zinnen langer en gebruikt je kind steeds meer verschillende woorden (Kind en Gezin).
  • Rond 3 jaar maken de meeste kinderen zinnen van drie tot vier woorden, zoals 'Mama wil soep?' (NJI). Kind en Gezin spreekt van drie tot vijf woorden.

Je peuter gaat ook steeds meer vragen stellen. Vanaf ongeveer 3 jaar komt het 'waarom' vaak terug, omdat je kind steeds meer wil weten (NJI). Veel kinderen praten nu ook in zichzelf of tegen hun knuffels en poppen.

Hoeveel woorden kent een peuter?

Bij jonge peuters tellen ouders vaak woordjes, maar begrijpen gaat altijd voor. Een peuter begrijpt veel meer dan hij zelf kan zeggen (Kind en Gezin).

Leeftijd Woordenschat (ongeveer) Bron
2 jaar Minimaal zo'n 10 woordjes zeggen; veel kinderen zeggen er al veel meer JGZ-richtlijn
3 jaar Begrijpt gemiddeld 1.250 woorden, zegt er zo'n 1.000 JGZ-richtlijn
Vanaf 3 jaar Elke maand tientallen nieuwe woorden NJI

Peuters leren ook woorden voor eigenschappen en gevoelens, zoals groot en klein of lief en niet lief, en woorden voor de mensen en dingen om zich heen (NJI). Ze verzinnen soms zelfs hun eigen woorden. Een caravan wordt dan een 'autohuis' (NJI). Dat is geen fout, maar slim combineren.

Taalfouten en uitspraak: wat is normaal?

Rond 3 jaar gaat je kind taalregels ontdekken. Het past ze nog vaak verkeerd toe, en dat hoort erbij (NJI):

  • meervoud: 'koe' en 'koeis';
  • verleden tijd: 'ik breek' en 'ik breekte';
  • verkleinwoordjes: 'bloem' en 'bloemje'.

Ook de uitspraak is nog volop in ontwikkeling. Volgens de JGZ-richtlijn herkent een kind rond 3 jaar alle klanken van zijn moedertaal, maar hoeft het ze nog niet allemaal te kunnen uitspreken. Hoe verstaanbaar is je peuter dan?

Leeftijd Verstaanbaar voor anderen (ongeveer)
3 jaar 50 tot 70 procent van wat je kind zegt
4 jaar 75 tot 90 procent

Bron: JGZ-richtlijn Taalontwikkeling. Jij verstaat je kind meestal veel beter dan opa, de buurvrouw of de juf. Daarom vraagt het consultatiebureau rond 3 jaar juist of je kind verstaanbaar is voor bekenden buiten het gezin (Van Wiechenonderzoek).

Een speen kan een rol spelen bij de uitspraak. Kind en Gezin schrijft dat intensief en langdurig speengebruik een negatieve invloed heeft op de spieren van tong, lippen en kaak, en daarmee op spraak en taal. Hoe je de speen afbouwt, lees je in speen en fopspeen.

Hoe help je je peuter met praten?

Taal leert je kind niet in oefenmomenten, maar in gewone momenten met jou. Dit werkt volgens NJI, Kind en Gezin en de JGZ-richtlijn:

  1. Vertel wat je doet. Bij het koken, opruimen of aankleden: wat je doet, ziet, ruikt en proeft.
  2. Herhaal in een goede, iets langere zin. Zegt je kind 'Ikke die trekke!', zeg dan 'Oké, ga jij zelf je sokken aantrekken?' (NJI). Niet verbeteren, wel het goede voorbeeld geven.
  3. Gebruik echte woorden. Zeg 'hond' en niet 'woefwoef', en gebruik korte, kloppende zinnen (JGZ-richtlijn).
  4. Stel concrete vragen. Niet 'hoe was het bij oma?', maar 'heb je met oma gespeeld?' En vraag door: 'wat hebben jullie gespeeld?' (Kind en Gezin).
  5. Geef tijd. Wacht tot je kind uitgesproken is en kijk het daarbij aan.
  6. Speel samen. Doen-alsof-spel, spelletjes waarbij je om de beurt gaat en memory zijn taaloefening (NJI). Spelen met andere kinderen helpt ook; ideeën staan in activiteiten voor je dreumes en peuter.
  7. Lees voor en praat erover. Kinderen leren het meest van voorlezen als ze actief meedoen en je samen korte gesprekjes voert over het boek (NJI). Een vast moment, bijvoorbeeld voor het slapengaan, maakt er een ritueel van.
  8. Vertel over wat jullie meemaakten. Een uitje naar de kinderboerderij is morgen weer een verhaal.

Wat ik ouders altijd meegeef: maak er geen huiswerk van. Een peuter die zich gehoord voelt, gaat vanzelf meer vertellen. In de Numsy-app houd je het dagritme bij, en je kunt je vragen over de ontwikkeling van je kind kwijt bij Numo, de coach in de app.

Over schermen: filmpjes en apps reageren niet op wat je kind zegt. Kijk je samen, praat er dan over. Hoeveel schermtijd past bij welke leeftijd, lees je in schermtijd voor baby's en peuters.

Meertalig opvoeden: praat je peuter later?

Veel ouders vrezen dat twee talen voor vertraging zorgen. De JGZ-richtlijn Taalontwikkeling is daar duidelijk over: krijgt een kind vanaf de geboorte genoeg taal in de talen waarmee het opgroeit, dan verloopt de ontwikkeling vrijwel gelijk aan die van kinderen die één taal leren. Kind en Gezin voegt toe dat meertalige kinderen geen groter risico op taalachterstand hebben.

Talen door elkaar gebruiken, ook in één zin, is normaal. Jonge kinderen kunnen de talen nog niet uit elkaar houden; dat lukt pas tussen 2 en 4 jaar (Kind en Gezin). Het advies: spreek de taal waarin jij je het best kunt uitdrukken, en zorg dat elke taal genoeg aan bod komt.

Wanneer maak je je zorgen over de taal van je peuter?

Het consultatiebureau volgt de taal van je kind met het Van Wiechenonderzoek (NCJ). Volgens de JGZ-richtlijn Taalontwikkeling horen deze mijlpalen uiterlijk rond deze leeftijden bereikt te zijn:

Leeftijd Minimaal bereikt
2 jaar Begrijpt opdrachtjes van 2 woorden ('jas aan'), wijst 1 of meer lichaamsdelen aan, zegt in totaal ongeveer 10 woordjes
2,5 jaar Begrijpt zinnetjes van 3 woorden ('in de tuin'), combineert 2 woordjes ('kijk poes')
3 jaar Maakt zinnetjes van 3 woorden ('auto in garage')

Let op: dit zijn ondergrenzen, geen gemiddelden. De meeste kinderen zijn op die leeftijd al veel verder.

Bespreek het met het consultatiebureau als:

  • je kind een van deze mijlpalen rond de genoemde leeftijd nog niet haalt;
  • je kind weinig lijkt te begrijpen of nauwelijks reageert op geluid of je stem;
  • je je rond 3 jaar zorgen maakt over hoe verstaanbaar je kind is voor anderen;
  • er in de familie taalproblemen voorkomen, want dat weegt de JGZ mee;
  • je je gewoon zorgen maakt, ook als je niet precies weet waarom.

Wat gebeurt er dan? Bij twijfel kan je kind begeleiding krijgen van een logopedist of jeugdverpleegkundige van de JGZ, met na ongeveer een half jaar een nieuwe beoordeling. Bij zorgen over de verstaanbaarheid rond 3 jaar volgt een verwijzing naar een logopedist. En als er mogelijk meer aan de hand is, kan het consultatiebureau (eventueel via de huisarts) doorverwijzen naar een audiologisch centrum, waar ook het gehoor wordt onderzocht (JGZ-richtlijn Taalontwikkeling). Bij een verhoogd risico op een taalachterstand adviseert de JGZ soms om je kind vanaf ongeveer 2 jaar naar een peuteropvang te laten gaan, zodat het meer taal hoort.

Een overzicht van wat je kind verder leert, lees je in ontwikkeling van je dreumes per maand en je peuter van 2 jaar.

Verder lezen

Bronnen

Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.

Laat een reactie achter

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.

Een vraag over je kindje? Vraag het Numo

Numo

Numo is de slaap- en oudercoach in de Numsy-app. Stel je vraag wanneer het jou uitkomt, en houd ondertussen het dagritme van je kindje bij.

Probeer 7 dagen

Eerst 7 dagen proberen

★ 4,9 in de App Store

Numsy Slaaptrainer Lou 2.0

Handig bij dit artikel

Numsy Slaaptrainer Lou 2.0

Laat met kleur zien wanneer opstaan mag, zonder discussie in de ochtend.

Bekijk product

Latest Stories

Deze sectie bevat momenteel geen content. Voeg content toe aan deze sectie met behulp van de zijbalk.

Veelgestelde vragen

Hoeveel woorden zegt een kind van 2 jaar?

Dat verschilt enorm per kind. Volgens de JGZ-richtlijn Taalontwikkeling zegt een kind uiterlijk rond 2 jaar in totaal ongeveer 10 woordjes; veel kinderen zeggen er dan al veel meer. Belangrijker dan tellen is of je kind opdrachtjes van 2 woorden begrijpt, zoals 'jas aan', en een lichaamsdeel kan aanwijzen.

Hoeveel woorden kent een kind van 3 jaar?

Volgens de JGZ-richtlijn begrijpen driejarigen gemiddeld zo'n 1.250 woorden en kunnen ze er ongeveer 1.000 zeggen. Het is een gemiddelde: er zitten grote verschillen tussen kinderen. Vanaf 3 jaar leren kinderen er volgens het NJI elke maand tientallen woorden bij.

Wanneer maakt een peuter zinnetjes?

Vanaf ongeveer 18 maanden beginnen veel kinderen met tweewoordzinnen zoals 'appel eten'. Rond 2,5 jaar hoort je kind 2 woordjes te kunnen combineren en rond 3 jaar zinnetjes van 3 woorden te maken. Veel driejarigen maken al zinnen van 3 tot 5 woorden.

Is het erg als ik mijn peuter nog maar half versta?

Op jonge leeftijd niet. Volgens de JGZ-richtlijn is rond 3 jaar 50 tot 70 procent van wat een kind zegt verstaanbaar voor anderen, en rond 4 jaar 75 tot 90 procent. Maak je je rond 3 jaar zorgen over hoe verstaanbaar je kind is, bespreek het dan met het consultatiebureau; die kan je doorverwijzen naar een logopedist.

Moet ik taalfouten van mijn peuter verbeteren?

Nee, niet op een directe manier. Herhaal wat je kind zegt in een goede zin. Zegt je peuter 'ik heb een appel ge-eet', antwoord dan 'ja, je hebt een appel gegeten'. Zo hoort je kind het goede voorbeeld zonder dat het zich afgewezen voelt. Fouten als 'koeis' of 'breekte' horen bij het leren van taalregels.

Leren peuters die twee talen horen later praten?

Een kind dat vanaf de geboorte genoeg taal hoort in beide talen, ontwikkelt zich volgens de JGZ-richtlijn vrijwel hetzelfde als een kind met één taal. Talen mixen is normaal: talen uit elkaar houden lukt pas tussen 2 en 4 jaar (Kind en Gezin). Spreek vooral de taal waarin jij je het best uitdrukt.