Een kind van 3 jaar klimt en klautert steeds makkelijker, kleedt zich deels zelf aan en praat in zinnen van drie tot vier woorden. Het vraagt steeds vaker waarom, speelt fantasiespel en begint voorzichtig met andere kinderen samen te spelen. Driftbuien en 'nee' horen er nog bij, maar nemen vaak af naarmate je kind zijn gevoelens beter onder woorden kan brengen. Elk kind heeft zijn eigen tempo: wat hieronder staat zijn bandbreedtes, geen examen.
In dit artikel
- In het kort: wat kan een kind van 3 jaar?
- Bewegen: driewieler, springen en klimmen
- Handjes: tekenen, aankleden en zelf eten
- Taal: zinnen, verhaaltjes en de waarom-fase
- Spelen: fantasiespel en samen spelen
- Gevoelens en gedrag: van driftbui naar praten
- Zindelijk, slapen en de middagslaap
- Naar de peuteropvang en bijna naar school
- Wanneer naar het consultatiebureau?
In het kort: wat kan een kind van 3 jaar?
| Gebied | Wat veel driejarigen doen | Wat nog komt |
|---|---|---|
| Bewegen | Klimmen en klauteren gaat steeds makkelijker, driewieler of loopfiets | Trap op zonder vasthouden en beter evenwicht (rond 4 jaar) |
| Handjes | Uittrekken en steeds meer aantrekken, zelf eten met lepel of vork | Veters strikken (na 4 jaar), netjes eten met mes en vork |
| Taal | Zinnen van 3 tot 4 woorden, waarom-vragen, vertellen bij een boekje | Langere zinnen (rond 4 jaar), interesse in letters en cijfers |
| Spelen | Fantasiespel, nadoen, eerste stukjes samen spelen | Echt samen spelen, delen en wachten op je beurt |
| Gevoel en gedrag | Eigen wil, 'nee', nog driftbuien, meer zelfstandig | Gevoelens onder woorden brengen, zichzelf beter beheersen |
Bronnen: NJI en de JGZ-richtlijn Taalontwikkeling. Een paar maanden eerder of later is normaal. Kom je net van de ontwikkeling van je peuter van 2 jaar? Dan zie je hier hoe het verder gaat.
Bewegen: driewieler, springen en klimmen
Klimmen en klauteren gaat vanaf een jaar of drie steeds makkelijker (NJI). Je driejarige wil overal op, over en onder: het klimrek, de bank, de stoeprand. Rond 4 jaar krijgt hij steeds beter evenwicht en loopt hij meestal de trap op zonder zich vast te houden.
Een driewieler of loopfiets kan al vanaf het moment dat je kind goed loopt. De meeste kinderen leren pas fietsen op twee wielen als ze op de basisschool zitten (NJI).
Wat ik ouders meegeef: laat je kind risico's oefenen die bij zijn leeftijd passen. Blijf in de buurt, zorg voor een zachte ondergrond en grijp pas in als het echt gevaarlijk wordt. Buiten spelen, klimmen en balspelletjes helpen de motoriek het meest.
Handjes: tekenen, aankleden en zelf eten
Tussen 2 en 4 jaar leren kinderen zich aankleden, in stapjes: eerst een rits openen en kleren uittrekken, dan knopen losmaken en daarna aantrekken. Veters strikken komt pas na de vierde verjaardag (NJI). Rond 3 jaar zie je soms al of je kind links- of rechtshandig is.
Eten met lepel of vork lukt steeds beter, maar tot 4 jaar knoeien de meeste kinderen nog. Dat is geen slordigheid: de fijne motoriek is gewoon nog niet af. Geef je kind tijd om het zelf te proberen, ook als het langer duurt.
Taal: zinnen, verhaaltjes en de waarom-fase
Vanaf 3 jaar maken kinderen zinnen van drie tot vier woorden, zoals 'Mama wil soep?'. Ze leren taalregels: meervoud, verkleinwoorden, de verleden tijd. Fouten als 'ik loopte' zijn juist een teken dat je kind de regel aan het ontdekken is. Een driejarige kent meestal alle klanken van zijn moedertaal en leert er elke maand tientallen woorden bij (NJI).
Typisch voor deze leeftijd:
- De waarom-fase. Je kind vraagt steeds vaker naar het waarom. Kort antwoorden is prima; soms is 'wat denk jij?' het leukste antwoord.
- Praten tegen zichzelf en tegen speelgoed. Zo oefent hij en ordent hij zijn gedachten.
- Vertellen bij een boekje. Hij vertelt wat hij op de plaatjes ziet.
Volgens de JGZ-richtlijn Taalontwikkeling is een driejarige voor anderen voor 50 tot 70 procent verstaanbaar. Jij verstaat je kind vaak beter dan de buurvrouw, en dat is normaal. Meer tips staan in taalontwikkeling van je peuter.
Spelen: fantasiespel en samen spelen
Fantasiespel bloeit op deze leeftijd. Je kind is de ene minuut politieagent en de volgende minuut baby. Zo leert hij de wereld begrijpen en zich in een ander verplaatsen (NJI). Een fantasievriendje hoort er ook bij en is geen reden tot zorg.
Peuters spelen nog veel alleen of naast elkaar. Echt samen spelen moeten ze nog leren, en delen is lastig: peuters verzamelen graag en bewaken hun spullen. Dwing het niet, maar doe het voor en speel spelletjes waarin je om de beurt iets doet (NJI). Rond 3 jaar zie je wel vaker korte momenten van samen spelen, vaak in de zandbak of de poppenhoek. Meer hierover lees je in de sociaal-emotionele ontwikkeling van baby en peuter. Ideeën voor thuis staan in activiteiten voor je dreumes en peuter.
Gevoelens en gedrag: van driftbui naar praten
Een driejarige wil veel zelf doen en zelf beslissen. Lukt dat niet, dan kan er nog flink een bui komen. Het NJI ziet opstandig gedrag vaak afnemen als kinderen tussen 2 en 4 jaar taal beter gaan begrijpen en gebruiken. Wie kan zeggen 'ik ben boos', hoeft minder te gooien of te schreeuwen.
Peuter van 3 jaar luistert niet? Dat hoor ik vaak in mijn praktijk. Meestal is je kind niet ongehoorzaam, maar is hij vol van zijn spel of vergeet hij de regel weer. Wat helpt:
- Ga op ooghoogte en zeg zijn naam voordat je iets vraagt.
- Eén korte zin. 'Schoenen aan' werkt beter dan een uitleg.
- Zeg wat wel mag. 'Loop maar' in plaats van 'niet rennen'.
- Waarschuw vooraf. 'Nog één keer van de glijbaan, dan gaan we.'
- Geef een keuze. 'De blauwe of de rode jas?'
- Benoem wat goed gaat. Aandacht voor gewenst gedrag werkt sterker dan boos worden.
Meer over de bui zelf lees je bij driftbuien bij peuters, over de fase bij peuterpuberteit en over regels bij grenzen stellen bij je dreumes en peuter.
Zindelijk, slapen en de middagslaap
Zindelijk. In de peutertijd leren kinderen op een potje of de wc te plassen en poepen, maar het moment waarop het lukt verschilt sterk per kind. Droog blijven in de nacht komt vaak later dan overdag. De signalen en een rustige aanpak staan in wanneer is een kind zindelijk.
Slapen. Rond 3 jaar stoppen sommige kinderen met de middagslaap, andere hebben hem nog hard nodig. Ook een slaapregressie rond deze leeftijd komt voor, vaak door de nieuwe zelfstandigheid of nachtelijke fantasie. Een voorbeelddag met en zonder middagslaap staat in het slaapschema voor een peuter van 3 jaar; over onrustige nachten lees je meer in slaapregressie 3 jaar.
Naar de peuteropvang en bijna naar school
Veel driejarigen gaan naar de peuteropvang of het kinderdagverblijf. Daar oefenen ze precies wat bij deze leeftijd hoort: samen spelen, op je beurt wachten, een liedje meezingen in de kring.
Zelfstandigheid groeit nu snel. Laat je kind kleine klusjes doen: de jas aan de kapstok hangen, de tafel helpen dekken, zelf zijn beker vullen. Dat is ook een goede voorbereiding op de basisschool vanaf 4 jaar.
Wanneer naar het consultatiebureau?
Het consultatiebureau volgt je kind tot 4 jaar met het Van Wiechenonderzoek. Daarbij kijken ze naar wat je kind kan en hoe hij het doet, en ze bespreken dat met jou (NCJ). Het is geen examen. Neem gerust contact op, ook tussen de afspraken door, als:
- je kind nog geen zinnetjes maakt of ook voor jou moeilijk te verstaan is;
- je kind weinig reageert op geluid of op zijn naam;
- je kind vaardigheden kwijtraakt die hij al had;
- je kind veel valt, steeds op de tenen loopt of één kant minder gebruikt;
- je kind weinig contact maakt of nauwelijks speelt;
- het gedrag je zo zwaar valt dat je er niet meer uitkomt.
Dat laatste is net zo belangrijk. Hulp vragen bij opvoeden is heel gewoon, en het consultatiebureau is er ook voor die vragen.
Verder lezen
- Je peuter van 2 jaar: ontwikkeling, wat kan hij en wat verandert er?
- Taalontwikkeling van je peuter (1,5 tot 3 jaar)
- Peuterpuberteit: wanneer begint het, hoe lang duurt het en wat helpt?
- Slaapschema peuter 3 jaar + voorbeeldschema
- Zelfstandigheid bij je peuter
Bronnen
- NJI, Peuter: motorische ontwikkeling, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Peuter: taal, eerste gesprekjes, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Peuter: spelen, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Peuter: peuterpuberteit, Nederlands Jeugdinstituut
- JGZ-richtlijn Taalontwikkeling
- NCJ, Van Wiechenonderzoek (JGZ-screening ontwikkeling/mijlpalen)
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Taalontwikkeling van je peuter (1,5 tot 3 jaar): zinnetjes, woordenschat en wanneer je je zorgen maakt
Seksuele ontwikkeling van je baby en peuter: wat is normaal van 0 tot 4 jaar?