Verlatingsangst bij een dreumes of peuter is normaal: de angst om van jou gescheiden te worden begint meestal rond 6 maanden en kan doorgaan tot in het derde levensjaar (NJI). Vaak komt hij terug bij een verandering, zoals de start op de opvang, een broertje of zusje of een verhuizing. Wat helpt: een kort, voorspelbaar afscheid, overdag oefenen met even weggaan en een rustig bedritueel. Deze pagina gaat over kinderen van 1 tot 4 jaar; voor het eerste jaar lees je verlatingsangst bij baby's.
In dit artikel
- Wat is verlatingsangst bij een dreumes of peuter?
- Waarom komt verlatingsangst bij een peuter terug?
- Ineens verlatingsangst: opvang, broertje of verhuizing als trigger
- Afscheid nemen bij opvang, oppas of opa en oma
- Verlatingsangst bij het slapengaan
- Zo oefen je overdag met even weggaan
- Verlatingsangst of uitproberen?
- Wanneer is het meer dan een fase?
Wat is verlatingsangst bij een dreumes of peuter?
Verlatingsangst, ook wel scheidingsangst, is de angst van je kind om van een vertrouwde ouder gescheiden te worden. Je kind voelt zich het veiligst bij jou, en huilen of vastklampen is zijn manier om je dichtbij te houden (NJI). Het is dus geen aanstellerij en ook geen teken dat je iets fout doet. Het laat zien dat er een stevige band is.
Bij een dreumes of peuter ziet het er anders uit dan bij een baby. Je kind kan nu achter je aan lopen, aan je been hangen, 'niet weggaan!' roepen of 's avonds steeds weer uit bed komen. Soms lijkt het of het overdag prima gaat en komt alles er bij het slapengaan uit.
| Leeftijd | Wat je vaak ziet | Wat helpt |
|---|---|---|
| 1 tot 2 jaar | Achter je aan lopen, huilen bij de deur, vastklampen bij nieuwe mensen | Kort afscheid, vast ritueel, knuffel van thuis |
| 2 tot 3 jaar | 'Niet weggaan', boos of verdrietig bij afscheid, opleving na een verandering | Vertellen wat er gaat gebeuren, oefenen met even weggaan |
| 3 tot 4 jaar | Zorgen hardop uitspreken, het afscheid rekken, bang alleen in bed | Praten over gevoelens, voorlezen over afscheid, vaste bedtijdafspraken |
Dit zijn geen vaste fases. Elk kind heeft zijn eigen tempo, en een paar maanden eerder of later is gewoon.
Waarom komt verlatingsangst bij een peuter terug?
In het tweede levensjaar durft je kind meer afstand te nemen, omdat het erop vertrouwt dat jij er bent. Het kan zich ook een beeld van je voor ogen houden als je even weg bent (Kind en Gezin, Fases in de hechting). Tegelijk ontdekt je dreumes juist dan hoe groot de wereld is. Lopen, een eigen wil en nieuwe indrukken maken hem zelfstandiger, maar ook kwetsbaarder. Dat wisselt elkaar af: de ene dag rent hij weg, de andere dag wil hij alleen op schoot.
Daarnaast kan je kind nog niet goed onder woorden brengen wat het voelt. Het begrijpt ook nog niet precies wat 'straks' of 'na je slaapje' betekent. Dat maakt afscheid spannender dan voor een ouder kind.
Ineens verlatingsangst: opvang, broertje of verhuizing als trigger
Ineens verlatingsangst bij je peuter van 2 jaar, terwijl het eerst zo goed ging? In mijn praktijk zit er bijna altijd een verandering achter. Denk aan:
- de start op het kinderdagverblijf, de peuteropvang of een nieuwe groep;
- een nieuwe leidster of gastouder;
- een broertje of zusje op komst of net geboren;
- een verhuizing, een vakantie of logeren;
- een ouder die weer gaat werken of vaker weg is;
- ziekte, slecht slapen of een drukke periode.
Je kind zoekt dan extra houvast. Probeer niet te veel tegelijk te veranderen en geef in zo'n periode wat meer nabijheid. Bij een broertje of zusje vind je tips in broertje of zusje op komst: je peuter voorbereiden.
Afscheid nemen bij opvang, oppas of opa en oma
Het afscheid is vaak het moeilijkste moment, voor jou en voor je kind. Wat het NJI en Kind en Gezin aanraden:
- Blijf even. Help je kind te wennen aan de leidster of oppas voordat je gaat.
- Maak het kort en duidelijk. Een knuffel, een zwaai, 'ik kom je na het fruit weer halen'.
- Doe het steeds op dezelfde manier. Een vast ritueel maakt het voorspelbaar.
- Laat troosten over aan de ander. Ga niet terug als je kind huilt; dat maakt het afscheid langer.
- Neem iets van thuis mee. Een knuffel of doekje geeft houvast.
- Spreek af hoe het ging. Vaak is je kind sneller weer aan het spelen dan je denkt.
Ga niet stiekem weg. Als je ongemerkt verdwijnt, leert je kind dat je zomaar weg kunt zijn, en dan let het nog beter op. Bij de start op de opvang raadt Kind en Gezin aan om rustig op te bouwen en de start niet samen te laten vallen met je eerste werkdag. Meer daarover staat in wennen op het kinderdagverblijf.
Verlatingsangst bij het slapengaan
Slapengaan is ook een afscheid: je kind blijft alleen achter in het donker. Veel ouders merken dat verlatingsangst juist dan de kop opsteekt. Wat helpt:
- Een kort, vast bedritueel met elke avond dezelfde stappen.
- Een duidelijk welterusten. Zeg wat er gaat gebeuren: 'Ik ga beneden opruimen en kom straks nog even kijken.'
- Kom rustig even kijken als je kind roept, zonder het bed uit te halen of lang te praten.
- Een knuffel of doekje dat 's nachts bij je kind blijft.
- Niet ongemerkt weglopen als je kind net in slaap valt.
Duurt het inslapen steeds langer of komt je peuter telkens uit bed, kijk dan bij peuter wil niet slapen en slaapproblemen bij peuters.
Zo oefen je overdag met even weggaan
Je kind leert vooral door te ervaren dat je steeds terugkomt. Dat kun je oefenen:
- Speel kiekeboe of verstoppertje: weg zijn en terugkomen als spel.
- Ga even naar een andere kamer en zeg dat je terugkomt. Kom ook echt terug.
- Laat je kind af en toe kort bij een vertrouwde oppas, opa of oma, en maak het langzaam langer.
- Lees prentenboeken over afscheid en weer terugkomen.
- Praat erover: 'Je vond het spannend toen mama wegging. En toen kwam ik je weer halen.'
Verlatingsangst of uitproberen?
Soms vragen ouders of hun peuter het 'gewoon uitprobeert'. Een peuter test inderdaad graag grenzen, zeker in de peuterpuberteit. Echte angst herken je aan paniek, vastklampen en moeilijk te troosten zijn. Uitproberen ziet er eerder uit als onderhandelen: nog één boekje, nog een slokje water.
In beide gevallen helpt hetzelfde: rustig, warm en voorspelbaar blijven. Erken het gevoel, maar houd je aan het afscheid. Een kind dat merkt dat jij er gerust op bent, wordt zelf ook rustiger.
Wanneer is het meer dan een fase?
Verlatingsangst hoort bij de ontwikkeling. De JGZ-richtlijn Angst noemt een paar signalen waarbij het verstandig is om met het consultatiebureau te overleggen:
- de angst is zeer heftig;
- je kind blijft heel lang ontroostbaar, ook bij een vertrouwde leidster;
- de angst past niet meer bij de leeftijd van je kind;
- de angst beperkt het dagelijks leven, bijvoorbeeld als naar de opvang gaan of bij een oppas blijven niet meer lukt.
Bespreek het ook als je zelf vastloopt of als het je veel zorgen geeft. Het consultatiebureau denkt mee over het afscheid, het slapen en de band tussen jou en je kind. Ook bij andere angsten, zoals bang zijn voor honden of het donker, kun je daar terecht; meer lees je in angsten bij je peuter.
Verder lezen
- Verlatingsangst bij baby's: wanneer, hoe lang en wat helpt
- Wennen op het kinderdagverblijf of bij de gastouder
- Peuter wil niet slapen: oorzaken per leeftijd en een rustige aanpak
- Hechting: hoe je baby een veilige band met je opbouwt
- Eenkennigheid bij je baby: het verschil met verlatingsangst
Bronnen
- NJI, Baby: scheidingsangst, Nederlands Jeugdinstituut
- JGZ-richtlijn Angst
- Kind en Gezin, Wennen in de opvang
- Kind en Gezin, Fases in de hechting
- JGZ-richtlijn Ouder-kindrelatie
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Positief opvoeden van je dreumes en peuter: complimenten, belonen en straffen
Zelfstandigheid van je peuter: zelf aankleden, eten, helpen en 'zelluf doen'