Positief opvoeden betekent dat je veel aandacht geeft aan wat goed gaat en rustig en kort reageert op wat niet goed gaat. Een warme band, gerichte complimenten en een paar duidelijke regels doen bij een dreumes en peuter meer dan straffen. Slaan en harde straffen werken averechts; een korte time-out bij jou in de buurt kan wel. Loopt het vast, dan kun je altijd terecht bij het consultatiebureau.
In dit artikel
- In het kort
- Wat is positief opvoeden?
- De basis: aandacht voor wat goed gaat
- Als je peuter heel veel aandacht vraagt
- Complimenten geven: zo doe je het
- Belonen en stickerkaarten: wanneer werkt het?
- Straffen en time-out: wat werkt bij een peuter (en wat niet)?
- Consequent zijn: samen op een lijn
- Als opvoeden zwaar voelt
- Waar vind je hulp bij opvoeden?
- Oudercursussen zoals Triple P: wat is het en waar vind je het?
Dit artikel gaat over de aanpak: complimenten, belonen, straffen en hulp. Hoe je regels stelt, nee zegt en zorgt dat je peuter luistert, lees je in grenzen stellen bij je dreumes en peuter.
In het kort
| Middel | Werkt goed als | Werkt minder goed als |
|---|---|---|
| Aandacht en samen spelen | Het elke dag even kan, op een rustig moment | Je kind alleen aandacht krijgt als het misgaat |
| Complimenten | Je benoemt wat je kind doet: "Wat goed dat je je jas zelf ophangt" | Het algemeen blijft: "Goed zo, lieverd" bij alles |
| Belonen (sticker, extra verhaaltje) | Het gaat om een klein, concreet gedrag, kort en meteen | Je beloont alles, of het wordt onderhandelen |
| Negeren | Het gaat om uitdagend gedrag zonder gevaar, zoals jengelen | Er gevaar is of iemand pijn krijgt |
| Time-out | Kort, rustig en bij jou in de buurt | Je kind lang alleen wordt opgesloten |
| Straffen | Nooit fysiek; hooguit een logisch gevolg ("de bal gaat even weg") | Het hard, lang of vernederend is |
Wat is positief opvoeden?
Positief opvoeden is geen methode met strikte regels, maar een manier van kijken. Kind en Gezin vat het samen in een paar principes: een warme band met je kind, positief naar je kind kijken, realistische verwachtingen hebben, passende opvoedvaardigheden gebruiken en goed voor jezelf zorgen. Kinderen leren volgens Kind en Gezin het meest van positieve aandacht en steun.
Dat betekent niet dat alles mag: grenzen horen erbij. Het verschil zit in waar je je energie in stopt. De JGZ-richtlijn Psychosociale problemen noemt dezelfde bouwstenen die in bewezen oudercursussen terugkomen: tijd en aandacht geven, praten met je kind, complimenten geven en het goede voorbeeld geven. Daarnaast basisregels afspreken, heldere instructies geven en consequent reageren als een regel wordt overschreden.
De basis: aandacht voor wat goed gaat
Een dreumes of peuter wil aandacht. Krijgt hij die vooral als hij gooit, slaat of jengelt, dan leert hij dat dat werkt. Draai het om: betrap je kind op goed gedrag.
- Plan elke dag even samen tijd, met je telefoon weg.
- Kijk naar je kind als hij rustig speelt. Een knipoog of "wat bouw jij een hoge toren" is genoeg.
- Houd je verwachtingen realistisch. Een peuter vergeet een regel echt na een paar minuten. Dat is geen onwil, dat is de leeftijd. Meer daarover in peuterpuberteit.
Een warme, voorspelbare band is de basis voor alles. Lees ook hoe die band in de eerste jaren groeit in hechting.
Als je peuter heel veel aandacht vraagt
Een kind dat heel veel aandacht vraagt, heeft meestal geen opvoedprobleem maar een behoefte. Rond een verhuizing, een nieuw broertje of zusje, de start op de opvang of na een paar slechte nachten vraagt bijna elke peuter meer. Wat ik ouders altijd meegeef:
- Geef aandacht voordat hij erom vraagt. Tien minuten echt samen spelen, zonder telefoon, maakt het vragen daarna vaak kleiner.
- Maak wachten voorspelbaar. "Ik ruim de vaatwasser in, daarna lees ik een boekje." Een kookwekker helpt een peuter om te zien wanneer je klaar bent.
- Geef aandacht aan rustig gedrag, en houd je reactie op zeuren kort en neutraal.
- Kijk naar het ritme. Een moe of hongerig kind zoekt meer houvast bij jou.
Blijft het vragen om aandacht ook na een paar weken heel groot, of zie je dat je peuter angstig of somber is, bespreek het dan met het consultatiebureau.
Complimenten geven: zo doe je het
Een compliment werkt het best als het concreet is. "Wat knap dat je je beker zelf terugzet" vertelt je kind precies wat goed ging. "Goed zo" bij alles verliest snel zijn waarde. Wat ik ouders altijd meegeef:
- Benoem het gedrag, niet het kind. Dus niet "wat ben jij lief", maar "wat lief dat je je zusje een blokje geeft". Het NJI raadt om dezelfde reden aan om bij ongewenst gedrag te zeggen dat je last hebt van het gedrag, niet van je kind.
- Geef het meteen. Een peuter legt het verband alleen als het compliment direct volgt.
- Prijs de poging. Een jas die half aan zit, is ook een prestatie.
- Gebruik ook je gezicht. Een glimlach of een duim telt voor jonge kinderen net zo hard.
Kind en Gezin moedigt aan om veel complimentjes te geven voor alledaagse dingen.
Belonen en stickerkaarten: wanneer werkt het?
Belonen is een compliment met iets extra's: een sticker of een extra verhaaltje. Het kan helpen bij één specifiek gedrag dat je kind nog moet leren.
In mijn praktijk zie ik een stickerkaart vooral werken vanaf een jaar of 3, als je kind snapt dat de sticker bij het gedrag hoort. Zo maak je hem werkbaar:
- Kies een gedrag en maak het klein: "in je eigen bed blijven tot het lampje aangaat", niet "lief zijn".
- Geef de beloning meteen, en laat je kind de sticker zelf plakken.
- Houd het kort. Gaat het gedrag vanzelf, bouw de kaart af en houd het compliment.
- Neem nooit iets af dat al verdiend is. Een sticker kwijtraken voelt voor een peuter als straf en maakt de kaart onbetrouwbaar.
Voorbeelden staan in baby zindelijk maken en peuter komt steeds uit bed.
Straffen en time-out: wat werkt bij een peuter (en wat niet)?
Een peuter leert weinig van straf achteraf: hij legt het verband nog slecht, en een harde reactie maakt hem vooral bang of boos. Wat wel helpt:
- Stop het gedrag rustig en kort. "Stop. Slaan doet pijn." Ga er dichtbij staan, op ooghoogte.
- Zeg wat wel mag. "Je mag boos zijn. Stampen mag, slaan niet."
- Gebruik een logisch gevolg. Gooit hij met de bal binnen, dan gaat de bal even weg. Kort, direct en zonder preek.
- Negeer uitdagend gedrag zonder gevaar, zoals jengelen. Ook boze aandacht is voor een peuter aandacht.
Time-out. De JGZ-richtlijn Psychosociale problemen noemt 'stil zitten' of 'time-out' als een van de manieren om consequent te reageren. Bij een peuter betekent dat: even op een rustige plek bij jou in de buurt, een paar minuten, tot jullie allebei rustig zijn. Geen donkere kamer, geen deur op slot en geen lange tijd alleen. Daarna maak je het weer goed met een knuffel. Bij een dreumes onder de 2 werkt afleiden meestal beter dan een time-out.
Wat je niet doet. Slaan, knijpen, een tik geven, uitschelden of vernederen: dat raden JGZ-professionals af, en in Nederland vraagt de wet ook een opvoeding zonder geweld. De JGZ-richtlijn Psychosociale problemen noemt een vijandige of afwijzende opvoedstijl en strenge straffen als risicofactor voor gedragsproblemen; een warme, sensitieve opvoedstijl werkt juist beschermend. Hoe je slaan en bijten bij je peuter zelf aanpakt, lees je in bijten en slaan bij je peuter.
Consequent zijn: samen op een lijn
Ouders vinden consequent zijn het moeilijkste aan opvoeden, schrijft de JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning. Dit maakt het makkelijker:
- Spreek samen een paar regels af die jullie allebei echt belangrijk vinden. Over de rest hoef je niet strijd te voeren.
- Vaste rituelen doen veel werk voor je. Als na het eten altijd samen opruimen komt, hoef je het niet elke dag opnieuw te bevechten.
- Een nee blijft een nee, ook bij een driftbui. Hoe je de bui zelf opvangt, lees je in driftbuien bij peuters.
Als opvoeden zwaar voelt
Je bent niet de enige. Volgens de JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning vindt de helft van de vaders en moeders het ouderschap moeilijker dan ze vooraf dachten, en twijfelt meer dan 15% van de vaders en meer dan 20% van de moeders weleens of ze de opvoeding aankunnen.
Met een kort lontje door gebroken nachten is rustig blijven veel moeilijker. Tips staan in slaaptekort als ouder. Vraag ook om hulp in huis, zoals Kind en Gezin aanraadt. Praten met je partner, familie of het consultatiebureau helpt: vragen stellen is geen falen, het hoort bij opvoeden.
Waar vind je hulp bij opvoeden?
Hulp bij opvoeden is er voor alle ouders. De JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning noemt een luisterend oor, informatie, pedagogisch advies en oudercursussen zoals Triple P.
| Waar | Waarvoor |
|---|---|
| Consultatiebureau (JGZ) | Elke opvoedvraag, ook tussen de afspraken door; soms extra afspraken of een cursus |
| Huisarts | Zorgen over gedrag, of als je merkt dat het jou zelf te veel wordt |
| Wijkteam of Centrum voor Jeugd en Gezin | Opvoedadvies en cursussen in je eigen gemeente |
| Nederlands Jeugdinstituut (voorheen Opvoeden.nl) | Betrouwbare informatie over ontwikkeling en opvoeding |
Bel in elk geval het consultatiebureau of de huisarts als je je zorgen maakt over het gedrag van je kind, als je vaker uitvalt dan je wilt, of als de strijd thuis de sfeer in het gezin bepaalt.
Oudercursussen zoals Triple P: wat is het en waar vind je het?
Triple P staat voor Positive Parenting Program, in Nederland ook Positief Opvoeden genoemd. Het is een programma voor opvoedondersteuning dat veel gemeenten aanbieden, vaak via het consultatiebureau, het wijkteam of het Centrum voor Jeugd en Gezin. De ideeën uit dit artikel (aandacht voor wat goed gaat, duidelijke regels, rustig en consequent reageren) komen er ook in terug.
Triple P werkt met vijf niveaus, van licht naar intensief:
| Niveau | Wat het is |
|---|---|
| 1 | Algemene informatie over opvoeden, voor alle ouders |
| 2 | Kort advies over een specifieke vraag, zoals slapen of driftbuien |
| 3 | Een paar gesprekken over een concreet opvoedprobleem |
| 4 | Een training van acht tot tien bijeenkomsten, in een groep of alleen |
| 5 | Extra ondersteuning als er in het gezin meer speelt |
Het NJI beoordeelt niveau 4 en 5 als 'effectief volgens eerste aanwijzingen'. Vraag bij het consultatiebureau of je gemeente welke cursussen er bij jou in de buurt zijn.
Verder lezen
- Grenzen stellen bij je dreumes en peuter: nee zeggen, luisteren en volhouden
- Driftbuien bij peuters: waarom ze erbij horen en wat je kunt doen
- Peuterpuberteit: wanneer begint het, hoe lang duurt het en wat helpt?
- Zelfstandigheid van je peuter: zelf aankleden, helpen en 'zelluf doen'
- Slaaptekort als ouder: zo houd je het vol en herstel je
Bronnen
- Kind en Gezin (Opgroeien, Vlaanderen), Positief opvoeden
- JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid
- JGZ-richtlijn Psychosociale problemen, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid
- NJI, Peuter: zelfstandigheid, regels en grenzen stellen, Nederlands Jeugdinstituut
- NJI, Peuter: peuterpuberteit, Nederlands Jeugdinstituut
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Opvoedstijlen: welke zijn er en welke past bij jonge kinderen?
Verlatingsangst bij je dreumes of peuter: waarom het terugkomt en wat helpt