De meeste baby's vallen na de geboorte eerst wat af en zijn na ongeveer 2 weken terug op hun geboortegewicht. Daarna groeit een baby in de eerste 6 maanden gemiddeld ongeveer 150 gram per week (Voedingscentrum). Dat is een gemiddelde, geen ondergrens: het consultatiebureau kijkt vooral of je baby zijn eigen lijn in het groeidiagram volgt. Twijfel je, laat je baby dan daar wegen, want thuis wegen is volgens de JGZ-richtlijn niet betrouwbaar genoeg.
In dit artikel
- In het kort
- Hoeveel moet een baby per week aankomen?
- Afvallen na de geboorte: hoeveel is normaal?
- Wanneer is trager aankomen een signaal?
- Hoe weet je thuis of je baby genoeg binnenkrijgt?
- Waardoor komt een baby niet goed aan?
- De 4-maandendip: normaal bij borstvoeding
- Wie helpt als je baby niet goed aankomt?
- Wanneer direct naar de huisarts?
In het kort
| Wat | Wat de richtlijnen zeggen |
|---|---|
| Eerste dagen | Je baby valt eerst wat af; dat is normaal (Voedingscentrum) |
| Terug op geboortegewicht | Meestal na ongeveer 2 weken (Voedingscentrum) |
| Eerste 6 maanden | Gemiddeld ongeveer 150 gram per week (Voedingscentrum) |
| Signaal om naar de voeding te kijken | Minder dan 20 gram per dag of 150 gram per week tot 3 maanden, plus te weinig natte luiers (JGZ-richtlijn Borstvoeding) |
| Afbuigende gewichtscurve | De lijn is sinds de vorige meting meer dan 1 SD gezakt (JGZ-richtlijn Ondergewicht) |
| Rond 4 maanden | Bij borstvoeding komt je baby vaak wat langzamer aan; dat is normaal (JGZ-richtlijn Ondergewicht) |
Hoeveel moet een baby per week aankomen?
Het Voedingscentrum geeft een eenvoudig richtgetal: in de eerste 6 maanden groeit een baby ongeveer 150 gram per week. Op het consultatiebureau wordt bijgehouden of je kind volgens zijn groeicurve groeit.
Dat getal is een gemiddelde over veel baby's. De ene week komt je baby 250 gram aan, de week erna misschien 80. Wat telt, is de lijn over meerdere weken. In mijn praktijk zie ik ouders vaak schrikken van één tegenvallende weging, terwijl de curve over een maand gewoon netjes loopt.
Kind en Gezin zegt het ook: elk kind is uniek, te sterk focussen op het gewicht kan onnodige ongerustheid geven, en sommige baby's komen gewoon wat trager aan zonder dat er iets mis is. Naast het gewicht kijken zij ook naar lengte, hoofdomtrek, natte en vieze luiers, hoe je baby erbij ligt en zijn ontwikkeling.
Wil je weten wat gemiddeld is per maand? Bekijk dan gewicht en lengte van je baby per maand.
Afvallen na de geboorte: hoeveel is normaal?
Bijna alle baby's vallen de eerste dagen af. Dat is normaal (Voedingscentrum). De meeste zijn na ongeveer 2 weken terug op hun geboortegewicht.
Of het gewichtsverlies binnen de marge valt, beoordelen de verloskundige, kraamzorg en het consultatiebureau met een speciale groeicurve voor gewichtsverlies bij baby's die borstvoeding krijgen (JGZ-richtlijn Borstvoeding). Wegen is in die eerste weken juist bedoeld om twee dingen te voorkomen: onnodig bijvoeden, en een baby die ongemerkt te weinig binnenkrijgt.
Valt je baby na 2 weken nog af, of is hij nog lang niet terug op zijn geboortegewicht? Neem dan contact op met het consultatiebureau of je verloskundige. Meer over de eerste weken lees je in groei van je pasgeboren baby.
Wanneer is trager aankomen een signaal?
De JGZ-richtlijn Borstvoeding noemt een paar signalen die erop kunnen wijzen dat een baby te weinig melk binnenkrijgt:
- gewichtsverlies dat onder de -2 SD-lijn valt op de curve voor gewichtsverlies bij borstgevoede kinderen;
- gewichtstoename van minder dan 20 gram per dag of minder dan 150 gram per week, tot de leeftijd van 3 maanden;
- weinig en/of donkere, geconcentreerde plas (te weinig natte luiers), of na 1 week nog geen gele ontlasting;
- een slappe baby, een droge huid die langzaam terugveert of een ingezonken fontanel.
Let op: dit zijn signalen om goed naar de voeding te kijken, geen diagnose. Het consultatiebureau legt ze naast de rest van het plaatje.
Bij oudere baby's spreekt de JGZ van een afbuigende gewichtscurve als de SD-score sinds de vorige meting met meer dan 1 SD is afgenomen. Van ondergewicht is sprake bij een gewicht dat lager ligt dan de -2 SD-lijn. Een baby die licht is maar zijn eigen lijn netjes blijft volgen, is volgens dezelfde richtlijn misschien licht voor zijn leeftijd, maar geen reden tot zorg. Hoe je die lijnen leest, staat in de groeicurve van je baby lezen.
Hoe weet je thuis of je baby genoeg binnenkrijgt?
Je kunt aan de borst niet zien hoeveel je baby drinkt. Gelukkig zijn er andere graadmeters. Het Voedingscentrum noemt:
| Leeftijd | Teken dat je baby genoeg binnenkrijgt |
|---|---|
| Eerste weken | Ongeveer 6 natte luiers en 2 tot 5 poepluiers per 24 uur |
| Daarna | Je baby groeit goed, heeft ongeveer 6 natte luiers per dag en is levendig |
Borstgevoede baby's poepen later soms veel minder, zelfs maar 1 keer per 2 weken. Ook dat is normaal (Voedingscentrum).
Thuis wegen lijkt handig, maar de JGZ-richtlijn Wegen, meten en groeidiagrammen is duidelijk: zelf thuis laten meten en wegen door ouders is onvoldoende betrouwbaar. Kind en Gezin geeft als tip dat je baby voor een eerlijke vergelijking steeds op dezelfde manier gewogen moet worden: dezelfde weegschaal, hetzelfde tijdstip, telkens bloot of met een droge luier, en telkens voor een voeding.
Wil je toch iets bijhouden? Noteer dan de voedingen en natte luiers. Dat kan op papier of in de Numsy-app: met de Numsy slaap-app houd je voedingen, luiers en slaapjes op één plek bij, handig om op het consultatiebureau te laten zien.
Waardoor komt een baby niet goed aan?
De JGZ-richtlijn Ondergewicht noemt bij baby's vooral voedingsoorzaken:
- borstvoeding die niet goed loopt;
- verkeerd bereide flesvoeding, met te weinig of juist te veel schepjes;
- slecht drinken, weinig zuigkracht of heel langzaam drinken;
- een vertraagde overgang van melk naar vaste voeding.
Soms zit er een ziekte of een lichamelijk probleem achter, zeker als je baby ook vaak overgeeft, steeds verslikt, diarree heeft of bloed bij de ontlasting. Dat hoort altijd bij een arts.
Bij borstvoeding
Thuisarts zegt het eenvoudig: als je baby goed groeit, krijgt hij genoeg. Komt je baby te weinig aan, dan helpt dit vaak:
- Vaker aanleggen. Borstvoeding werkt op vraag en aanbod. In de eerste levensweek zijn minstens 8 voedingen per etmaal nodig (JGZ-richtlijn Ondergewicht). Kind en Gezin noemt dat bij een baby die matig bijkomt 12 tot 14 voedingen per 24 uur een normale frequentie kan zijn. Hoe vaak borstvoeding per leeftijd gewoon is, lees je in hoe vaak borstvoeding geven.
- Kijk naar het aanleggen. Een lactatiekundige kan meekijken hoe je baby aanhapt en drinkt (Thuisarts).
- Houd een slaperige baby alert. Kleed hem wat lichter, leg hem meer rechtop aan, strijk over zijn kaakje of wissel vaker van borst (Kind en Gezin).
- Eerst de eerste borst goed leeg. Drinkt je baby lang genoeg aan de eerste borst, dan krijgt hij de vette achtermelk binnen; daarna mag hij nog aan de tweede (Kind en Gezin).
- Wees zuinig met de fopspeen zolang je baby matig bijkomt; zuigen op een speen kan het aantal voedingen verminderen (Kind en Gezin).
Moet je je baby wakker maken voor een voeding? Dat lees je in baby wakker maken voor een voeding.
Bij flesvoeding
- Maak de fles precies volgens de verpakking. Het Voedingscentrum benadrukt de juiste hoeveelheid water en poeder; de JGZ-richtlijn noemt verkeerd bereide voeding als oorzaak van slecht groeien. Stap voor stap staat het in flesvoeding klaarmaken en opwarmen.
- Kijk naar het drinken. Drinkt je baby onrustig, stopt hij snel of duurt een fles heel lang? Laat het consultatiebureau meekijken naar de houding en de speen.
- Volg je baby, niet de maatstreep. Er is geen vast aantal milliliters dat elke baby nodig heeft; let op honger- en verzadigingssignalen. Meer in hoeveel flesvoeding heeft je baby nodig.
De 4-maandendip: normaal bij borstvoeding
Baby's die vooral moedermelk krijgen, zijn in het eerste halfjaar gemiddeld iets zwaarder dan baby's met flesvoeding. Vanaf de derde of vierde maand komen ze vaak wat minder snel aan. Dit heet in de volksmond de 4-maandendip en is volgens de JGZ-richtlijn Ondergewicht een normaal verschijnsel. In het tweede halfjaar is het omgekeerd en rond het tweede levensjaar zijn de verschillen meestal verdwenen.
Ook genen spelen mee. Vanaf ongeveer 5 maanden wordt 80 tot 90% van de verschillen in groei verklaard door erfelijke factoren (JGZ-richtlijn Ondergewicht). Een kind van kleine, tengere ouders zoekt vaak een lagere lijn op dan een kind van lange ouders.
Wie helpt als je baby niet goed aankomt?
Begin altijd bij het consultatiebureau. Zij kunnen extra afspraken inplannen om je baby te wegen en samen naar de voeding te kijken. Zo nodig verwijst de jeugdarts door naar (JGZ-richtlijn Ondergewicht):
| Wie | Waarvoor |
|---|---|
| Lactatiekundige | Problemen met aanleggen of de melkproductie |
| Kinderdiëtist | Het voedingspatroon in kaart brengen en advies op maat |
| Preverbaal logopedist | Problemen met zuigen, slikken of drinken uit borst of fles |
| Kinderarts | Als de groei zorgen blijft geven of er andere klachten zijn |
Wanneer direct naar de huisarts?
Neem dezelfde dag contact op met de huisarts als je baby duidelijk minder natte luiers heeft dan normaal, slecht drinkt of steeds overgeeft. Bel direct als je baby suf is, slap aanvoelt of moeilijk wakker te krijgen is.
De JGZ-richtlijn Borstvoeding noemt deze kenmerken als reden voor opname in het ziekenhuis:
- te weinig melk binnenkrijgen en niet goed groeien;
- tekenen van uitdroging, zoals een ingezakte fontanel;
- extreme lusteloosheid;
- geelzucht;
- een te lage lichaamstemperatuur.
Verder lezen
- Gewicht en lengte van je baby per maand
- Groei van je pasgeboren baby: zo werkt de groeicurve
- Gewicht pasgeboren baby
- Hoe vaak borstvoeding geven per leeftijd
- De groeicurve van je baby lezen
Bronnen
- Voedingscentrum, Hoeveel borstvoeding heeft mijn baby nodig
- JGZ-richtlijn Borstvoeding (multidisciplinair)
- JGZ-richtlijn Ondergewicht
- JGZ-richtlijn Wegen, meten en groeidiagrammen
- Kind en Gezin, Problemen bij borstvoeding bij baby's
- Thuisarts.nl (NHG), Ik geef borstvoeding en heb een probleem
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.





Baby laten boeren: hoe, wanneer en wat als er geen boertje komt
Groeispurt bij je baby: wanneer, hoe lang en wat merk je ervan?