Gratis verzending door heel NL & BE bij €35 of meer

In het kort

In het groeidiagram staan lijnen die laten zien hoe kinderen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht groeien. De middelste lijn (0 SD) is het gemiddelde; 95% van de kinderen groeit tussen de -2 en +2 SD-lijn. Belangrijker dan op welke lijn je kind zit, is of hij zijn eigen lijn volgt. Zakt het gewicht sinds de vorige meting meer dan 1 SD, dan noemt de JGZ dat een afbuigende curve.

In het groeidiagram staan lijnen die laten zien hoe kinderen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht groeien. De middelste lijn (0 SD) is het gemiddelde, en 95% van de kinderen groeit tussen de -2 en +2 SD-lijn (JGZ-richtlijn Wegen, meten en groeidiagrammen). Belangrijker dan op welke lijn je kind zit, is of hij zijn eigen lijn volgt. Zakt het gewicht sinds de vorige meting meer dan 1 SD, dan spreekt de JGZ van een afbuigende gewichtscurve.

In dit artikel
  1. In het kort
  2. Groeidiagram of groeicurve: wat is het verschil?
  3. Wat betekenen de lijnen in de groeicurve?
  4. Welke groeicurves gebruikt het consultatiebureau?
  5. Hoe vaak wordt je baby gewogen en gemeten?
  6. Waar let je op bij het beoordelen van de groeicurve?
  7. Afbuigen van de groeicurve: wanneer is het een signaal?
  8. De eerste weken: een aparte curve
  9. Groeicurve bij een te vroeg geboren baby
  10. Zelf de groei bijhouden

In het kort

Begrip Wat het betekent
Groeidiagram De grafiek met de referentielijnen
Groeicurve De lijn die ontstaat als je de metingen van jouw kind invult
0 SD Het gemiddelde, gelijk aan de P50: de helft zit eronder, de helft erboven
-2 tot +2 SD Hier groeit 95% van de kinderen
Afbuigende gewichtscurve SD-score sinds de vorige meting meer dan 1 SD gedaald (JGZ-richtlijn Ondergewicht)
Ondergewicht Gewicht voor leeftijd of lengte onder de -2 SD-lijn (JGZ-richtlijn Ondergewicht)

Groeidiagram of groeicurve: wat is het verschil?

De woorden worden door elkaar gebruikt, maar de JGZ-richtlijn Wegen, meten en groeidiagrammen maakt een duidelijk onderscheid:

  • Het groeidiagram is de grafiek waarop je de groei van een kind kunt bijhouden en vergelijken met die van andere kinderen.
  • De groeicurve is het resultaat: de lijn die ontstaat als je de metingen van jouw kind in het diagram zet.

In Nederland gebruikt het consultatiebureau de Nederlandse groeidiagrammen van TNO. Er zijn aparte diagrammen voor jongens en meisjes, en speciale diagrammen voor onder meer te vroeg geboren kinderen, kinderen met het syndroom van Down en kinderen van Turkse, Marokkaanse en Hindostaanse afkomst. Op de website van TNO kun je de diagrammen bekijken en afdrukken voor persoonlijk gebruik.

Wat betekenen de lijnen in de groeicurve?

De lijnen in het groeidiagram zijn SD-lijnen. SD staat voor standaarddeviatie: een maat voor hoe ver een meting van het gemiddelde af ligt. De JGZ-richtlijn legt het zo uit:

  • 0 SD is het gemiddelde van alle kinderen. Dat is gelijk aan de P50: 50% van de metingen ligt onder deze lijn en 50% erboven.
  • Een positieve SD-score (+1, +2) betekent boven het gemiddelde, een negatieve (-1, -2) onder het gemiddelde.
  • Hoe verder van de 0-lijn, hoe uitzonderlijker de meting.
  • 95% van de kinderen groeit tussen de -2 SD en de +2 SD-lijn.

Je baby op de -1 lijn is dus niet "te klein", en je baby op de +1 lijn niet "te zwaar". Het zijn gewoon plekken in het normale gebied. In mijn praktijk merk ik dat ouders vooral rust krijgen als ze dit snappen: er is geen goede of foute lijn, er is alleen jouw kind en zijn eigen lijn.

Percentiel of SD?

Zoek je op "percentiel baby", dan kom je vaak grafieken met percentielen tegen. Een percentiel en een SD-lijn laten hetzelfde zien: hoe je kind zich verhoudt tot leeftijdsgenootjes. De Nederlandse groeidiagrammen en het consultatiebureau werken met SD-lijnen en SD-scores. Het enige vaste ankerpunt dat je nodig hebt: 0 SD is de P50.

Welke groeicurves gebruikt het consultatiebureau?

Diagram Wat je ziet
Lengte naar leeftijd Hoe lang je kind is vergeleken met leeftijdsgenoten
Gewicht naar leeftijd Hoe zwaar je kind is vergeleken met leeftijdsgenoten
Gewicht naar lengte Of gewicht en lengte bij elkaar passen
Hoofdomtrek De groei van het hoofdje, vooral in het eerste jaar
BMI naar leeftijd Vanaf 2 jaar, als maat voor gewicht ten opzichte van lengte

Het gewicht naar lengte is handig om naast de andere curves te leggen: een lange, slanke baby kan op de gewicht-naar-leeftijdcurve laag zitten, terwijl gewicht en lengte prima bij elkaar passen. De hoofdomtrek wordt tot ongeveer 1 jaar gemeten, daarna alleen als daar reden voor is (JGZ-richtlijn).

Hoe vaak wordt je baby gewogen en gemeten?

De JGZ-richtlijn adviseert om lengte en gewicht in ieder geval op deze momenten te meten:

Leeftijd Minimaal
0 tot 6 weken 1 keer
6 weken tot 12 maanden 3 keer, verspreid over het jaar
1 tot en met 2 jaar 2 keer
3 tot en met 6 jaar 2 keer

Dit zijn minimale aantallen. Het team kan in overleg met jou extra meetmomenten inplannen als daar reden voor is.

Thuis wegen en meten? De richtlijn zegt dat zelf thuis laten meten door ouders onvoldoende betrouwbaar is. Een andere weegschaal, een volle luier of een kind dat niet stil ligt bij het meten maakt al snel verschil.

Waar let je op bij het beoordelen van de groeicurve?

Het consultatiebureau kijkt volgens de JGZ-richtlijn naar twee dingen:

  1. Het verloop. Ligt de nieuwste meting in het verlengde van de vorige? Buigt de groei af, omhoog of omlaag? Daarbij houden ze er rekening mee dat de vorige meting een meetfout kan zijn.
  2. De ligging ten opzichte van de lijnen. Hoe verhoudt de groei zich tot die van andere kinderen? Bij de lengte kijken ze ook naar de lengte van de ouders.

Het verloop is meestal belangrijker dan de plek. Volgens de JGZ-richtlijn Ondergewicht is een kind dat zijn eigen gewichtscurve blijft volgen en niet afbuigt, misschien licht voor zijn leeftijd of lengte, maar geen reden tot zorg.

Afbuigen van de groeicurve: wanneer is het een signaal?

De JGZ-richtlijn Ondergewicht hanteert deze afspraken:

  • Afbuigende gewichtscurve: de SD-score is sinds de vorige meting met meer dan 1 SD afgenomen.
  • Ondergewicht: een gewicht naar leeftijd of naar lengte onder de -2 SD-lijn.

Ook dan beslist de klinische blik van de jeugdarts of verpleegkundige: hoe ziet je kind eruit, drinkt en eet het goed, is het ziek geweest? Eet je dreumes slecht maar volgt hij zijn lijn, lees dan baby of dreumes wil niet eten.

Niet elk afbuigen is een probleem. De JGZ beschrijft drie situaties die normaal kunnen zijn:

Situatie Wat er gebeurt
Een eigen lijn zoeken Enige afbuiging naar de eigen groeilijn kan voor het derde levensjaar optreden zonder dat er iets mis is
Borstvoedingsdip Baby's die vooral moedermelk krijgen, laten rond 4 maanden vaak een dip in de groeicurve zien. Dat is normaal
Inhaalgroei Na bijvoorbeeld ziekte of een te vroege geboorte kan een kind sneller groeien tot het weer op zijn eigen lijn zit

Kind en Gezin zegt het ook: in de eerste 2 levensjaren zoekt elk kind zijn eigen plek op de curve. Gewicht, lengte en hoofdomtrek hoeven niet één lijn te volgen, maar kunnen naar een hogere of lagere lijn gaan. Vanaf 2 à 3 jaar wordt die plek stabieler.

Groei is bovendien voor een groot deel erfelijk. Vanaf ongeveer 5 maanden wordt 80 tot 90% van de verschillen verklaard door genen (JGZ-richtlijn Wegen, meten en groeidiagrammen). Daarom meet of vraagt het consultatiebureau ook de lengte van beide ouders: die is belangrijk om de verwachte eindlengte van je kind te schatten.

De eerste weken: een aparte curve

In de eerste levensweken is een andere vraag belangrijk: hoeveel valt je baby af na de geboorte, en is hij op tijd terug op zijn geboortegewicht? Het Voedingscentrum noemt dat de meeste baby's na ongeveer 2 weken terug zijn op hun geboortegewicht en daarna in de eerste 6 maanden ongeveer 150 gram per week groeien.

Voor baby's die borstvoeding krijgen, heeft TNO een speciale groeicurve voor gewichtsverlies gemaakt, op basis van ruim 2.500 gezonde borstgevoede baby's. Bij 95% van de baby's valt het gewichtsverlies in het groene gebied; valt een baby daarbuiten, dan is extra alertheid nodig. Meer over de eerste weken in groei van je pasgeboren baby. Komt je baby niet goed aan? Lees dan baby komt niet (genoeg) aan. Twijfel je of je baby genoeg borstvoeding krijgt, dan staan de graadmeters in hoe vaak borstvoeding geven.

Groeicurve bij een te vroeg geboren baby

Voor te vroeg geboren kinderen gebruikt het consultatiebureau tot 15 maanden een groeidiagram dat past bij de zwangerschapsduur. Is dat er niet, dan gebruiken ze het gewone diagram met een gecorrigeerde leeftijd (JGZ-richtlijn). TNO heeft aparte diagrammen voor prematuren, waarbij je de curve kiest op basis van het aantal volledige weken zwangerschap.

Kind en Gezin noemt dat te vroeg geboren kinderen de eerste maanden vaak een inhaalgroei laten zien. Het gewicht is meestal voor het einde van het eerste jaar ingehaald; de lengte soms pas op kleuterleeftijd. Over slaap bij te vroeg geboren baby's lees je meer in slaap van een te vroeg geboren baby.

Zelf de groei bijhouden

Wil je het verloop zelf volgen? Neem dan de metingen van het consultatiebureau over, met de datum erbij. In de Numsy slaap-app kun je gewicht, lengte en hoofdomtrek noteren en het verloop als grafiek zien, naast de slaapjes en voedingen. Handig om thuis rustig terug te kijken, maar de beoordeling blijft bij het consultatiebureau: zij werken met de Nederlandse groeidiagrammen en kijken naar het hele plaatje.

Wat gemiddeld is per maand, staat in gewicht en lengte van je baby per maand.

Verder lezen

Bronnen

Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.

Laat een reactie achter

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.

Volg de groei van je kindje

Numo

Zet lengte en gewicht in de app en zie ze terug in een groeicurve. Handig om erbij te pakken op het consultatiebureau.

Probeer 7 dagen

Eerst 7 dagen proberen

★ 4,9 in de App Store

Numsy Heat&Go Draagbare Flessenwarmer Onderweg

Handig bij dit artikel

Numsy Heat&Go Draagbare Flessenwarmer Onderweg

Warme voeding onderweg en s nachts, zonder gedoe met water opwarmen.

Bekijk product

Latest Stories

Deze sectie bevat momenteel geen content. Voeg content toe aan deze sectie met behulp van de zijbalk.

Veelgestelde vragen

Wat betekenen de lijnen in de groeicurve?

De lijnen zijn SD-lijnen: ze laten zien hoeveel standaarddeviaties een meting boven of onder het gemiddelde ligt. De 0-lijn is het gemiddelde, oftewel de P50: de helft van de kinderen zit eronder, de helft erboven. Ongeveer 95% van de kinderen groeit tussen -2 en +2 SD.

Is het erg als mijn baby op de -1 of +1 lijn zit?

Nee. Een kind dat netjes zijn eigen lijn volgt, groeit goed, ook als die lijn onder of boven het gemiddelde ligt. Groei is voor een groot deel erfelijk. Pas als een kind ver buiten de -2 of +2 lijn komt, of duidelijk van zijn lijn afbuigt, kijkt het consultatiebureau verder.

Wanneer is afbuigen van de groeicurve een probleem?

De JGZ spreekt van een afbuigende gewichtscurve als de SD-score sinds de vorige meting met meer dan 1 SD is gedaald. Ook dan kijkt de jeugdarts eerst naar het hele plaatje: kan het een meetfout zijn, drinkt je kind goed, is het ziek geweest? Een kleine verschuiving naar een eigen lijn in de eerste jaren kan normaal zijn.

Wat is het verschil tussen een percentiel en een SD-lijn?

Beide laten zien hoe je kind zich verhoudt tot leeftijdsgenootjes. Nederlandse groeidiagrammen werken met SD-lijnen. De 0 SD-lijn is gelijk aan de P50, het 50e percentiel. Het consultatiebureau rekent met SD-scores.

Waarom is er een aparte groeicurve voor meisjes en jongens?

Meisjes zijn bij de geboorte en daarna gemiddeld iets lichter dan jongens. Daarom zijn er aparte groeidiagrammen voor jongens en meisjes. Er zijn ook speciale diagrammen, bijvoorbeeld voor te vroeg geboren kinderen.

Kan ik de groeicurve van mijn baby zelf bijhouden?

Je kunt de metingen van het consultatiebureau overnemen en het verloop bekijken. TNO stelt de Nederlandse groeidiagrammen beschikbaar om af te drukken voor persoonlijk gebruik. Thuis wegen en meten is volgens de JGZ-richtlijn wel onvoldoende betrouwbaar, dus gebruik liever de metingen van het consultatiebureau.