Wanneer van 2 naar 1 slaapje overgaan + stappenplan
|
|
Tijd om te lezen 7 min
In het kort
De meeste kinderen gaan rond 15 tot 18 maanden van 2 naar 1 slaapje, liever niet voor 14 maanden en soms pas rond 20 maanden. Je merkt het aan het ochtenddutje: dat wordt kort, geweigerd of schuift steeds later, terwijl je kind 's middags niet meer moe genoeg is. De overgang duurt meestal 2 tot 4 weken: schuif het ochtenddutje in stapjes van 20 tot 30 minuten op naar één middagdutje rond 12.00 tot 12.30 uur en breng je kind in die weken eerder naar bed.
|
|
Tijd om te lezen 7 min
De meeste kinderen gaan rond 15 tot 18 maanden van 2 naar 1 slaapje, liever niet voor 14 maanden en soms pas rond 20 maanden. Je merkt het aan het ochtenddutje: dat wordt kort, geweigerd of schuift steeds later, terwijl je kind 's middags niet meer moe genoeg is. De overgang zelf duurt meestal 2 tot 4 weken. In die tijd schuif je het ochtenddutje in stapjes van 20 tot 30 minuten op naar één middagdutje rond 12.00 tot 12.30 uur, en breng je je kind eerder naar bed.
| Onderdeel | Richtlijn |
|---|---|
| Leeftijd van 2 naar 1 slaapje | 15 tot 18 maanden (niet voor 14, soms tot 20) |
| Belangrijkste signaal | ochtenddutje wordt kort, geweigerd of steeds later |
| Wakkertijd met 1 slaapje | 4,5 tot 5 uur |
| Middagdutje | 2 tot 2,5 uur, rond 12.00 tot 12.30 uur |
| Bedtijd in de overgang | eerder, rond 18.30 uur |
| Duur van de overgang | 2 tot 4 weken |
Rond 15 tot 18 maanden. Het liefst niet eerder, later mag wel. In mijn praktijk zie ik ouders vaak te vroeg overstappen, omdat een kind van 12 of 13 maanden het ochtenddutje ineens weigert. Meestal is dat een tijdelijke dip, geen teken dat het dutje weg kan.
De overgang van 2 naar 1 slaapje is de derde van vier dutjesovergangen in de eerste jaren:
| Overgang | Meestal rond |
|---|---|
| Van veel korte slaapjes naar 3 vaste dutjes | 4 tot 6 maanden |
| Van 3 naar 2 slaapjes | 7 tot 9 maanden |
| Van 2 naar 1 slaapje | 15 tot 18 maanden |
| Van 1 naar geen dutje | 3 tot 5 jaar |
Dat het middagdutje meestal pas tussen 3 en 5 jaar verdwijnt, blijkt ook uit Zwitserse referentiecurves (Iglowstein et al., 2003). Een kind van 1 tot 2 jaar heeft in totaal 11 tot 14 uur slaap per etmaal nodig (Paruthi et al., 2016; Hirshkowitz et al., 2015). Wie van 2 naar 1 slaapje gaat, verliest overdag vaak een half uur tot een uur; dat haal je in met een vroegere bedtijd. De overgang van 3 naar 2 slaapjes staat apart beschreven in dutjesovergangen van 3 naar 2 en naar 1 slaapje.
Kijk niet naar de kalender, maar naar deze signalen, en let vooral op de combinatie. Zie je er drie of meer, 2 weken achter elkaar, dan is je kind er waarschijnlijk klaar voor:
Let op: dutjes weigeren is niet altijd een teken dat er een dutje af kan. Rond 12 en 15 maanden zit ook een slaapregressie, en dan lijkt het er verdacht veel op. Lees het verschil in slaapregressie 15 maanden.
Wacht nog even als je kind jonger is dan 14 maanden, ziek is, midden in een regressie of sprong zit, net is gestart op de opvang, of aan het eind van de middag steeds instort. Met 1 slaapje moet je kind zo'n 5 uur achter elkaar wakker zijn, en dat is voor de meeste kinderen onder de 15 maanden gewoon te lang. Het gevolg: rond 17.00 uur is de dag op en de avond een drama.
Twee trucjes om de 2 dutjes nog even vast te houden:
Heb je de trucjes geprobeerd en merk je dat je kind echt klaar is voor een dutje minder? Dan ga je er rustig naartoe werken, niet ineens een dutje schrappen. Kies de methode die bij je kind past.
Methode 1: schuif het ochtenddutje op. Dit werkt het best bij kinderen die lang slapen in de ochtend en 's middags niet meer willen.
| Dagen | Ochtenddutje | Rest van de dag |
|---|---|---|
| Dag 1 tot 3 | 10.30 uur, maximaal 1 uur | Middagdutje kort of vervangen door een rustmoment, bedtijd 18.30 uur |
| Dag 4 tot 6 | 11.00 uur, maximaal 1,5 uur | Geen middagdutje meer, bedtijd 18.30 uur |
| Dag 7 tot 9 | 11.30 uur, 2 tot 2,5 uur | Dit is nu het enige dutje, bedtijd 18.30 tot 18.45 uur |
| Dag 10 tot 14 | 12.00 tot 12.30 uur, 2 tot 2,5 uur | Bedtijd langzaam terug naar 19.00 uur |
Methode 2: kort het ochtenddutje steeds verder in. Dit werkt goed bij kinderen die al een kort ochtenddutje doen. Ga in stapjes van een paar dagen van 60 naar 45 naar 30 minuten en dan naar geen ochtenddutje meer. Het middagdutje schuift tegelijk naar voren, van 13.30 naar 12.30 uur.
Bij beide methodes geldt: gaat een stap 3 dagen goed, dan mag de volgende. Gaat het mis, blijf dan een paar dagen langer op de huidige stap staan.
Zo ziet een dag eruit als de overgang klaar is. De wakkertijd voor het dutje en voor de nacht is 4,5 tot 5 uur.
| Tijd | Wat gebeurt er | Wakkertijd |
|---|---|---|
| 07.00 | Wakker, ontbijt | |
| 09.30 | Naar buiten of actief spelen | |
| 11.30 | Vroege lunch | |
| 12.00 tot 14.00 | Middagdutje (2 tot 2,5 uur) | 5 uur |
| 14.00 | Wakker, tussendoortje, spelen | |
| 17.00 | Avondeten | |
| 18.15 | Slaapritueel: wassen, pyjama, boekje | |
| 18.45 | Bedtijd | 4,75 uur |
Sliep je kind maar een uur? Probeer het opnieuw te laten slapen, en lukt dat niet, dan gaat het die avond om 18.00 uur naar bed. Een vroege lunch voorkomt dat je kind aan tafel in slaap valt. Uitgewerkte schema's per leeftijd vind je in slaapschema dreumes 15 maanden en slaapschema dreumes 18 maanden.
Reken op 2 tot 4 weken waarin goede en moeizame dagen elkaar afwisselen. De ene dag lukt één dutje prima, de volgende dag heeft je kind na een korte nacht toch twee slaapjes nodig. Dat is geen terugval, dat is de overgang. Zie je 2 weken achter elkaar dat één dutje volstaat en het humeur goed blijft, dan is het klaar.
Wordt het eind van de middag toch te lang, laat je kind dan rond 16.00 uur een korte powernap van 15 tot 20 minuten doen in de wagen of auto. Zo'n overbruggingsdutje redt de avond zonder dat bedtijd naar achteren schuift.
Lukt het na 6 weken nog niet, wordt je kind overdag steeds hangeriger, of slaapt het in totaal veel minder dan 11 uur per etmaal? Bespreek het dan op het consultatiebureau, dat werkt met de JGZ-richtlijn Gezonde slaap. Ook bij twijfel of het een dutjesovergang is of iets anders, zoals oorpijn of een verkoudheid die niet overgaat, is een belletje naar de huisarts nooit overdreven.
Geschreven door Josanne Verhoof, pedagoog en babyslaapcoach (Villa Bimbi), slaapbegeleiding voor kinderen van 0 tot 5 jaar.
Meestal rond 15 tot 18 maanden. Liever niet voor 14 maanden, later mag wel; sommige kinderen houden 2 dutjes tot 20 maanden. De leeftijd is een richtlijn, de signalen van je kind zijn leidend.
Het ochtenddutje wordt heel kort of geweigerd, inslapen duurt langer dan eerst, je kind wil 's middags niet meer slapen, wordt 's nachts weer wakker of is heel vroeg wakker, terwijl het humeur overdag goed blijft. Zie je dit 2 weken achter elkaar, dan is het tijd.
Schuif het ochtenddutje elke 3 dagen 20 tot 30 minuten op, van 10.00 naar uiteindelijk 12.00 tot 12.30 uur, en laat je kind dan 2 tot 2,5 uur slapen. Was het ochtenddutje al kort, kort het dan in van 60 naar 45 naar 30 minuten naar niets. Breng je kind in de overgangsweken eerder naar bed.
Meestal 2 tot 4 weken. In die tijd wisselen goede en moeizame dagen elkaar af en heeft je kind soms toch 2 dutjes nodig. Dat is normaal; beweeg mee en houd de wakkertijd onder de 5 uur.
Als je kind jonger is dan 14 maanden, midden in een slaapregressie of ziekteperiode zit, net gestart is op de opvang of aan het eind van de middag steeds instort. Kort dan eerst het ochtenddutje in tot een uur en probeer het over een paar weken opnieuw.
Ja, in de overgangsweken is dat zelfs verstandig. Na een drukke dag of een korte nacht heeft je kind soms toch 2 dutjes nodig. Kijk per dag naar de signalen; na een paar weken wordt 1 slaapje vanzelf de norm.