Baby vroeg wakker? Zo help je je early bird later slapen
|
|
Tijd om te lezen 7 min
|
|
Tijd om te lezen 7 min
Het is 5.15 uur en uit de babykamer klinkt gebrabbel. Terwijl de rest van de straat nog uren slaapt, is jouw kindje klaarwakker. Gebeurt dit bijna elke ochtend, dan heb je een early bird in huis: een baby die structureel te vroeg wakker wordt. Vermoeiend, want een vroeg wakker kindje betekent ook vroeg wakkere ouders. Het goede nieuws: bij baby's van 0 tot 18 maanden is er bijna altijd een aanwijsbare oorzaak. In dit artikel lees je wanneer vroeg wakker worden nog normaal is en wanneer niet, welke vijf oorzaken er meestal achter zitten en hoe je de ochtend stap voor stap opschuift.
Eerst even de verwachtingen. Baby's hebben van nature een vroeg ingestelde biologische klok, het circadiaans ritme. Alles tussen 6.00 en 7.30 uur is voor een baby een volkomen normale tijd om de dag te beginnen. Vroeg voor jou, normaal voor je kindje. Houd drie situaties uit elkaar:
Dit artikel gaat over baby's tot ongeveer 18 maanden. Heb je een peuter die te vroeg wakker wordt? Dan spelen er andere dingen mee, zoals klokbesef, de middagslaap en een slaaptrainer. Lees in dat geval ons artikel over je peuter die vroeg wakker wordt.
Tegen de ochtend is de slaapdruk (de opgebouwde behoefte aan slaap) bijna helemaal op en zakt ook het slaaphormoon melatonine. Je baby slaapt dan vooral licht en komt aan het einde van elke slaapcyclus even aan de oppervlakte. Om 19.30 uur glijdt je kindje moeiteloos de volgende cyclus in, want de slaapdruk is dan hoog. Om 5.00 uur is diezelfde overgang topsport: er is nog maar weinig slaap nodig, dus het minste of geringste is genoeg om er helemaal uit te schieten.
Precies daarom werken kleine verstoringen in de vroege ochtend zo hard door. Prikkels waar je baby om 23.00 uur dwars doorheen slaapt, breken om 5.00 uur de nacht af. De oplossing zit dus zelden in dat ene vroege moment zelf, maar in het ritme van de hele dag en in een slaapkamer die de vroege ochtend stil en donker houdt.
De grootste boosdoener zit aan het begin van de nacht. Gaat je baby oververmoeid naar bed, dan maakt zijn lijfje het stresshormoon cortisol aan. Dat zorgt voor onrustige slaap en vroeg wakker schieten. Later naar bed brengen in de hoop op een latere wektijd werkt daarom bijna altijd averechts. Andersom kan ook: een baby die te vroeg naar bed gaat, heeft zijn slaapbehoefte er om 5.00 uur gewoon op zitten.
Let daarom goed op het wakkervenster tot bedtijd: de tijd tussen het einde van het laatste dutje en het moment van slapen. Kijk vanaf het avondeten scherp naar slaapsignalen (in de oogjes wrijven, staren, hangerig worden) en start je slaapritueel zodra je ze ziet. In ons overzicht van wakkertijden van 0 tot 12 maanden vind je per leeftijd hoe lang je baby wakker kan zijn.
Slaap leidt tot slaap. Een baby die overdag te weinig slaapt, raakt oververmoeid en slaapt 's nachts onrustiger, met een vroege wektijd als gevolg. Maar ook het omgekeerde komt voor: slaapt je kindje overdag fors meer dan gemiddeld, of eindigt het laatste dutje te laat op de dag, dan blijft er te weinig slaapdruk over voor een volle nacht. Leg het dagritme van je baby daarom eens naast de richtlijnen voor zijn leeftijd en kijk naar het totaal: aantal dutjes, totale dagslaap en het einde van het laatste dutje.
Blijven de dutjes zelf steeds steken op 30 tot 45 minuten, dan is dat vaak een deel van het probleem; lees dan ook ons artikel over het doorbreken van hazenslaapjes. En ligt bij een jonge baby het hele ritme overhoop, met lange slaapblokken overdag en een actieve nacht, begin dan bij ons stappenplan voor een omgedraaid dag- en nachtritme.
Licht is voor de biologische klok het startsein van de dag. Voor alerte kindjes is het kleinste streepje ochtendlicht al genoeg om aan te gaan, zeker in de lente en zomer. Goede verduistering is daarom een must: als vuistregel zou je in de babykamer je eigen hand nauwelijks moeten kunnen zien. Denk ook aan licht dat vanuit de hal of onder de deur naar binnen schijnt.
Hetzelfde geldt voor geluid. Juist in die lichte ochtendslaap kan je baby wakker worden van geluiden waar hij eerder in de nacht doorheen slaapt: de buurman die naar zijn werk vertrekt, een fluitende krantenbezorger, de verwarming die aanslaat. Continu white noise maskeert die geluiden met een constant, herkenbaar achtergrondgeluid. Belangrijk: laat de ruis vanaf bedtijd de hele nacht doorspelen. Zet je hem pas aan als je kindje om 5.00 uur wakker wordt, dan ben je te laat; je wilt juist voorkomen dat je baby echt wakker wordt.
Tip van Numsy
Wordt je baby in de vroege ochtend wakker van elk geluidje, precies in de lichtste slaap van de nacht? Dan helpt een geluid dat er de hele nacht is. De Numsy white noise machines spelen continu door, tot 14 uur non-stop, dus ook om 5.00 uur staat het vertrouwde geluid er nog. Bekijk welke bij jullie past in de white noise collectie.
Een lege maag maakt vroeg wakker. Bij jonge baby's is een voeding rond 5.00 uur vaak nog gewoon nodig; geef die dan als nachtvoeding, dus in het donker, zonder praten en spelen, en leg je kindje daarna weer terug. Grote kans dat er nog een blokje slaap volgt. Bij oudere baby's die overdag goed eten, kan een erg vroege laatste voeding of maaltijd de boosdoener zijn: de ochtendhonger is dan eerder wakker dan de rest van je kindje.
Valt je kindje 's avonds in slaap tijdens het voeden, op de arm of met jouw hand op zijn buik? Dan verwacht hij diezelfde hulp bij elk wakkermomentje, ook om half 5 's ochtends. Dat heet een slaapassociatie. Als je kindje bij bedtijd nog niet zelf in slaap kan vallen, is het niet eerlijk om dat in de vroege ochtend wel te verwachten, juist op het moment dat terug in slaap vallen het moeilijkst is. Oefen daarom eerst met wakker (maar slaperig) in bed leggen bij het avondritueel. Kan je baby die eerste keer zelf in slaap vallen, dan lukt het steeds vaker ook in de vroege ochtend.
Er is nog iets dat vroeg wakker worden onbedoeld in stand houdt: een gezellige vroege ochtend. Word je baby om 5.45 uur begroet met licht aan, vrolijk gepraat, een flesje en knuffeltijd, dan is dat een feestje waarvoor het loont om vroeg wakker te worden. Houd de vroege ochtend daarom bewust saai: donker, stil en zonder beloning.
Kies daarnaast een vaste opsta-tijd tussen 6.00 en 7.30 uur die voor jullie werkt, en houd je daar consequent aan, ook in het weekend. Pas op dat moment doe je het licht aan, open je de gordijnen en begroet je je kindje enthousiast: zo leert je baby dat dan pas de dag begint. Vanaf ongeveer 6 maanden kun je daarbij kiezen uit twee routes:
Welke aanpak je ook kiest: een nieuw ritme heeft tijd nodig. Houd een oplossing minstens tien dagen consequent vol voordat je concludeert dat hij niet werkt, en verander niet alles tegelijk. Signalen dat je op de goede weg bent:
Zie je na tien dagen echt geen verschil, kijk dan nog eens kritisch naar de eerste twee oorzaken (bedtijd en dutjesritme), want daar zit bij de meeste early birds de sleutel. Sprongetjes, tandjes en ziekte kunnen de wektijd tijdelijk weer naar voren halen; pak daarna gewoon de draad weer op.
Wordt je baby voor 6.00 uur wakker, dan is dat bijna nooit pech, maar het gevolg van iets dat je kunt bijsturen: een bedtijd of dutjesritme dat niet past, licht en geluid in de lichtste slaap van de nacht, honger of een slaapassociatie. Begin bij het ritme, maak de slaapkamer donker en stil, houd de vroege ochtend saai en verschuif de opsta-tijd in kleine stapjes. Wil je de vroege ochtend alvast stiller maken, bekijk dan gerust onze white noise machines die de hele nacht doorspelen.
Verder lezen:
Een persoonlijk slaappad voor jouw kindje, hulp van slaapcoaches en alle kennis uit onze gidsen op één plek. Schrijf je in en krijg als eerste toegang.

Handig bij dit artikel
Door duizenden ouders gebruikt voor rustigere nachten.