Gratis verzending door heel NL & BE bij €35 of meer

Kersverse ouders hebben in ieder geval één ding met elkaar gemeen: gebroken nachten. Terwijl de wallen onder je ogen groeien, stel je jezelf steeds dezelfde vraag: wanneer slaapt mijn baby nou eens een nacht door? Een eerlijk antwoord bestaat niet, want de ene baby slaapt nu eenmaal eerder door dan de andere. Wat wél bestaat: een flinke stapel dingen die je zelf kunt doen om doorslapen makkelijker te maken. In dit artikel vind je 13 concrete tips die je vandaag nog kunt toepassen, van het dag- en nachtritme tot voeding, de slaapplek en het moment van neerleggen. Wil je eerst begrijpen wat doorslapen precies is, wanneer baby's het gemiddeld kunnen en welke ontwikkeling daarachter zit? Lees dan eerst ons artikel over baby doorslapen; hier duiken we meteen de praktijk in.

Eerst even: wat telt als doorslapen?

Korte opfrisser, zodat je je verwachtingen realistisch houdt. In de medische wereld betekent doorslapen dat je baby 5 tot 6 uur achter elkaar slaapt, niet de 8 uur waar veel ouders stiekem op hopen. Pasgeborenen kunnen dat nog niet: hun maagje is zo klein dat ze elke 3 tot 4 uur voeding nodig hebben. Naarmate je baby groeit, past er meer voeding in dat maagje en worden de slaapblokken vanzelf langer. Veel baby's halen die 5 tot 6 uur ergens rond de 4 tot 5 maanden, en vanaf ongeveer 6 maanden hebben de meeste baby's 's nachts geen voeding meer nodig. Slaapt jouw kindje van ruim 6 maanden nog niet door? Dat is geen reden voor paniek, het komt heel vaak voor. Doorslapen is iets wat een baby moet leren, en jij kunt daar als ouder flink bij helpen. Precies daarvoor zijn de 13 tips hieronder.

13 tips om je baby beter te laten doorslapen

Nog één ding vooraf: geen enkele baby is hetzelfde, en geen enkele tip werkt bij elke baby. Verwacht ook niet dat alles binnen een week effect heeft. Kies twee of drie tips die bij jullie situatie passen, voer ze een paar weken consequent uit en kijk dan pas wat het oplevert. Consequent zijn is eerlijk gezegd de geheime veertiende tip: baby's leren van herhaling, niet van eenmalige experimenten.

1. Maak duidelijk verschil tussen dag en nacht

In de baarmoeder bestond er geen dag- en nachtritme. Sterker nog, bij veel baby's was het ritme omgedraaid: overdag slapen, 's nachts actief. Dat ritme moet je kindje na de geboorte nog opbouwen, en jij kunt daarbij helpen door dag en nacht heel duidelijk van elkaar te laten verschillen.

Dag betekent: licht, geluid en leven in huis. Doet je kleintje overdag een dutje, laat dan gerust de gordijnen open en praat op normaal volume. Nacht betekent het tegenovergestelde: gordijnen dicht, geen felle lampen en zo min mogelijk actie. Moet je 's nachts voeden, houd het dan donker, stil en saai. Verschoon de luier alleen als het echt nodig is, en doe dat dan vóór de voeding, zodat je baby daarna half slapend terug in bed kan. Deze aanpak geldt vooral voor jonge baby's die het ritme nog moeten leren. Heeft je kindje na een paar maanden een duidelijk dag- en nachtritme, dan mag het voor de dutjes juist wel in een donkere kamer liggen.

2. Werk met een vast slaapritueel

Baby's gedijen op voorspelbaarheid. Een vast slaapritueel, elke avond dezelfde stappen in dezelfde volgorde, helpt het lijfje van je baby melatonine aan te maken en bereidt je kindje er mentaal op voor dat de nacht eraan komt. Het ritueel hoeft niet lang te duren, als het maar elke avond hetzelfde is.

Een voorbeeld van een kort avondritueel:

  • Kort verhaaltje of liedje in een gedimde kamer
  • Luier verschonen en pyjama aan
  • Laatste voeding
  • In bed leggen terwijl je kindje nog wakker is
  • Vast slaapzinnetje of kusje, licht uit, kamer verlaten

De exacte invulling maakt weinig uit, de herhaling doet het werk. Na een paar weken herkent je baby de volgorde en weet het lijfje al bij stap één dat er geslapen gaat worden. Houd het ritueel ook aan bij dutjes overdag, in een verkorte versie.

3. Leg je baby op tijd in bed

Veel ouders leggen hun baby pas in bed als hij al slaapt, bijvoorbeeld na het voeden op de arm. Begrijpelijk, maar zo leert je kindje niet om zelf in slaap te vallen in het eigen bedje. En dat zelf in slaap vallen is precies de vaardigheid die 's nachts het verschil maakt, want wie zelfstandig kan indommelen, kan dat na een kort wakkermomentje midden in de nacht ook.

Breng je baby daarom naar bed bij de eerste vermoeidheidssignalen: gapen, in de oogjes wrijven, wegdraaien, staren of sloom worden. Zie je die signalen, dan is het bedtijd, ook als dat eerder is dan je had gepland. Wacht je te lang, dan schiet je baby over de vermoeidheid heen en wordt inslapen juist moeilijker.

4. Overdag wakker houden werkt averechts

Het klinkt zo logisch: houd je baby overdag wat langer wakker, dan is hij 's avonds extra moe en slaapt hij de nacht wel door. Helaas werkt het bij baby's precies andersom. Een baby die overdag te weinig slaapt raakt oververmoeid, en een oververmoeide baby valt moeilijker in slaap, slaapt onrustiger en wordt 's nachts juist váker wakker. Hetzelfde geldt voor later naar bed brengen: je krijgt er vrijwel altijd een slechtere nacht voor terug.

Gun je baby dus gewoon de dutjes die het nodig heeft, ook overdag. Hoe lang je baby wakker kan zijn tussen twee slaapjes verschilt sterk per leeftijd; in ons overzicht van wakkertijden van 0 tot 12 maanden zie je precies wat past bij de leeftijd van jouw kindje.

5. Onrustige slaper? Probeer inbakeren

Jonge baby's hebben de eerste maanden nog geen controle over hun ledematen. Armpjes en beentjes vliegen onwillekeurig alle kanten op, regelmatig recht tegen het eigen gezichtje aan. Van die schrikbewegingen, de Moro-reflex, wordt je kleintje telkens wakker.

Inbakeren kan dan helpen: je wikkelt je baby in een doek waardoor de armpjes rustig tegen het lijfje liggen. Dat houdt niet alleen de maaiende armpjes uit het gezichtje, maar geeft veel baby's ook een veilig, geborgen gevoel dat aan de baarmoeder doet denken. Het is verrassend hoeveel onrustige slapers hierdoor langere blokken gaan slapen. Belangrijk is wel dat je het veilig doet: gebruik een geschikte inbakerdoek, baker niet te strak rond de heupjes en stop met inbakeren zodra je baby tekenen van omrollen laat zien. Vraag bij twijfel advies aan het consultatiebureau.

6. Lang leve de slaapzak

Simpel maar effectief: een goede babyslaapzak. Baby's slapen in een slaapzak vaak beter en langer, om een nuchtere reden: een dekentje trappelen ze binnen no-time van zich af, waarna ze wakker worden van de kou. Een slaapzak blijft gewoon zitten, hoe veel je kindje ook woelt en draait. Kies de dikte (TOG-waarde) passend bij de temperatuur van de slaapkamer, dan heb je er verder geen omkijken naar. Extra voordeel: de slaapzak wordt op den duur zelf een slaapsignaal. Zak aan betekent slapen, en dat voorspelbare haakje past weer mooi in het ritueel van tip 2.

7. Kijk kritisch naar de slaapplek

Kinderartsen adviseren om je baby de eerste 6 maanden bij jullie op de slaapkamer te laten slapen, in een eigen bedje. Dat is veilig en voelt vertrouwd. Maar het betekent niet dat dezelfde opstelling voor altijd de beste blijft. Sommige baby's worden na een paar maanden juist wakker van het gedraai, gesnurk of gewoel van hun ouders, en andersom houden sommige ouders elk kikje van hun baby angstvallig in de gaten, waardoor niemand diep slaapt.

Merk je dat jullie elkaar wakker houden, dan kan een andere slaapplek helpen. Dat hoeft niet meteen een eigen kamer te zijn: soms is het bedje een stuk verder van jullie bed af zetten al genoeg. Check meteen ook de rest van de slaapomgeving: een slaapkamertemperatuur van 16 tot 18 graden, een goed donkere kamer en geen losse dekentjes of knuffels in het bedje bij jonge baby's.

8. Zorg voor voldoende voeding overdag

Naarmate je baby ouder wordt, is het de bedoeling dat alle voeding overdag binnenkomt, zodat de nacht voedingsvrij kan worden. Wordt jouw baby 's nachts nog wakker met echte honger, kijk dan eens kritisch naar wat er overdag gedronken wordt. Drinkt je kindje overdag eigenlijk wel genoeg, of worden voedingen afgeraffeld omdat er zoveel te zien en te doen is? Vooral nieuwsgierige baby's van een maand of 4 tot 6 drinken overdag soms slordig en halen dat 's nachts in. Probeer voedingen overdag dan in een rustige, prikkelarme omgeving te geven en hoog waar nodig de hoeveelheid iets op. Doe dat laatste altijd in overleg met het consultatiebureau.

9. Geef een droomvoeding voordat je zelf gaat slapen

Een klassieker onder de doorslaaptips: de droomvoeding. Gaat je baby om 19.30 uur naar bed en kruip jij rond 22.30 uur onder de wol, geef je kindje dan vlak voor jouw eigen bedtijd nog een stille voeding. Houd de kamer donker, praat niet en maak je baby maar half wakker; vaak drinken baby's gewoon door in hun halfslaap. Zelfs een paar flinke slokken kunnen genoeg zijn om het eerste hongermoment van de nacht een paar uur op te schuiven, precies over jouw diepste slaap heen. Voor de een werkt het geweldig, bij de ander verstoort het juist de nacht; probeer het een week of twee en beslis dan. Meer over het opbouwen en later weer afbouwen hiervan lees je in ons artikel over nachtvoeding en droomvoeding afbouwen.

10. Check of die nachtvoeding echt nog nodig is

Vanaf ongeveer 6 maanden heeft een gezonde baby 's nachts geen voeding meer nodig. Wordt jouw kindje van die leeftijd nog elke nacht huilend wakker, ga dan eens na of er werkelijk honger in het spel is. Let op hoe je baby drinkt: hapt hij gulzig aan en drinkt hij stevig door, dan was er echt honger. Sabbelt hij maar wat en valt hij na een paar slokjes in slaap, dan was de voeding vooral gezelligheid en gewoonte. Hartstikke begrijpelijk, want jouw nachtelijke bezoekje is warm en vertrouwd, maar het houdt het wakker worden wel in stand.

Sluit ook andere oorzaken uit: te warm, te koud, een volle luier, een doorkomend tandje of een label dat in het nekje prikt. Vind je geen oorzaak en is het drinken vooral show, dan kun je de nachtvoeding stap voor stap gaan afbouwen.

11. Geef je baby de kans zelf terug in slaap te vallen

Sta jij bij het eerste kikje al naast het bedje? Heel herkenbaar, zeker bij een eerste kindje. Maar baby's maken 's nachts nu eenmaal geluid: ze knorren, jammeren soms even tussen twee slaapcycli in en huilen zelfs wel eens ín hun slaap. Wie er dan meteen bij staat, maakt een baby wakker die eigenlijk gewoon aan het slapen was.

Bij een baby van een paar maanden oud mag je daarom best één of twee minuten wachten voordat je in actie komt, zeker als het nog geen tijd is voor een voeding. Grote kans dat het gejammer vanzelf wegzakt en je kindje zelfstandig de volgende slaapcyclus in rolt. Precies zo oefent je baby het zelf terug in slaap vallen, de kern van doorslapen. Klinkt het huilen echt als huilen, dan ga je er natuurlijk gewoon heen. Voor hele jonge baby's van een paar weken oud geldt deze tip niet, die troost je direct.

12. Zet white noise in

Voor veel ouders is white noise hét hulpmiddel gebleken bij het doorslapen. Het constante ruisgeluid lijkt op wat je baby negen maanden lang in de baarmoeder hoorde en werkt daardoor kalmerend en vertrouwd. Minstens zo belangrijk: de ruis maskeert plotselinge geluiden zoals een dichtslaande deur, de buren of een oudere broer of zus, precies de geluiden waar lichte slapers van wakker schrikken. En als vast onderdeel van het bedritueel wordt het geluid vanzelf een slaapsignaal: ruis aan betekent slapen.

Tip van Numsy
Wordt je baby aan het einde van elke slaapcyclus even wakker en komt hij er dan niet zelf doorheen? Continu white noise overbrugt precies die korte wakkermomentjes en houdt huisgeluiden buiten de deur. De Numsy white noise machines spelen tot 14 uur non-stop, dus de hele nacht door zonder onderbreking. Bekijk welke bij jullie past in de white noise collectie.

Hoe je white noise stap voor stap inzet als doorslaaptool, welk volume veilig is en wat je doet als het effect uitblijft, lees je in ons uitgebreide artikel over je baby beter leren doorslapen met white noise.

13. Vergeet jezelf niet

De laatste tip gaat niet over je baby, maar over jou. Hoe leger jouw batterij, hoe minder geduld en veerkracht je overhoudt voor de nachten, en baby's voelen die spanning feilloos aan. Een paar manieren om jezelf te ontlasten:

  • Rouleer de nachten met je partner. Geef je borstvoeding, kolf dan een voeding af zodat die met de fles gegeven kan worden.
  • Ga zelf op tijd naar bed. Avondjes doorhalen en gebroken nachten zijn een slechte combinatie.
  • Breng je kindje eens een nachtje naar opa en oma. Zij genieten, jij slaapt.
  • Doe overdag een dutje als je baby slaapt. Baby slaapt betekent papa of mama mag ook slapen.
  • Wees mild voor jezelf. Deze fase is zwaar én tijdelijk.

Lig je zelf te piekeren of te woelen op de momenten dat je wél zou kunnen slapen? Besteed daar dan ook aandacht aan, want jouw slaap telt net zo goed mee in het gezinsritme.

Geduld, herhaling en een beetje mildheid

Doorslapen is geen schakelaar die je omzet, maar een vaardigheid die je baby stap voor stap leert. Kies uit deze 13 tips de twee of drie die het beste bij jullie passen, houd ze minstens twee weken consequent vol en verwacht geen wonderen op nacht drie. Kleine verbeteringen tellen op, en voor je het weet lig jij ook weer een heel blok op één oor. Wil je alvast één praktische stap zetten voor vannacht: een constant slaapgeluid is de makkelijkste tip om vandaag te starten. In de white noise machines van Numsy vind je modellen met natuurlijke geluiden die de hele nacht doorspelen en met een lusje aan wieg of box hangen.

Verder lezen over doorslapen:

Laat een reactie achter

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.

Slaap beter met de Numsy Slaap-app

Een persoonlijk slaappad voor jouw kindje, hulp van slaapcoaches en alle kennis uit onze gidsen op één plek. Schrijf je in en krijg als eerste toegang.

Ontdek de Slaap-app
Numsy Shush White Noise Machine

Handig bij dit artikel

Numsy Shush White Noise Machine

Door duizenden ouders gebruikt voor rustigere nachten.

Bekijk product

Latest Stories

Deze sectie bevat momenteel geen content. Voeg content toe aan deze sectie met behulp van de zijbalk.